Aan de oever van de zee

Ik stond aan de rand van de zee.

De golven rolden wit gekuifd naar mij toe

en hielden bij mijn voeten halt.

De zon stond laag boven de horizon

en legde een pad van gouden licht

vanaf de einder naar mij toe.

Vol verwondering keek ik

en laafde mij aan dit beeld

dat mij raakte en troostte.

Mijn eigen levensweg

was zo anders dan dit pad van licht:

ik zag alleen maar problemen,

teleurstellingen, verlies

en afwijzing op mijn weg.

Toen klonk er een stem in mij die zei:

‘Ik maak de weg begaanbaar,

ook dan als jij denkt dat de weg

vol obstakels, bezaaid met rotsblokken

en doorsneden door ravijnen is.

Je hoeft alleen maar in een stil vertrouwen

langs die weg Mij tegemoet te gaan.

Vertrouw Mij maar en weet:

Ik maak van elke weg een pad van louter licht.

Kom maar en je zult het zien met eigen ogen.’

Ik luisterde en keek.

En terwijl ik keek en mij laafde aan het licht,

voelde ik hoe er een zwaarte weggleed uit mijn hart

en hoe een zekere lichtvoetigheid overbleef.

Het licht van dat pad daar voor mij

trok mijn hart binnen en verlichtte het.

Zo vond ik troost en nieuwe levensmoed,

daar, aan de oever van de zee.

Hans Stolp