De tweevoudige opstanding

Toen ik in het verleden als pastor in het ziekenhuis

werkte, waren er mensen die mij spontaan begonnen

te vertellen over een bijzondere ervaring die zij

hadden opgedaan: een ontmoeting met de Christus.

De verhalen die zij daarover vertelden raakten mij

diep; ik ervaar ze tot op de dag van vandaag als een

groot geschenk dat mij gegeven werd.

Omdat we binnenkort weer het Paasfeest gaan

vieren, wil ik een paar van die ervaringen in ons blad

opnemen. Om daarmee duidelijk te maken, hoe het

geheim van de opstanding in onze dagen doorwerkt.

Christus wendt zich in onze tijd namelijk steeds vaker

op een tweevoudige manier tot ons.

Allereerst wil Hij opstaan in ons hart en daar waakzaam

worden als ons hoger zelf, de geest of ons hogere Ik.

Maar omdat op aarde alles op een tweevoudige wijze

werkzaam wordt, denk maar aan de dualiteit,

man/vrouw, binnen/buiten, onder/boven enzovoort,

verschijnt Hij ook steeds vaker buiten, als een

etherische gestalte aan mensen.

De opstanding van Christus 2000 jaar geleden

plaatsvond in Jeruzalem, wordt nu voortgezet als

een innerlijk gebeuren in ons hart en als een uiterlijk

gebeuren in de etherische wereld!

We worden dus geroepen om niet alleen stil te staan

bij het Mysterie van Golgotha dat zich 2000 jaar

geleden voltrok, maar ook bij de manier, waarop

dit Mysterie in onze dagen op een nieuwe manier

werkzaam wordt.

Dat geheim in mijn leven te hebben mogen ervaren,

heeft mijn leven rijk gemaakt en heeft mij de diepe

zin van het aardse leven doen beseffen!

In dit artikel wil ik drie ervaringen weergeven die

mensen mij toevertrouwden.

1 De weerspiegeling van Zijn licht

De eerste ervaring waarover ik vertellen wil,

werd mij in het ziekenhuis verteld door een meisje

van negentien jaar. Ze lag in een ziekenhuisbed,

maar ondanks de kille sfeer van de ziekenkamer zag

ze eruit als een feeëriek, gracieus wezen, alsof ze niet

van deze aarde was.

Een week voordat ze stierf vertelde ze me dat die

nacht Jezus aan haar was verschenen.

Als een stralende lichtgestalte, zei ze, stond Hij

naast haar bed. Ze had meteen, met een innerlijk

zeker weten, geweten wie Hij was: Jezus.

Ik durfde haar niet te vragen wat Hij gezegd had;

een diepe eerbied voor deze ervaring maakte mij

terughoudend. Maar eigenlijk hoefde ik dat ook

niet te weten. Want als ik naar haar gezicht keek,

zág ik daarop de weerspiegeling van Zijn licht.

Het was alsof ik mij daar, naast het ziekenhuisbed

met die vele slangen en apparaten, op een heilige

plek bevond. Alsof ik zelfs op dat moment nog

steeds die Aanwezigheid voelen kon.

Nooit zal ik die intense vrede, die stralende glans

op haar gezicht vergeten en de diepe eerbied en

ontroering die dit alles in mij opriep.

Toen ze een week later stierf nadat ze in coma was

geraakt, wist ik waarom Jezus haar verschenen was:

om haar de moed en de kracht en het vertrouwen

te geven om die laatste stap vanuit het aardse leven

naar de Lichtwereld te kunnen zetten.

En om haar broertjes en zusjes van wie ze zoveel

hield, los te laten. Want dát was voor haar het

moeilijkste: niet de dood zelf, maar het afscheid

nemen van haar geliefden.

Een glans van vreugde

De tweede ervaring deed ik ook in het ziekenhuis op

en werd mij verteld, door de ouders van een jongen

die met kanker was opgenomen in het ziekenhuis.

Tim was 8 jaar oud en stervende. Zijn gezicht was

getekend door de pijn, hij zei bijna niets meer en het

deed iedereen die hem zag, pijn om hem zo te

moeten zien lijden.

Maar op de morgen van de dag dat hij zou sterven,

was hij een totaal ander kind geworden: zijn ogen

twinkelden en zijn gezicht straalde.

Het leek haast, alsof hij vergenoegd in bed lag.

“Vannacht is hij hier geweest en het was zo fijn,”

zei hij tegen zijn ouders. “Hij?” vroeg zijn vader.

“Ja, Jezus,” antwoordde Tim.

Meer werd er niet gezegd.

Maar zijn ouders mochten ervaren hoe hij

getroost stierf en hoe tot in de dood de

vreugdeglans op zijn gezicht bewaard bleef.

