Karma en bewustzijn

Het begrip karma

Karma betekent daden of handelingen.

In het algemeen wordt het gezien als een aanduiding

van ons levenslot ofwel onze lotgevallen.

Rudolf Steiner heeft in het jaar 1924 vele voordrachten

over dit onderwerp gegeven, vlak voordat hij ziek werd

en het jaar daarop stierf. Het lijkt alsof hij ons vooral

deze inzichten wilde meegeven, omdat ze essentieel

zijn voor het esoterische christendom en

de geesteswetenschap.

Tijdens deze lezingen sprak hij over oude en jonge zielen

en/of over de tegenstelling tussen Platonici (beeld

en gevoel) en Aristotelici (woord en denken).

We gaan hierop in, omdat het belangrijk is dat deze twee

groepen die in onze tijd samen, dus gelijktijdig,

geïncarneerd zijn, met elkaar leren samenwerken, hoe

verschillend ze ook zijn.

We staan kort stil bij de biografie van Ita Wegman:

we kunnen daarvan leren, hoe we karmisch gezien naar

onze eigen biografie kunnen kijken. De karmaoefening

voor de nacht vormt daarnaast een belangrijk thema,

waarbij we stil zullen staan.

Aan het eind van de vorige eeuw is Christus de Heer van

het Karma geworden. Dat is een uiterst belangrijke

ontwikkeling, waar we allemaal mee te maken krijgen.

Maar hoe?

Tenslotte zullen we ook stilstaan bij de verschillende

vormen van karma: ons persoonlijk karma,

ons familiekarma en ons volkskarma.

Hans Stolp

Niets is zinloos

Niets van wat ik in mijn leven meemaak, is zinloos.

Ook de donkere ervaringen, hoezeer ik daarmee

ook geworsteld heb, zijn mij niet zomaar of toevallig

overkomen. Al mijn ervaringen, al mijn lotgevallen

hebben een diepe zin en betekenis. Dat ik dit inzicht

mocht opdoen in mijn leven, is misschien wel het

grootste geschenk dat U, Christus, mij gegeven hebt.

Dankzij dit inzicht begon ik de wet van het karma

te begrijpen: dat dit leven een levensles is die deel

uitmaakt van een reeks van lessen die U mij leven

na leven laat toevallen om U op die manier tegemoet

te groeien en geleidelijk aan U gelijkvormig te worden.

Al die levens: ze bevatten precies de lessen die ik op

dat moment nodig had. Ook al begrijp ik die lessen

niet, omdat ik het geheel niet kan overzien, ik weet:

mijn levenslessen zijn een geschenk, want zonder hen

zou ik U niet stap voor stap tegemoet kunnen groeien.

U, Christus, U bent de Heer van het Karma geworden.

U bent het die straks, na mijn dood, samen met mij

zult terugkijken naar het aardse leven dat dan achter

mij ligt.

U zult mij met uw onvoorstelbare liefde omhullen,

U zult mij inspireren om mij de geestelijke winst bewust

te maken die ik op het aardse leven behaalde.

U zult mij helpen om eerlijk onder ogen te zien welke

lessen zijn blijven liggen en wat ik nog allemaal moet

leren. Bij die ontmoeting zult U het vuur van mijn

geweten in mij oprakelen zodat ik in een volgend leven

nog meer en nog duidelijker naar mijn geweten zal leren

luisteren.

U zult het licht in mijn geestelijke ogen krachtiger maken,

zodat ik in een volgend leven de geestelijke krachten zal

kunnen zien die in alles wat leeft: in mens, in dier en in de

natuur besloten liggen.

U, mijn Christus, zal ik bij die ontmoeting voorgoed

opnemen in mijn hart, zodat U het zult zijn die voortaan

in mij leeft, in mij spreekt en door mij heen werkt.

U, mijn Christus, naar U gaat mijn hart uit. U behoor ik toe

en van uw liefde wil ik voorgoed de dienaar zijn.

Inleiding

Het Karma-bewustzijn.

Het woord karma betekent daden, handelingen, of wiel.

