Dit leven is een voorbereiding
Ons huidige leven is een voorbereiding op latere levens.
Het verdriet en de pijn die je in dit leven doorleeft,
brengen je uiteindelijk, als je er op de juiste wijze
doorheen gaat en eraan groeit, een hogere, diepere
wijsheid die je nodig hebt in volgende levens.
Kijk terug op alles wat je inmiddels hebt doorleefd.
Vraag niet: Waarom? Maar sta met verwondering stil
bij de stille winst die je op het donker van het leven
mocht behalen: de winst van een groeiende wijsheid,
van een sterkere liefdeskracht en van een dieper
inzicht in de verborgen geheimen van het leven.
Voel hoe je verbonden blijft met gestorven geliefden
die jou vooruit gegaan zijn. Voel maar hoe zij door
jou heen werken aan een wereld die liefde kent, de
liefde eert en deze liefde ziet als het hoogste goed.
Zo mag je al iets van toekomstige ontwikkelingen
in je eigen leven gaan ervaren en bewust worden.
Christus zelf is het die ons roept en ons vraagt Hem
bij te staan: nu én in volgende levens. Hij is het die
de ontwikkeling van de mens op aarde leidt en in
zijn handen houdt. Hij is het die de aarde en de
mensen wil omvormen tot louter liefde.
Besef: in zijn handen zijn wij veilig, wat er ook gebeurt.
Ons huidige leven is een voorbereiding en vraagt
van ons om ons van de geestelijke wereld bewust
te worden, ons te wijden aan geestelijke groei en te
streven naar een hoger, geestelijk denken dat alleen
maar liefde kent en liefde is. Want Christus is Liefde
en ook wij zullen ooit, eens, alleen maar liefde zijn.
Inleiding: terugkijken of vooruitkijken
Het kerkelijke christendom kijkt vooral terug:
• Op wat er tweeduizend jaar geleden gebeurde
bij het sterven van Jezus Christus op de heuvel
Golgotha in Jeruzalem.
• En op wat daaraan vooraf ging:
de ontwikkelingsweg van het volk Israël.
Dat volk zou uiteindelijk die ene mens
moeten voortbrengen; Jezus van Nazareth,
die sterk genoeg zou zijn om bij de Doop in
de Jordaan de Christusgeest in zich op te
nemen, zonder daaraan meteen te bezwijken.
Het esoterische christendom kijkt vooral vooruit:
• Vanuit de kosmische gebeurtenissen op
Golgotha, waar de Christusgeest zich voorgoed
verbond met de aarde en de mensheid, naar de
toekomst. Want daarin zal de Christus(geest) de
mensheid stap voor stap een nieuwe ontwikkeling
schenken.
• Ook wordt ons oog gericht op de verre, verre
toekomst, waarin de mens eens aan Christus gelijk
zal worden. Want dat is het hoge doel van onze
ontwikkeling op aarde.
Rudolf Steiner heeft die weg naar de toekomst keer
op keer beschreven. Nu eens belichtte hij het ene
aspect, dan weer het andere.
Daarbij liet hij zijn leerlingen de fasen en tijdperken
zien, waar de mensheid doorheen zou gaan. Anders
gezegd: hij beschreef nauwkeurig hoe de weg naar
die verre toekomst dan wel zou verlopen.
Is het overigens belangrijk je met die toekomstige
ontwikkelingen bezig te houden? Over uiterlijk
honderd jaar zijn we immers allang weer terug naar
de geestelijke wereld en hebben we dus niet zoveel
meer met de aardse ontwikkelingen te maken,
denken velen. Maar vergeet niet dat we, de vele
uitzonderingen daargelaten, na zo’n 700 á 800 jaar
steeds weer terugkeren naar de aarde. Als we iets
van de, verdere, toekomst op aarde weten, kunnen
we dus ook zien in wat voor een wereld en met welke
opdrachten we weer naar de aarde zullen terugkeren.
Bovendien kunnen we ons daardoor in dit leven al
voorbereiden op die toekomstige levens.
Dat is belangrijker dan velen beseffen!
Je bezighouden met de toekomst laat dus iets zien
van het patroon van onze toekomstige levens op
aarde. Bovendien zullen degenen die inzicht hebben
in de toekomst, na hun dood vanuit de geestelijke
wereld mogen meewerken aan de juiste
ontwikkelingen op aarde.
