Antroposofische geneeskunde

Kanker

Henk Bakker

In vervolg op het eerste artikel van antroposofisch huisarts Henk Bakker over het ontstaan van de ziekte kanker, de behandelmogelijkheden en de diverse mensbeelden, is dit zijn tweede bijdrage in de reeks. 

In mijn vorige artikel heb ik een schematisch overzicht gegeven van tumorbehandeling in de huidige reguliere geneeskunde en ook al een begin gemaakt met een andere manier van kijken naar het ziekteproces van de zeer frequent voorkomende ziekte kanker.

Een goede behandeling vereist een goede diagnose 

Diagnose (uit het Grieks: διά-, diá-, ‘door-‘ en γνώσις, gnósis, ‘kennis’ of ‘oordeel’ → ‘het nauwkeurig leren kennen’) heeft twee nauw samenhangende betekenissen:

  1. Het stellen van een diagnose/het diagnosticeren is de kunst, de techniek of de handeling om een oorzaak te vinden van een gevolg, aan de hand van de optredende verschijnselen.
  2. Hieraan voorafgaand is op grond van wetenschappelijk onderzoek een beschrijving opgesteld met onderscheidende, diagnostische kenmerken en optredende verschijnselen. Ook deze beschrijving met de lijst van ‘symptomen’, ‘onderscheidingscriteria’ of ‘diagnostische kenmerken’ heet diagnose.

Ik heb u in het vorige artikel beschreven hoe wij in de huidige geneeskunde onderzoeken doen en tot welke behandelingen wij kunnen komen.


Διάγνωση/diagnose – tumorvorming algemeen 

Tumoren ontstaan vaak in klierweefsel, dat een onderdeel is van ons hele stofwisselingssysteem.

Er zijn in het menselijke lichaam twee soorten klieren: 

  1. De exocriene klieren, die vocht uitscheiden naar buiten, de omgeving. Bijvoorbeeld klieren die vocht uitscheiden in het darmkanaal, traanklieren die vocht afscheiden naar de oogbol.
  2. De endocriene klieren, die hormoonstoffen uitscheiden naar organen in het lichaam en werken via het vegetatieve zenuwgestel. Bijvoorbeeld TSH (Thyroid-stimulating hormone) uit de hypofyse, die de schildklier in zijn werking aanzet of insuline uit de alvleesklier, die een rol speelt bij de suikerstofwisseling.

Uit het klierachtig weefsel kunnen ontstaan: de adenocarcinomen in het maag/darmkanaal, het mamacarcinoom bij de borst, het pancreascarcinoom, het primair levercelcarcinoom, het prostaatcarcinoom, enzovoorts. Eigenlijk schieten stofwisselingsactiviteiten door in hun eigen werking.

Visie vanuit antroposofisch, menskundig beeld 

Ga ik nu met een iets andere blik kijken, naar het antroposofisch mensbeeld, dan zien we een onbegrensde groei van weefsel dat zich niet houdt aan de grenzen van het orgaan.

Vierledig mensbeeld

Ik zie dat vormkrachten, een onderdeel van onze levenskrachten, niet in staat zijn de vorm/grens te handhaven. Deze impuls zou moeten komen vanuit het in ons mensen aanwezige krachtencomplex van de ziel, dat uiteindelijk aangestuurd wordt door onze eigen wezenlijke kern, ons Ik.

Je kunt het vergelijken met een wagenmenner die vier paarden in toom moet houden.

De vier paarden vertegenwoordigen de vier soorten levenskrachten, die beteugeld moeten worden (het stoffelijke lichaam), waarbij de impulsen door de teugels van de wagenmenner komen (het Ik). 

Kort gezegd, ons Ik verliest de mogelijkheid een deel van het lichaam in toom te houden.

Schematisch ziet dit er uit als in schema 1, waarbij ik wil opmerken dat een schema een absolute vertekening is van de werkelijkheid, maar op die manier wel beter te begrijpen is. 

Normaal is de ziel, waarin het Ik zich als eigen krachtencomplex manifesteert, een min of meer eigen geheel (bovenste driehoek met een lijn) en is verbonden met het levende lichaam, waarin de levenskrachten in een eigen krachtencomplex binnen het fysieke lichaam merkbaar zijn. Ook als een eigen geheel (onderste driehoek met een lijn).

 

 Ik-krachten

zielekrachten

levenskrachten

lichaam

    schema 1

AFBEELDING: DE WAGENMENNER

In de slaap ontstaat de situatie dat de hierboven afgebeelde driehoeken uit elkaar schuiven en de situatie ontstaat zoals in schema 2.

Het Ik met de zielekrachten als een samengestelde eenheid 

min of meer los 

van het lichaam dat met de levenskrachten als eenheid verbonden is.

     schema 2

De afbeeldingen in schema 1 en 2 geven de normale situatie weer in waak- en in slaaptoestand. Overdag, als we wakker en bewust zijn, schuiven de twee driehoeken in elkaar. Bij elke inademing iets in elkaar, bij elke uitademing iets uit elkaar.

In de nacht zijn de twee driehoeken iets losser van elkaar, maar wel verbonden.

Bij kanker zien we schematisch het volgende: 

Het levenskrachten-complex lijkt losgeraakt van de lichamelijke omhulling en vorm en ook los te zijn van het ziele/ik-complex.