Het opvallende was, dat de ouders van Tim

onkerkelijk waren en niets met het geloof hadden.

Maar wat Tim hen vertelde, raakte hen zo intens

dat zij daardoor in staat waren de pijn van het

verlies van hun zoon met een stille waardigheid

te dragen. “Nu weet ik,” zei Tim’s vader later,

“dat er een leven voorbij de dood is en dat wij

im daar straks terug zullen zien.”

Zo veranderde de ontmoeting die Tim met Jezus

had, ook het leven van zijn ouders voorgoed.

III. Nooit meer zó alleen

Mijn derde ervaring waarover ik wil vertellen,

werd mij later toevertrouwd, toen steeds meer

mensen wisten dat ik open stond voor ervaringen

met de geestelijke wereld en die ervaringen

serieus nam. Een vrouw vertelde:

Het gebeurde toen ik mijn man had verlaten.

Ik had geen andere keus: wilde ik overleven,

dan moest ik bij hem weggaan. Maar het ergste

was dat mijn beide kinderen bij mijn man moest

achterlaten. Geloof me, dat is het allerergste wat

een moeder kan overkomen: om je kinderen

achter te laten. En hoewel ik in die situatie niet

anders kon, voelde ik mij toch schuldig, ieder uur,

iedere minuut.

Op een avond zat ik op de zolderkamer die ik

had gehuurd. En weer vloog het mij aan, dat

wurgende gevoel van schuld. Ik voelde mij alleen

en had het gevoel dat niemand ooit zou kunnen

begrijpen waarom ik deze stap heb moeten zetten.

Net zoals ik dat zelf deed, zouden ook alle andere

mensen mij veroordelen.

Ik vroeg mij af wat het leven nog voor zin had.

Ik was liever dood. Toen, op dat moment, stond

volkomen onverwacht een stralende Gestalte

van Licht in mijn kamer. De gehele kamer baadde

in Zijn Licht. Hij keek mij aan met een onbeschrijfelijk

liefdevolle blik. Ik voelde dat Hij mij begreep en dat

Hij mij helemaal accepteerde! De tranen liepen over

mijn wangen.

Ik wist meteen wie Hij was, ik wist het vanbinnen

en ik wist het heel zeker: Christus was het die voor

mij stond! Hij liet mij voelen dat ik er niet alleen

voor stond, al dacht ik zelf van wel. Ik voelde dat Hij

er altijd voor mij zou zijn, altijd.

Hoe lang Hij daar heeft gestaan, ik weet het niet.

Het leek wel een eeuwigheid. Maar toen Hij even

onverwacht weer verdwenen was als Hij was

gekomen, was ik een ander mens.

Ik begon mijzelf te aanvaarden en veroordeelde

mijzelf niet langer. In de situatie waarin ik verkeerde,

veranderde niets. Maar ik was veranderd en Christus

had mij geleerd anders met de situatie om te gaan.

Zonder zelfveroordeling en met meer vertrouwen.

Ik heb mij in mijn leven nooit meer zó alleen gevoeld

als ik mij voelde vlak vóór zijn verschijning.

Een droom op Patmos

Deze en andere ervaringen maakten een diepe

indruk op mij. Christus is dus niet een gestalte uit

het verleden, nee, Hij is ook nu actief bij ons

betrokken en wil ons wakker roepen en ons bewust

maken van de goddelijke kracht die in ons tot leven

wil komen: ons hoger Zelf, de geest of de innerlijke

Christus.

Als pastor ben ik natuurlijk met de kerk verbonden

geraakt. Vandaar dat het mij pijn deed en nog steeds

doet, dat er in de kerken weinig of geen besef is van

wat Christus in deze tijd aan en voor ons doet.

Waarschijnlijk kwam het daardoor dat ik op een keer,

toen ik op het eiland Patmos was, het eiland waar

Johannes de Openbaringen schreef en inzicht kreeg

in het geheim van de wederkomst van Christus,

een droom kreeg…

In die droom zat ik in een kerk tussen de vele mensen

die luisterden naar wat een dominee vertelde. Op een

gegeven moment, voor mij totaal onverwacht, gaf de

dominee mij zomaar in de droom het woord.

Toen zei ik heel spontaan, zonder daar over na te denken:

“Christus is gestorven in de kerken. Hij leeft er niet meer.”

Terwijl ik dat zei, begonnen tranen over mijn gezicht

te rollen. Opnieuw zei ik: “Christus is dood,

Hij is opnieuw gestorven in de kerken.”

Toen ik wakker werd, was mijn gezicht nog nat van de

tranen. Het is deze pijn die ik nog steeds voel en die mij

ertoe aanzet om overal en zolang het maar mogelijk is,

te vertellen over het mysterie van Christus

en hoe Hij in deze tijd werkzaam is.

Hans Stolp