1. De grote ingewijden en wat zij zagen
Dat er corona zou komen en dat die de wereld in zijn
greep zou krijgen, wist niemand: het kwam totaal
onverwacht op ons pad.
Wat er na de corona gebeurde, en wat ons dus nog
meer te wachten staat, is eveneens verborgen voor ons.
Dat maakt duidelijk dat we niets zinnigs kunnen zeggen
over de toekomst. Althans niet met onze gewone
zintuigen.
Toch zijn er altijd mensen geweest die wel in staat waren
iets te vertellen over de toekomst, meestal in de vorm
van indrukwekkende, grootse beelden zoals we die
bijvoorbeeld in De Openbaring van Johannes aan treffen.
Het ging daarbij altijd om hoge ingewijden,
zoals bijvoorbeeld:
• Johannes van Patmos,
• Hermes Trismegistos uit Egypte
• en Zarathoestra uit Perzië.
Ook in latere eeuwen traden zulke ingewijden op.
Om slechts een enkel voorbeeld te noemen: Emanuel
Swedenborg, de wereldberoemde Zweedse geleerde.
Hij doorleefde in 1743 een diepe crisis en kreeg in de
jaren daarna een reeks visioenen te zien, waarin de
toekomst van de mensheid beschreven werd.
Ook werden hem de vele indringende beelden uit
De Openbaring van Johannes uitgelegd.
Terzijde: de ziener Jacob Lorber, een Oostenrijks
mysticus en profeet die omstreeks 1850 leefde,
vertelde dat Emanuel Swedenborg een incarnatie
was van de Joodse profeet Daniël.
Al deze zieners beschreven de toekomst in grootse
beelden. Maar in de huidige tijd was het Rudolf
Steiner die de toekomst van de mensheid voor het
eerst in heldere, logische taal beschreef, passend bij
het denken van de moderne mens: dat was en is een
grote gebeurtenis in de geschiedenis van de mensheid.
Maar hoe konden al deze ingewijden dan wel iets zinnigs
over de toekomst zeggen, in tegenstelling tot wij?
Dat was mogelijk omdat zij konden schouwen.
Dat wil zeggen:
• zij werkten aan zichzelf en dus aan hun innerlijke
ontwikkeling, op tempel- of mysteriescholen, of in
het gewone alledaagse leven
• ze gingen vervolgens door een diepe levenscrisis,
op het scherp van de snede heen, waardoor
• de geestelijke wereld nog verder voor hen openging.
Bij deze levenscrisis kregen zij als hoge ingewijden
verbinding met de astrale wereld, ofwel: begonnen
zij te schouwen in de astrale wereld. Het kenmerkende
van de astrale wereld is het feit dat daar geen ruimte
te vinden is, maar wel tijd. Maar dan de omgekeerde
tijd: in de astrale wereld zie je de toekomst eerst, en
dán pas, terugkijkend, de ontwikkelingen die naar die
toekomst hebben geleid. De ingewijden die in de astrale
wereld kunnen schouwen, kunnen daar dus de toekomst,
in grootse beelden zien. Daarbij werd het hen duidelijk
dat de menselijke ontwikkeling steeds weer door zeven verschillende ontwikkelingsfasen heen gegaan ís,
en steeds weer heen zal gaan:
• Door zeven incarnaties van de planeet aarde: wij leven
nu op de vierde incarnatie van moeder Aarde.
• De huidige aarde zelf, gaat ook weer door zeven
Tijdperken heen; wij leven nu in het vijfde Tijdperk:
het na-Atlantische Tijdperk.
• Ook het na- Atlantische Tijdperk gaat op zich, ook
weer door zeven perioden heen: de zeven
cultuurperioden.
Wij leven nu in de vijfde, of Germaans-Angelsaksische cultuurperiode van het na-Atlantische Tijdperk.
Er ligt dus nog een hele toekomst voor ons.
Anders gezegd:
• er zullen na de ondergang van de huidige aarde nog
drie nieuwe incarnaties van moeder Aarde volgen.
• En na het huidige, ofwel het na-Atlantische Tijdperk ,
zullen er nog twee grote Tijdperken volgen; het 6e en
het 7e, voordat de aarde ten onder gaat om zich voor
te bereiden op haar volgende incarnatie.