In het algemeen wordt het gezien als een aanduiding van

ons lot, ons levenslot de lotgevallen, waarmee wij in dit

leven te maken krijgen.

Het was met name Rudolf Steiner die ons inzicht gaf

in de moderne, westerse manier van denken over

reïncarnatie en karma.

In het laatste jaar, in 1924, voordat hij ziek werd en in

1925 stierf, heeft hij een reeks lezingen gehouden over

dit onderwerp. Ze zijn gebundeld in vijf banden met als

titel: Karmavoordrachten 1, 2, 3, 4, 5.

Rudolf Steiner had al veel eerder, in 1904, daarover willen

vertellen, maar de mensen stonden er niet voor open.

Daarom moest hij tot het laatste jaar voor zijn dood

wachten om deze inzichten alsnog door te kunnen geven.

Deze inzichten behoorden voor hem duidelijk tot de

twee grote thema’s die hij als zijn erfenis aan de mensen

na wilde laten omdat ze essentieel zijn voor het

esoterisch christendom en de nieuwe geesteswetenschap

die hij bracht.

Naast het inzicht in karma is dat het inzicht in de

kosmische opdracht van de grote aartsengel Michaël

en zijn betekenis voor de moderne mens.

1. Oude en jonge zielen

Ita Wegman kreeg na de dood van Rudolf Steiner te maken

met nogal wat haat en veroordeling. Ze vertelde dat deze

haat in wezen vooral gericht was tegen het karmabewustzijn.

Met deze opmerking verwijst ze naar de tegenstellingen

tussen oude en jonge zielen: daarvan wilden de mensen niet

weten en dit gebrek aan inzicht leidde tot spanningen en wederzijdse veroordeling.

Rudolf Steiner komt in zijn karmavoordrachten verschillende

keren op dit thema terug. Maar wat is eigenlijk het verschil

tussen oude en jonge zielen?

Ten tijde van Lemurië, het tijdperk dat aan Atlantis

voorafging, we leven nu in het tijdperk ná Atlantis, werden

de omstandigheden op aarde steeds zwaarder en werd het

steeds moeilijker voor de mensen om te incarneren op aarde.

Hun fysieke lichaam dreigde te mummificeren en te verharden; daarom weken steeds meer mensen uit naar andere planeten

om zich daar verder te ontwikkelen. Naar Jupiter bijvoorbeeld, Venus, Mars en Saturnus.

Slechts een zeer kleine groep hield het vol op aarde.

Deze mensen worden de oude zielen genoemd, omdat zij

sindsdien vele aardse incarnaties achter de rug hebben.

De andere mensen die uitgeweken waren, kwamen later, toen

de aardse omstandigheden beter werden, geleidelijk weer

terug naar de aarde. Sommigen aan het begin van Atlantis,

anderen aan het einde van Atlantis, en nog weer anderen pas

aan het begin van het na-Atlantische tijdperk. Zij worden de

jonge zielen genoemd, omdat ze minder of weinig aardse incarnaties achter de rug hebben.

De oude zielen worden gekenmerkt door een diep verlangen

naar Christus, die ze hadden leren kennen als de Zonnegeest

in de Zonnemysteriën in Atlantis, en een beschouwende

instelling. Vaak waren het ketters, na het begin van onze

jaartelling, omdat ze in de kerkelijke Jezus Christus niet de

Zonnegeest herkenden. Ook kennen ze de weg op aarde:

ze zijn met de aardse levensomstandigheden uiterst

vertrouwd door de vele levens die ze hier doorgebracht

hebben.

De jonge zielen zijn enthousiast en actief. Ze werden vooral

gevormd door het heidendom en door hun kosmische

ervaringen. Tot nu toe zijn ze in het algemeen nog niet zo

vaak op de aarde geweest, en zijn hier daarom niet zo thuis

als de oude zielen. Ze houden van uitdagingen en genieten

van het leven op aarde.

Tot nu toe zijn de jonge en de oude zielen, over het

algemeen, in verschillende tijden geïncarneerd: afwisselend

na elkaar. Maar, zegt Rudolf Steiner, aan het einde van de

20e eeuw zullen ze gelijktijdig naar de aarde komen en

moeten leren samenwerken.