De levenskrachten gaan nu hun eigen wetmatigheden volgen en dat leidt tot vormeloos groeien en vermenigvuldigen, zonder begrenzing.

Om het beeld van de wagenmenner weer te gebruiken: 

   schema 3

De paarden hebben geen leidsels en de wagenmenner heeft geen instrument om de vier paarden te leiden. Anders gezegd: het ik dat normaal via de zielekrachten de levenskrachten stuurt en zo het lichaam/orgaan in vorm brengt, is nu niet aanwezig.

Hierdoor gaan de vier levenskrachten hun eigen wetmatigheden volgen met als uitwerking in het lichamelijke een ongebreidelde groei en verharding.

AFBEELDING WAGENMENNER ZONDER WAGEN

Drieledig mensbeeld

Tussen klierweefsel en onze zintuigorganisatie bestaat een bepaald verband. De meest bekende voorbeelden hierbij zijn de proeven van Pavlov die aangetoond hebben: 

  • dat het waarnemen, ruiken, proeven van voedsel meteen de klieren in de mond, de slokdarm, het maagdarmkanaal tot actie brengt;
  • de werkzaamheid van traanklieren bij een emotionele gebeurtenis;
  • de werkzaamheid van de darmen als een reactie op stress.

Onze ademhaling bemiddelt de uitwisseling tussen de stofwisselings- en zintuigactiviteiten.

Bij elke inademing nemen wij een heel stuk waargenomen buitenwereld op in ons lichaam.

Bij elke uitademing brengen wij een heel stuk van onze binnenwereld naar buiten toe. 

We zien dus dat een waarneming (zenuw-/zintuigactiviteit) kan leiden tot klieractiviteit (stofwisselingsactiviteit).

Te veel zintuigactiviteit op een verkeerde plek leidt tot tumorvorming.

In onderstaand schema zie je, als je de blauwe lijn volgt, een grote lemniscaat. Het is een stilgezet, dynamisch schema, waarbij de krachten volgens een 8-vorm stromen. Het bovenste deel van de acht vertegenwoordigt het zenuw-/zintuigproces, het onderste deel vertegenwoordigt het stofwisselings-/spijsverteringsproces en het kruispunt geeft het middengebied weer van de ademhaling. Dit is de normale situatie.

Bij kanker is de bovenste lus heel klein, zie de zwarte lijn, die overgaat in de 

AFBEELDING CIRKELS – 8-VORM

onderste lus, de blauwe lijn. Je ziet hier dat de stofwisselingsactiviteit heel hoog is (enorme groei, vermenigvuldiging) en de waarnemingsactiviteit zeer klein. 

De overmatige groei wordt niet waargenomen, de vormkrachten kunnen niet in het stofwisselingsgebied komen (zie het eerdergenoemde vierledig mensbeeld).

Tweeledig mensbeeld

Tumoren zijn in het algemeen woekerende verhardende vormen, een soort sclerose; een koudeproces.

Ontstekingen zijn afbrekende en oplossende vormen; een warmteproces.

Hier kijken we naar polariteiten: sclerose – ontsteking, koude – warmte, waarneming – stofwisseling.

Mogelijke oorzaken

Vanuit deze, zeer verkorte diagnostische blik kunnen we misschien zicht krijgen op mogelijke oorzaken.

Bij enorme stress of druk, of als je lichaam zich uiteen moet zetten met vreemde elementen – zoals bijvoorbeeld andere voeding, andere leefwijze, medicijnen, roken, drugs, ziekte elders in het lichaam – worden alle bewustzijnskrachten (krachten van het eigen individu) daarheen getrokken en dus onttrokken aan die delen van het lichaam waarin deze krachten normaal werkzaam zouden moeten zijn.

Enerzijds is het Ik met de zielekrachten losgeraakt van het levende lichaam.

Anderzijds zien we dat de Ik-krachten via de ziel onvoldoende toegang krijgen tot de vier levenskrachten en komt er ook een losraken van de levenskrachten van het fysieke lijf (schema 3).

In extreme vorm treedt dit op bij het sterven. Bij bepaalde ziekten kan het lichaam zo dicht worden dat de levenskrachten en andere hogere krachten er als het ware uitgeperst worden. Bepaalde medicijnen, drugs en alcohol hebben dit effect. 

We hebben nu een antroposofisch, menskundige diagnose gesteld en daarmee de sleutels voor therapie aangereikt gekregen.

Ons doel zal moeten zijn de losgeslagen levenskrachten weer te verbinden, enerzijds met het fysieke lichaam en anderzijds het Ik via het zielelichaam weer grip te geven op ontspoorde groei.

De volgende keer zal ik verder ingaan op de verschillende mogelijkheden van therapie. 

Voetnoten 

Literatuur:

  • Matthias Girke, Innere Medizin, Salumed Verlag.
  • Rita Leroi, Lukas Klinik Arlesheim, persoonlijke aantekeningen.
  • Zeitkrankheiten Lebenshilfen 10 – Urachhaus Verlag.
  • Der krebskranke Mensch – AndreasGoyert/PirkkoOllilainen/LudgerSimon/

MarkusTreichler – Verlag Freies Geistesleben.