• En na de huidige cultuurperiode zullen er nog twee
volgen, voordat we naar het volgende,
6e, Tijdperk overgaan.
2. Een blik op de huidige tijd
Als we een blik werpen op wat de grote ingewijden over
de huidige tijd zeggen, dan wordt het volgende duidelijk:
• In 1899 eindigde het Kali Yuga ofwel het Donkere
Tijdperk dat 5000 jaar duurde.
• In het huidige tijdperk, dat in 1899 begon, gaat heel
langzaam en heel geleidelijk het gordijn open dat de
aardse wereld zo lang afschermde van de geestelijke
wereld.
• Onze etherische lichamen zullen in dit tijdperk heel
geleidelijk weer wat soepeler worden; daardoor zullen
vanaf die tijd allerlei geestelijke ervaringen mogelijk
worden, zoals:
• Bijna-doodervaringen, engelervaringen en
communicatie met gestorvenen.
• Vanaf de dertiger jaren van de vorige eeuw zullen
bovendien steeds meer mensen Christus mogen
schouwen, gehuld in een etherisch lichaam en daarom
ook wel de etherische Christus genoemd.
• Daarnaast zullen uit ons eigen innerlijk donkere
kanten, die tot nu toe verborgen waren, naar boven
komen en ons gaan beheersen:
• Bijvoorbeeld egoïsme, angsten, agressie en
moordzucht. Deze gevoelens en impulsen worden wel
onze dubbelganger genoemd, enigszins vergelijkbaar
met wat C.G. Jung onze schaduw noemt.
• In de komende decennia en eeuwen zullen deze
donkere krachten steeds duidelijker naar voren treden.
Psychiaters, psychologen en therapeuten zullen niet
begrijpen waar die krachten vandaan komen.
Denk als voorbeeld aan zinloos geweld dat tegenwoordig
zo vaak voorkomt dat velen dit geweld ‘gewoon’ gaan
vinden en niet beseffen dat deze vormen van geweld
betrekkelijk nieuw zijn.
Overigens: hoe kunnen we onze dubbelganger, en dus:
onze angsten bestrijden?
Door ons steeds weer te bezinnen op het leven dat achter
ons ligt en in te zien hóe zeer we in de loop van ons leven
geholpen werden. En wel door de verborgen leiding en
hulp vanuit de geestelijke wereld. Waar wij spreken over toevalligheden was in het verborgene vaak de geestelijke
wereld aan het werk. Je bewust worden van die hulp en
die met dankbaarheid koesteren, vermindert onze angst.
Tot slot
3. De komst van Ahriman
Ahriman, die in de Bijbel de Satan wordt genoemd,
zal in het begin van het derde millennium als mens
geboren worden, dus: incarneren.
Daarom moeten we nu al rekening gaan houden
met een mogelijke optreden van Ahriman op aarde
en met de gevolgen daarvan.
Waarschijnlijk zal hij in Amerika leven en werken.
Hij wordt de vader van de leugen genoemd.
Ahriman zal, als hij eenmaal geïncarneerd en
volwassen geworden is, een occulte school stichten.
Maar de leerlingen die op die school tot zullen tot
helderziende worden opgeleid en zullen elkaar
na de voltooiing van hun opleiding allemaal
tegenspreken. Hoe komt dat?
Omdat ze op die school niet leren werken aan
zichzelf: aan eerlijkheid, oprechtheid en innerlijke
eerbied voor God. Daarom is hun ziel vervuild,
het instrument waarmee zij zullen leren kijken
in de astrale wereld.
Het gevolg daarvan is dat zij misvormde en
verkeerde waarnemingen zullen opdoen en
elkaar zullen tegenspreken.
Ons antwoord op die ontwikkeling, die zeker
komen gaat, moet zijn dat wij ons met al onze
inzet wijden aan een zuivere, geestelijke
ontwikkeling van onszelf en onze kinderen.
Zo zullen scholen gemeenschappen moeten
worden waar de leerlingen werken aan zichzelf,
meer dan dat ze kennis verzamelen.
Die kennis vinden ze tegenwoordig vanzelf op
internet.
Dat geldt echter niet voor vermogens als zelf
inzicht, zelfbeheersing, respect voor elkaar en
eerbied voor de geestelijke wereld.