Dat is behoorlijk zwaar, juist omdat ze zo verschillend zijn en

zo heel andere idealen, verwachtingen en opvattingen hebben.

Deze verschillen werken trouwens ook door in relaties, want

steeds vaker zullen oude en jonge zielen met elkaar een

relatie aangaan: een hele klus die verdraagzaamheid vraagt,

bescheidenheid en wederzijds respect. Hans Peter van Manen

noemt de oude zielen Christuszoekers en de jonge zielen

Michaëldienaars. Christus voert de oude zielen naar Michaël

toe, en Michaël brengt de jonge zielen naar Christus toe.

Rudolf Steiner gebruikt voor deze twee groepen mensen in

zijn karmavoordrachten ook andere benamingen,

bijvoorbeeld Platonici en Aristotelici. De Platonici hebben

nog een lijntje met boven, de Aristotelici willen met behulp

van het aardse denken inzicht krijgen, ook in de samenhang

van de aarde met de geestelijke wereld.

Inzicht in je karma ontwikkelen betekent dus allereerst inzicht

krijgen in de karmische stroom waartoe je behoort: die van

de oude of van de jonge zielen. Daarna zul je je moeten

wijden aan de opgave om mensen uit de andere stroom,

die heel anders in het leven staan, te respecteren en niet te

veroordelen. Dat is waarlijk geen geringe opgave! Inzicht is

belangrijk, want helpt ons daarbij.

2. Ita Wegman

Jonas van der Sloot schreef een korte biografie over Ita

Wegman. Daarin stelt hij de vraag of het aan de hand van

haar biografie mogelijk is iets te zeggen over haar volgende

leven. Hij vertelt dat je als volgt naar een mensenleven kunt

kijken, dus ook naar je eigen leven:

– van 0 tot 21 jaar werken vooral krachten uit het verleden;

– van 21 tot 42 jaar werken vooral krachten uit het heden

op de mens in,

– van 42 jaar, en verder, worden krachten vanuit de toekomst

actief. Willen we iets over het volgende leven weten, moeten

we dus vooral kijken naar de laatste levensjaren: daarin zien

we de krachten van de toekomst oplichten. Daarin zien we

bij Ita Wegman bijvoorbeeld dat ze, op het laatst van haar

leven, oefende in het geven van lezingen. Daar was ze niet

goed in en het was kennelijk een beproeving voor haar

medewerksters en medewerkers om naar haar te luisteren,

maar op het laatst wist ze haar publiek ook écht te boeien

en te verrassen door haar diepe inzichten. Dus zal ze zich in

een volgend leven waarschijnlijk wijden aan het geven van

lezingen. Bovendien komt ze snel weer terug: Rudolf Steiner vertelde dat zijn leerlingen uit die tijd al snel zouden

terugkeren: aan het einde van de 20e eeuw.

Daarnaast wijdde ze zich in haar laatste levensjaren vooral

aan de antroposofische geneeskunde. Zo zien we al met al

een beeld oprijzen van een volgend leven: een snelle

terugkeer, lezingen geven en voortgaan met de ontwikkeling

van de antroposofische geneeskunde. Ik noem dit voorbeeld, omdat het ons helpt op die manier ook naar ons eigen leven

te kijken: wat zijn de impulsen die zich in ons leven na ons

42e voordoen en waaraan we ons in een volgend leven waarschijnlijk opnieuw zullen wijden?

3. Een opvallende verschuiving

Opvallend in het leven van Ita Wegman is een zekere

vertraging of verschuiving: pas op haar 31e begon ze

medicijnen te studeren en op haar 41e begon ze écht met

haar werkzame leven. Van der Sloot schrijft: Deze late start

laat zien dat we te maken hebben met een ziel die al veel incarnaties heeft doorleefd en daardoor een trage start

heeft. Er werken veel krachten vanuit het verleden die eerst

moeten worden ingevoegd in het nieuwe leven. Deze trage

start wijst er dus op dat ze een oude ziel is, én dat ze een

ingewijde is: vooral ook die krachten vergen tijd, voordat

ze in het nieuwe leven ingevoegd raken.