De ontwikkeling van deze vermogens zal op de
school van de toekomst centraal moeten staan.
In feite moet het omvormen van scholen tot
dergelijke vormende gemeenschappen nu al
beginnen.
Ahriman begint ons nu al te verleiden tot een
dor en doods denken. Dat zal in de komende
eeuwen steeds sterker het geval zijn. Het is een
rationeel denken waar je niet enthousiast van
wordt en dat de mens onverschillig laat.
Ofwel een kil denken dat de mens weliswaar
grootse plannen en machtige machines
schenken zal, maar dat hem niet inspireert,
verwarmt en blij of gelukkig maakt.
De grote aartsengel Michaël, de geestelijk leider
van de huidige cultuurperiode 1414 – 3573,
wil ons daarentegen een levend, verwarmend en
inspirerend denken schenken. Dat denken maakt
ons wèl blij, schenkt ons geestelijk houvast en
maakt ons bewust van de geestelijke wereld.
Dát is de eigenlijke strijd die in deze tijd, maar
ook in de komende eeuwen en millennia
gaande is: die tussen Michaël, die gesteund wordt
door Christus, en Ahriman, ofwel de strijd tussen
een doods denken en een levend denken.
Dit inzicht plaatst ieder mens voor de vraag of hij,
vanbinnen, het verschil kent tussen het dode
Ahrimanische denken en het levende Michaëlische
denken. Van welk denken word je blij en warm of
enthousiast, en welk denken laat je onverschillig?
Welk denken beoefen je nu eenmaal omdat het
moet, maar waarvan je merkt dat het je niet
verwarmt?
En van welk denken kun je echt blij worden?
Ahriman zal door zijn volgelingen,
hoe schokkend, zelfs Christus genoemd worden.
Deze strijd om Christus te vervangen door
Ahriman zal duizenden jaren duren: heel de rest
van ons huidige na-Atlantische Tijdperk.
Het levende Michaëlische of Christelijke denken
en het dorre Ahrimanische denken zal de mensen
steeds verder uit elkaar drijven.
Omstreeks 2250 zullen de gangbare
wetenschappelijke gedachten geen betekenis
meer hebben voor de leerlingen van Michaël
en Christus.
4. De komst van de etherische Christus
Niet alleen Michaël, maar ook Christus staat ons
bij in de komende eeuwen en millennia in onze
strijd met Ahriman.
Daarom verschijnt Christus sinds 1933 steeds
vaker aan enkelingen en soms ook aan groepen.
Paulus noemt deze gebeurtenis de Epifaneia
ofwel de verschijning van Christus.
In zijn brief aan Timotheüs roept Paulus hem;
Timotheüs, die als een zoon voor hem is, op om
te streven naar gerechtigheid, liefde en
zachtzinnigheid. En, zegt Paulus, het is belangrijk
dat Timotheüs dit blijft doen tot de verschijning
van onze Heer Jezus Christus.
( 1Timotheüs 6: 14)
Bij zijn verschijning schenkt Christus aan ieder
die zich innerlijk met Hem verbindt, bijzondere
inzichten, en dus: bijzondere krachten, die hem
helpen in zijn strijd met Ahriman:
• Inzicht in de geestelijke strijd die gaande is
tussen Michaël en Ahriman;
• Inzicht in de beide vormen van denken:
het dode en het levende denken;
• Inzicht in het feit dat Ahriman ons nu en in
de komende eeuwen gebeurtenissen zal laten
overkomen die alle aandacht naar zich toe
zullen trekken.
Deze gebeurtenissen zullen ons afleiden van
wat er eigenlijk speelt: de strijd tussen
Ahriman en Michaël.
De komst van corona was daar een goed
voorbeeld van: veel mensen richten zich
helemaal daarop en vergaten wat er achter
verborgen lag: de strijd tussen Ahriman en
Michaël.
De mensen die zich deze nieuwe krachten,
die Christus met zich meebrengt bij zijn
verschijning in de etherische wereld, eigen
zullen maken, zullen daardoor vanbinnen
veranderen.
Maar niet alleen op aarde veranderen mensen
door de verschijning van Christus en door de
bijzondere krachten die Hij ons schenkt, ook
na hun dood zullen de mensen die zich op
aarde met de etherische Christus verbonden
hebben en dus met de hogere Liefde die Hij
ons komt brengen, nieuwe en andere
ervaringen opdoen.
Zij zullen na hun dood Christus mogen ontmoeten
als de Heer van het Karma die hen uiterst liefdevol
inzicht schenkt. Daardoor zullen ze hun aardse
leven kunnen begrijpen en doorzien, en antwoord
krijgen op de vraag van het waarom: waarom moest
mij dit alles op aarde overkomen?
Een heel klein beetje begint dit in deze tijd ook al
op aarde te spelen: er zijn mensen die bij iets dat
ze zeggen of doen, meteen, maar wel heel subtiel,
een soort droombeeld krijgen van wat de gevolgen
van die woorden of daden zijn. Dit is nog maar de
eerste stap van een veel verdergaande ontwikkeling.
Dit alles is nog slechts het begin van de wederkomst
van Christus: steeds meer zal Hij zich in de toekomst
voelbaar en zichtbaar met de mensen verbinden
die zich voor Hem openstellen.
5. Een blik op de toekomst: 2234 – 2588, ofwel
globaal de periode van 2200 tot 2600
Behalve:
• de zeven verschillende incarnaties van moeder
Aarde,
• de zeven Tijdperken van de huidige aarde en
• de zeven verschillende cultuurperioden,
speelt ook nog een ander ritme een belangrijke
rol: de regentschappen van de aartsengelen.
Elke 350 jaar mag een andere aartsengel de
mensheid met zijn energieën inspireren.
Wij noemen die aartsengel dan een regent.
Op dit moment is Michaël onze regent:
hij begon in 1879 met de uitoefening van zijn
regentschap en zal dat in 2234 neerleggen.
Terzijde: Michaël is, zoals we eerder al zagen,
ook de geestelijk leider van onze huidige
cultuurperiode (1413 – 3573) en werkt dus op
een dubbele manier op ons in: als regent en
als geestelijk leider van de cultuurperiode.
In 2234 zal de aartsengel Orifiël de taak van
Michaël als regent overnemen.
Diens regentschap zal 350 jaar duren: tot 2588.
Orifiël heeft een heel andere energie dan Michaël.
Hij is verbonden met de planeet Saturnus, net zoals
Michaël met de Zon verbonden is en is dankzij die
energieën gericht op de aarde, terwijl Michaël ons
richt op de geestelijke wereld.
Orifiël wil ons lagere ik, ons ego, versterken en de
mens aan de aarde binden.
Begrijpelijk dus dat deze ontwikkeling rond 2300,
als de energie en de inwerking van Orifiël langzaam
op gang beginnen te komen, zal leiden tot
conflicten met de geleidelijk afnemende energie
van Michaël.
In die tijd (dus rond 2300) van botsende energieën
zullen er mensen moeten zijn die de fakkel van
spirituele kennis en inzichten levend houden.
Een deel van hen wordt in hun huidige leven op
aarde op een snelle reïncarnatie in die tijd
voorbereid.
Saturnus en daarmee ook Orifiël, is verbonden met
ons geheugen. Saturnus vormt zelfs de oorsprong
van ons geheugen. Het is opvallend hoezeer ons
geheugen geleidelijk verslechtert.
Voordat de boekdrukkunst werd uitgevonden,
leerden de mensen, met name de monniken,
alles uit het hoofd. Ze konden hele manuscripten
opzeggen.
Nu is dat niet meer nodig en nu zouden we dat
ook niet meer kunnen, omdat ons geheugen
zoveel zwakker is geworden.
Deze ontwikkeling wordt in onze tijd nog versterkt
door de komst van telmachines en computers.
Maar in de tijd van Orifiël zal er een nieuw
geheugen ontstaan waarvan we nu al iets kunnen
herkennen en ervaren.
Kijk bijvoorbeeld eens terug op je leven.
Wanneer je dat doet dan zie je meestal allerlei
losse gebeurtenissen en herinneringen.
Maar in de tijd van Orifiël zul je waarschijnlijk geen
losse fragmenten meer zien, maar veel meer een
samenhangend geheel, een tableau.
Dat wil zeggen dat je dan een beetje begint te
begrijpen waarom al die gebeurtenissen plaatsvonden.
Overigens: dit geldt alleen voor de mensen die werken
aan zichzelf en die kiezen voor het pad van geestelijke ontwikkeling.