In 1934 werd Ita Wegman ernstig ziek. In die tijd verscheen

de Christus haar, evenals Rudolf Steiner. Ze gaven haar de

kracht om nog negen jaar door te gaan met haar werk.

Van der Sloot vertelt over deze ervaring: tot 1934 was er

een overwegend heidense impuls in Ita Wegman werkzaam,

die vanaf 1934 geleidelijk met Christuskrachten werd

doordrongen. Rudolf Steiner kende overigens een

soortgelijke ontwikkeling: rond 1900 had hij zijn

allesbeslissende ontmoeting met de kosmische Christus.

Het zal duidelijk zijn dat Ita Wegman in een volgend leven

vanuit deze impuls verder zal werken en leven.

4. De karmaoefening voor de nacht

Een belangrijke oefening om je bewust te worden

van je karma, is de karmaoefening voor de nacht.

Zoek daarvoor’s avonds voor je slapen gaat, een

ervaring, van de voorbije dag of week, uit die je

op de een of andere manier iets deed of raakte.

Bijvoorbeeld een ontmoeting met iemand, of een

gebeurtenis waarvan je voelde dat die karmisch was.

Eigenlijk is het vreemd dat we ons meestal zo weinig

bewust zijn dat bepaalde ervaringen of ontmoetingen

een karmisch aspect hebben. Het is belangrijk de

karmische gevoeligheid in onszelf te ontwikkelen.

Haal deze ervaring zo concreet mogelijk, tot in alle

details terug:

Hoe zag de ander eruit?

Hoe was de klank van de stem?

Welke gebaren maakte diegene daarbij?

Hoe was de sfeer van deze ontmoeting?

En, hoe verliep de ontmoeting precies?

Als we ons dat zo goed mogelijk bewust maken,

wordt deze ervaring ingetekend in ons astrale lichaam

en dus in onze ziel.

Gedurende de eerste nacht van deze oefening treedt

het astrale lichaam zoals altijd, samen met het Ik of de geest,

uit het fysieke lichaam en vertoeft in de etherische wereld.

Daar bewerkt het astrale lichaam het ingetekende beeld.

Bovendien worden er etherische krachten aangetrokken

om elk detail van dit beeld te omhullen of te omlijsten.

De volgende dag keert het astrale lichaam terug en

verbindt zich weer met het fysieke en etherische lichaam.

Nu kopieert het astrale lichaam dat ingetekende beeld

in het etherische lichaam. Daardoor gaan er van dit beeld

subtiele gevoelens uit, anders dan toen je het de vorige

avond intekende in het astrale lichaam.

De tweede nacht treedt het astrale lichaam weer uit:

dan is het etherische lichaam vrij en heeft het tijd om

zich te wijden aan het gekopieerde beeld. Het bewerkt

dit beeld nu met de eigen etherische krachten.

De volgende dag verschijnt het beeld als gevolg

daarvan aan ons als was het een concrete droom.

Het geeft je het gevoel, alsof dit beeld je nadrukkelijk

wordt voorgehouden, door geestelijke wezens.

Vervolgens wordt het beeld ingeprent in het fysieke

lichaam: tot in het zenuwstelsel en de bloedsomloop

toe! In de derde nacht wordt het beeld door het fysieke

lichaam bewerkt en vergeestelijkt, en dus

getransformeerd en omgevormd.

Daardoor wordt het een totaal ander beeld.

De volgende dag, bij het ontwaken, beleef je dat beeld

alsof het gehuld is in een wolk, waar je zelf middenin

staat. Maar tegelijk is het alsof je vastzit, klem zit, en het

beeld lijkt onbeweeglijk en roerloos. Als je dat uithoudt

en geduldig wacht, begin je op een zeker moment iets

anders te zien: het omgevormde beeld begint beweeglijk

te worden, op te lichten en helder te worden.