Sommigen mensen beginnen, het allereerste begin van,
deze nieuwe ontwikkeling al een beetje in onze tijd
te beleven: ze beginnen hun herinneringen al een
klein beetje te zien als een samenhangend geheel.
Daarnaast zal de mens in die tijd geleidelijk een nieuw
orgaan ontvangen dat de herinneringen aan vorige
levens bewaart.
Daardoor leren de mensen hun karma begrijpen en
kunnen ze steeds beter begrijpen waarom hen allerlei
karmische ervaringen overkomen.
Maar, zoals gezegd, niet iedereen zal deze nieuwe
vermogens ontvangen.
Degenen die niet werken aan zichzelf en geen
zelfstandig ik ontwikkelen ofwel niet op eigen benen
leren staan, blijven hangen in de sfeer van de
groepsziel. Daardoor zullen ze dit nieuwe orgaan niet
kunnen ontvangen, omdat de basis daarvoor ontbreekt.
Dat heeft echter grote gevolgen voor hun volgende
incarnatie: omdat ze zich niet ontwikkelen zoals
bedoeld en in wezen achterblijven in hun ontwikkeling,
zullen ze in een volgende incarnatie zenuwaandoeningen
krijgen die veel ernstiger zijn dan wat we nu aan dit
soort ziektes kennen.
Ieder mens draagt vanbinnen donkere, verborgen
krachten met zich mee. Die donkere krachten bestaan
niet alleen uit oud karma, maar ook uit onze
dubbelganger.
De mens moet leren om die krachten stap voor stap
te veredelen en te transformeren. Zo moet hij, het is
maar een voorbeeld, wilde agressie omvormen tot
een hoger zelfbewustzijn.
Daarom is werken aan onszelf zo belangrijk.
Maar degene die niet werkt aan zichzelf, die zich die
donkerekrachten vanbinnen niet bewust maakt en
ze evenmin leert om te vormen, zal door die krachten
overrompeld worden.
Die donkere krachten kunnen zomaar op een dag
losbreken uit zijn innerlijk en hem zijn bezinning
doen verliezen. Hij zal dan ervaren hoe die krachten
zijn instincten doordringen en hem meeslepen in
een teugelloos geweld. Het allereerste begin
daarvan merken we in onze tijd ook al.
De eenzijdig materialistische ontwikkeling gaat door
tot 2300/2400. Gigantische en voor ons nog
onvoorstelbare machines zullen worden uitgevonden
en gebruikt.
Deze machines zullen demonische wezens creëren
die tot leven komen en zich tegen de mens zullen
richten.
Hoe is het mogelijk dat zulke wezens ontstaan?
Dat is mogelijk, omdat die machines niet met liefde,
vreugde en vanuit een gevoel van schoonheid zijn
ontwikkeld, maar met onverschilligheid en zonder
vreugdevolle betrokkenheid. Waar dat gebeurt
hechten onverschillige natuurwezens en demonen
zich aan die machines die zich vervolgens tegen de
mensen keren.
Het zal duidelijk zijn dat machines en wat de mens
ook maar creëert, die wel met vreugde, enthousiasme
en liefde worden gemaakt, liefdevolle wezens
aantrekken: natuurwezens en andere geestelijke wezens
die vol liefde op de mensen gericht zijn en die hen
willen bijstaan. Helaas zullen de meeste machines in
die tijd uit plichtsbesef en zonder vreugde worden
gemaakt, dus demonische wezens aantrekken die de
mens zullen belagen.
Degene die zich in die tijd niet, net zomin als in hun
vorige levens, met de kosmische Christus hebben
verbonden, zullen gaan ervaren hoe hun zielen zich
na hun 33e jaar terugtrekken uit hun lichaam.
Hun zielloze lichamen, die over een automatisch
intellect beschikken, zullen dan in bezit worden
genomen door demonen.
Waarom dat getal 33?
Omdat de krachten die wij vanuit de geestelijke
wereld bij onze geboorte hebben meegekregen,
in die tijd nog maar toereikend zijn voor de eerste
33 jaar van ons leven. Daarna moeten wij de
geestelijke krachten gebruiken die wij zelf op
het leven, op het lijden en op het werken aan onszelf
veroverd hebben. Deze zelf verworven en van Christus
ontvangen krachten zullen ons in die tijd in staat stellen
om ook na ons 33e jaar voort te leven op aarde.
6. Het regentschap van Anaël: 2588 – 2942,
ofwel globaal de periode van 2600 tot 2950
Anaël is de aartsengel die Orifiël opvolgt als regent.
Hij is verbonden met de planeet Venus en dus stromen
gedurende zijn regentschap de bijzondere Venuskrachten
van de liefde de zielen van de mensen binnen.
Degenen die nu op aarde leven komen over 700 à 800
jaar terug naar de aarde – en wel gedurende het
regentschap van Anaël. Dat is een positieve tijd dankzij
de liefdeskrachten van Anaël:
• Het wordt een tijd van idealen en religieuze impulsen;
• Het wordt een tijd van grote offerdaden die uit liefde
gebracht worden;
• Het wordt daarnaast een tijd van krachtige artistieke
impulsen. Maar: de mensen die geen gevoel voor
rechtvaardigheid, eerlijkheid en liefde hebben nagestreefd,
zullen steeds minder goed kunnen denken en dom worden.
Maar wie zich wel aan die deugden wijdt, zal als vanzelf de bewustzijnsziel ontvangen die een hoger denken mogelijk
maakt. Bovendien zullen mensen in die tijd een instinctief
gevoel voor socialisme hebben, niet voor een politieke
partij, maar in de zin van een sociale bewogenheid om
anderen. Maar tegelijk zullen ook de antisociale krachten
sterker worden. Die zijn nodig om ons ik te versterken.
Maar het is wel een ontwikkeling die een toenemend
egoïsme teweeg brengt. Om de zin van die antisociale
krachten en dat groeiende egoïsme te begrijpen, is het
belangrijk om te beseffen dat het de belangrijkste taak
van het huidige, vijfde of na-Atlantische Tijdperk is om
ons ik te ontwikkelen: eerst ons lagere ik, dan ons
hogere ik, ofwel ons hoger Zelf, of onze innerlijke
Christus.
Wie zich in onze tijd stort op het materialisme en gaat
voor een gemakkelijk, comfortabel leven, die zal in dat
volgende leven ontdekken dat hij het vermogen verloren
heeft om dieper op de dingen in te gaan en na te denken.
Anders gezegd: die zal in dat leven door de antisociale
krachten en het groeiende egoïsme worden meegesleept.
7. Het regentschap van Zachariël: 2942 – 3296,
ofwel globaal de periode van 2950 tot 3300
Zachariël is verbonden met de planeet Jupiter. Jupiter is de
oppergod van de Romeinen: hij geeft leiding en neemt de
belangrijke besluiten. Onze wijsvinger heet, hoe veelzeggend,
eveneens Jupiter. Van Jupiter gaat wijsheid uit en zinvolle leiding.
Zachariël brengt ons dus een impuls van wijsheid, en brengt ons
daarnaast een hoger, harmonieus denken.
Tijdens het regentschap van Zachariël wordt ons etherische
lichaam ruimer en groter. Daardoor krijgt de mens steeds meer indrukken en beelden vanuit de geestelijke wereld. Daarom is
het belangrijk dat de mens inmiddels beschikt over een juist
inzicht in de geestelijke wereld om die beelden te kunnen begrijpen. De ontwikkeling van dit nieuwe vermogen wordt pas omstreeks 4500 voltooid. Ook gaan de mensen het licht dat van Christus uitgaat zien. Daardoor worden de woorden waar die
Jezus Christus eens tegen de blindgeborene zei: Ik ben het Licht
der Wereld ofwel: de mensen verliezen hun aangeboren onvermogen om Christus te zien en worden ziende.
De mensen beginnen nu ook, als ze naar andere mensen
kijken, de essentie van de ander te zien en staren zich niet
langer blind op diens uiterlijke verschijning. Zo verandert
onze hele manier van kijken naar het leven.
Wie geestelijk meegroeit met deze ontwikkelingen ontdekt:
de dood is een vriend. Daardoor wordt het de mensen in
die tijd mogelijk om te beseffen: de gestorvenen werken
door de levenden op aarde heen. Wanneer ze dat beseffen
worden ze een instrument van de gestorvenen die de hoge inzichten omtrent de voortgang van de menselijke
ontwikkeling op aarde, die zij na hun dood in de geestelijke
wereld ontvangen hebben, willen realiseren.