Wat je dan te zien krijgt, is het beeld van de veroorzakende

gebeurtenis uit een vorig leven.

Deze oefening vergt geduld en volharding: in het begin

lukt het meestal niet. Het kan zelfs zijn dat het je pas de

50e keer lukt! Maar als het je lukt krijg je een steeds

duidelijker verbinding met je karmische verleden.

Ook word je je steeds meer bewust van de mensen met

wie je karmisch verbonden bent.

Overigens: Lucifer en Ahriman doen hun best deze oefening

te verstoren. Lucifer maakt je zweverig en ongeduldig, en

Ahriman zegt dat deze oefening onzin is. Je zult je dus van

deze tegenkrachten bewust moeten zijn!

5. Christus Heer van het Karma

In 1879 wierp Michaël, de grote aartsengel, Ahriman,

ook wel de Satan of de Engel van de duisternis genoemd,

vanuit de etherische wereld op de aarde.

Daarna daalde de Christus neer in de etherische wereld.

Sinds de Tweede Wereldoorlog (1940 – 1945) verschijnt

de Christus vanuit de etherische wereld aan steeds meer

mensen.

Aan het einde van de twintigste eeuw, omstreeks het jaar

2000, neemt de Christus in de etherische wereld geleidelijk

het ambt van de Heer van Karma over van Mozes.

Nu wordt de Christus Heer van het Karma.

Daardoor zullen steeds meer mensen na hun dood niet

Mozes, maar de Christus als Heer van het Karma ontmoeten

in de etherische wereld, waar ze gedurende de eerste drie

dagen na hun dood zullen verblijven.

Daar gaan de gestorvenen samen met de Christus

terugblikken op hun voorbije leven en samen met Hem

de balans opmaken. Daarom werd er altijd van de Christus

gezegd: Hij komt om te oordelen de levenden en de doden.

Bij de ontmoeting na de dood laat de Christus ons de

beelden zien van ons voorbije leven en helpt Hij ons om

zelf onze conclusies te trekken. Hij veroordeelt ons niet,

maar helpt ons vol liefde om tot inzicht te komen.

Een man die een BDE; bijna-dood-ervaring meemaakte en

met Hem terugkeek op zijn leven tot dan toe, vertelde:

Christus zei niet wat ik had moeten doen, dat zou

moraliserend zijn. Hij gaf me een open uitnodiging die me

geheel vrijliet om zijn suggesties op te volgen dan wel

naast mij neer te leggen. Dat is het dus wat ieder mens die

zich met de Christus, ofwel met de weg van Liefde en de

weg van inzicht, verbonden heeft, zal mogen meemaken

na de dood. Zo wordt de Christus de leider van het lot van

de mens. Zoals gezegd: vroeger was Mozes de Heer van

het karma, en in feite is hij dat nog steeds voor mensen die

leven in de sfeer van de wet, in plaats van het geweten.

Wie hier op aarde een band opbouwt met de Christus als

de Heer van het Karma; door de innerlijke stap te zetten

van een leven in de sfeer van de wet, naar een leven in de

sfeer van het geweten, zal bijzondere ervaringen opdoen:

die zal een subtiel gevoel voor het karma ontwikkelen:

Je doet iets, en je voelt meteen: dat klopt niet, dat moet

ik later vereffenen. En daarnaast: Je doet iets, en je voelt

meteen: daardoor maak ik het Christus moeilijk, want Hij

draagt, een deel van mijn karma. Met name sinds 2012 is

dat een voelbare ontwikkeling aan het worden.

Zo groeien we toe naar een hogere vorm van ons geweten.

6. Persoonlijk karma en karma tegenover de wereld

Er bestaat een verschil tussen persoonlijk karma en het

karma dat ik tegenover de wereld veroorzaak. Persoonlijk

karma bestaat uit de schade die ik andere mensen en

dieren toebreng, evenals de schade die ik mezelf toebreng.

Voor deze drie vormen van karma ben ik zelf

verantwoordelijk.