8. Het regentschap van Rafaël: 3296 – 3650,
ofwel globaal de periode van 3300 – 3650
Rafaël is verbonden met de planeet Mercurius.
Hij wordt vanwege de genezende kwaliteiten die
van Mercurius uitgaan ook wel de grote kosmische
arts genoemd. Hij geneest de mensen allereerst in
moreel opzicht: van hun egoïsme, hun eenzijdige
materialisme en hun gemakzucht. Maar daarnaast
werkt hij ook genezend op hun fysieke lichaam in:
zou hij dat niet doen, dan zouden de lichamen van
de mensen in die tijd aan het verval ten onder gaan.
Van Rafaël gaat ook een krachtige impuls uit om
wetenschap, kunst en religie weer tot een eenheid
om te vormen.
Rafaël schenkt degene die zich daarvoor openstelt
ook een hogere liefdeskracht: de liefde voor de
enkeling of het eigen gezin wordt nu tot een liefde
voor alle mensen. Het gevolg daarvan is dat niemand
meer gelukkig kan zijn, als ook de andere mensen
niet gelukkig zijn.
Steeds meer spirituele groepen mensen zullen in
die tijd samenkomen en vormen met elkaar een
nieuwe groepsziel-in-vrijheid: je kiest voor die
groepen in vrijheid, helemaal zelf.
Door deze groepen kunnen hogere, engelen,
wezens gaan werken. Steeds meer mensen zullen
de verschijning van Christus gaan ervaren, en de
lichtverschijnselen die daarmee gepaard gaan.
Anderen zullen die verschijning en die verschijnselen
afdoen als illusie en als zelfbedrog. Zo ontstaat er
een verdere tweedeling in de samenleving die steeds
sterker zal worden.
In 3573 gaat de 5e na-Atlantische cultuurperiode,
de Germaans-Angelsaksische cultuurperiode,
ten onder.
Heftige rampen en omwentelingen vinden plaats.
Waarom zijn die nodig?
Deze oude cultuurperiode moet nu plaats maken voor
een heel nieuwe cultuurperiode die radicaal anders zal
zijn.
Rond 3500 zullen velen die nu leven voor de tweede
keer terugkeren naar de aarde om zich opnieuw te
belichamen. Dat betekent een incarnatie in een
beslissende tijd: zullen er in die tijd genoeg wetenden
zijn die samen het zaad mogen vormen voor een heel
nieuwe cultuurperiode? Daarom is ons huidige leven
vooral ook een voorbereiding op dat komende leven
als er grote beslissingen gaan vallen.
Schrik niet van deze toekomstige ontwikkelingen.
Besef: wij zijn strijders van de Geest.
Daarbij is het belangrijk het louter intellectuele denken
nu alvast om te vormen tot een levend, creatief
en fantasierijk denken.
Zoals gezegd eindigt in 3573 de 5e na-Atlantische
cultuurperiode. Daarmee eindigt ook de werkzaamheid
van de aartsengel Michaël als leider van de deze
cultuurperiode.
9. Onze levensopdracht voor dit leven:
• Zie dit leven als een voorbereiding op komende
incarnaties. Globaal gezien zullen onze
eerstvolgende incarnaties plaatsvinden rond 2800
en 3500. Maar op deze regel zijn vele uitzonderingen:
als Christus ons eerder nodig heeft, keren we eerder
naar de aarde terug. En als we later nodig zijn,
gaan we later.
• Word je bewust van de geestelijke wereld en
onderhoud de verbinding met deze wereld door
middel van gebed, meditatie, dromen en door
het verwerven van inzicht.
• Probeer stap voor stap je gewone, aardse denken
om te vormen tot een hoger denken.
• Wijd je aan geestelijke groei en schaaf beetje bij
beetje aan je donkere karaktertrekken, maar daarvoor
moet je ze eerst wel kennen, ofwel zelfinzicht hebben.
. Leer pijnlijke levenservaringen steeds meer te zien als
noodzakelijke levenslessen en maak je de geestelijke
winst bewust die je op deze ervaringen veroverde.
• Word een kanaal voor geliefde gestorvenen die via
jou de aarde willen omvormen tot een planeet vol liefde.
Hans Stolp