Het karma dat ik veroorzaak tegenover de wereld bestaat

uit de schade die ik de natuur, de aarde en het dierenrijk

toebreng. Maar dat is niet alles: het bestaat ook uit de

schade die ik toebreng aan de geestelijke krachten die in

en aan de aarde werkzaam zijn. Weliswaar ben ik ook in dit

geval zelf verantwoordelijk voor dit karma, maar ik ben als

mens niet in staat dit karma te vereffenen: dat is te groot

en te zwaar voor een enkel mens.

Daarom neemt de Christus dit karma plaatsvervangend voor

ons op zich. Dat wordt bedoeld met de oude uitdrukking:

Die wegdraagt de zonden der wereld.

Bij de bewustwording van ons persoonlijk karma zijn er twee

verzoekingen. Allereerst die van Lucifer die voortdurend onze

aandacht richt op de schuld van de ander: de ander is fout,

niet ik. Daar wijst Jezus Christus op als hij zegt:

Wel ziet gij de splinter in het oog van uw broeder,

maar de balk in uw eigen oog bemerkt gij niet?

Ahriman gelooft helemaal niet in karma en houdt dat voor

onzin: dood is dood, en je hebt als mens maar één leven.

Dus waarom zou je je druk maken over karma?

De weg van Christus houdt het midden tussen deze beide

verzoekingen. Zijn weg is die van vergeving. Als wij een

ander echt leren vergeven, na een innerlijk gevecht,

zeggen we in feite tegen Christus: Deze mens hoeft het

door hem gevormde karma niet aan mij te vereffenen.

Maar u kunt deze daad van goedmaking aan een ander

schenken die deze nodig heeft.

7. Oud zeer en zonnekarma

Er bestaat karma in de vorm van oud zeer.

De pijn en de emoties van dat oude zeer hebben we

meegenomen uit een vorig leven. In dit leven komen

die pijn en die emoties komen weer tot leven ofwel:

ze worden geactualiseerd en wel door de verschillende

obstakels die we in dit leven moeten overwinnen.

Zo wordt het oude karma voelbaar in het leven van nu.

Kijk naar de obstakels die je inmiddels overwon in

je leven en realiseer je dan dat je daarbij waarschijnlijk

ook oud karma, dus: onverwerkte emoties uit een vorig

leven overwon.

Daarnaast bestaat er zonnekarma. Dat wil zeggen:

datgene wat je als inspiratiebron meenam naar de aarde

en wat je scheppingsdrang geeft of je aanzet tot wat je

in dit leven wilt neerzetten. Zonnekarma inspireert je om

op jouw manier bij te dragen aan positieve ontwikkelingen

op aarde, met name in je ‘vrije’ jaren, na je pensioen.

Deze inspiratie zakt weg in het onbewuste na onze

geboorte, maar komt later weer naar boven. Maar om je

van die inspiratie bewust te worden en er actief mee te

leren werken, is meditatie nodig, een zorgvuldig innerlijk

leven en de karmaoefening voor de nacht.

Daarom komt ieder van ons voor de vraag te staan:

ben jij je zonnekarma al bewust geworden?

8. Volkskarma en familiekarma

Volkskarma nemen wij op ons als we ons bij onze

geboorte verbinden met een bepaald volk.

Net zoals we het familiekarma op ons nemen van

de familie waarin we geboren worden, nemen we

het volkskarma op ons van het volk waartoe we

behoren. Dat is bijvoorbeeld belangrijk bij de vraag

of de Nederlandse regering excuus moest aanbieden

voor de slavernij, die in Nederland pas in 1863 werd

afgeschaft, als een van de laatste landen van

Europa. Velen zeggen: dat is iets van vorige generaties;

daar zijn wij niet verantwoordelijk voor. Maar als je

denkt vanuit het begrip volkskarma ligt het anders:

tot het karma van het Nederlandse volk behoort de

handelwijze van Nederland op het gebied van de slavernij.

Door bij mijn geboorte te kiezen voor het Nederlandse

volk, neem ik ook de medeverantwoordelijkheid voor dat

slavernijverleden op mij. Vanuit dat gezichtspunt is een

excuus logisch en begrijpelijk. Dat wordt des te

begrijpelijker als we ons realiseren dat we door de keuze

voor het Nederlandse volk ook bepaalde

zieleneigenschappen op ons nemen: een zekere directheid, openheid en botheid bijvoorbeeld. Ook daarvan geldt

dat we zelf verantwoordelijk zijn hoe we met die ‘erfenis’

omgaan.

Familiekarma nemen we op ons, zodra we ons met onze

familie verbinden. Dit karma wordt actief bij onze geboorte.

Op die manier nemen we van onze familie bepaalde

inzichten over, bepaalde manieren van omgaan met het leven.

Dat noemen we alles bij elkaar het familiekarma.

Als er in het Oude Testament staat dat God de zonden der

vaderen bezoekt aan de kinderen, tot in het derde en het

vierde geslacht, slaat dat op het familiekarma, dat meestal

van generatie op generatie wordt doorgegeven.

Bij de tegenwoordig bekende familieopstellingen

Bert Hellinger wordt dat karma bewust gemaakt en

losgelaten.

9. De zin van onze karmische levenslessen

In Johannes 9 : 2 vragen de discipelen aan Jezus waarom

een blinde man die aan de kant van de weg zat, nu

eigenlijk blind was. Kennelijk had Jezus Christus hen in de voorafgaande dagen iets verteld over karma en reïncarnatie.

En nu wilden ze wel eens weten, hoe het in dit geval nu

eigenlijk zat met de wetten van het karma.

Ze vragen: Rabbi, wie heeft gezondigd, deze man, of zijn

ouders, dat hij blind geboren is?

Ze willen dus eigenlijk weten of persoonlijk karma of

familiekarma de oorzaak van deze blindheid is.

Het antwoord van Jezus Christus is veelzeggend:

Noch deze heeft gezondigd, noch zijn ouders, maar

de God in hem moest openbaar worden. De God in hem

is zijn hoger Zelf, zijn geest of zijn hogere Ik.

Door zijn blindheid komt de man in een versneld

geestelijk ontwikkelingsproces, waardoor zijn hogere Ik

aan het licht kan komen.

Dat is wat ons karma ten diepste wil bewerken: dat wij

door het lijden heen een geestelijke ontwikkeling

doormaken die het mogelijk maakt dat ons hoger Zelf

aan het licht komt.

Er is dus ook karma, ofwel bepaalde lotgevallen, mogelijk

dat we niet zelf veroorzaakt hebben, maar dat we vrijwillig

op ons genomen hebben om ons ontwikkelingsproces te versnellen.

10. Een karmaoefening

Verplaats je in gedachten in je hoger Zelf dat ergens

boven je hoofd zweeft en nog niet geïncarneerd is.

Dat hoger Zelf heeft voor onze geboorte bewust

gekozen voor al onze levenservaringen: het zag de

geestelijke winst die we daarop zouden kunnen behalen

en kende onze levensopdracht.

Ons hoger Zelf koos vooral voor de ervaringen waarvan

we het meest zouden leren; meestal zijn dat, helaas,

donkere ervaringen…

Ons hoger Zelf koos daarvoor met vreugde en

enthousiasme, omdat het de winst al voor zich zag.

Probeer nu iets van de vreugde van het hoger Zelf

over de mogelijke winst te voelen.

Als je deze oefening regelmatig doet maar dat is niet

gemakkelijk, ga je steeds intenser ervaren dat je geen

slachtoffer bent. Je gaat de leiding in je leven ervaren

en begint je steeds dieper te verwonderen over de

grootheid van het leven.

11. Samenvattend:

1. Karma maakt geestelijke groei mogelijk.

2. Karma legt de verantwoordelijkheid voor ons leven bij

onszelf neer.

3. Karma geeft zicht op de voortgaande ontwikkeling

van de mensheid.

4. Christus vraagt ons, ons eigen karma bewust te maken.

5. Christus is Mozes opgevolgd als de Heer van het Karma.

6. Er bestaat rechtvaardigheid!

7. Karma helpt ons, ons verlangen naar vergelding los te laten.

Hans Stolp