Eerlijk kijken naar jezelf

Intro:

Eerlijk kijken naar jezelf

Als je ook maar een klein beetje wijzer wilt worden en wat meer inzicht wilt krijgen, dan zul je allereerst moeten leren om eerlijk naar jezelf te kijken. Want échte (levens) wijsheid ontstaat daar, waar mensen de moed hebben om kritisch naar zichzelf te kijken. Maar hoe doe je dat eigenlijk? Van oudsher worden er eenvoudige, maar doeltreffende oefeningen doorgegeven om jezelf te leren kennen, en om je ego en je zintuigen als het ware opnieuw op te voeden. Bij dergelijke oefeningen leer je bovendien ook nog eens je eigen karma op het spoor te komen, en zodoende inzicht te krijgen in de diepere achtergronden van je leven. Ook leer je eerlijk waar te nemen, wanneer je eigen onvolkomenheden op een ander projecteert en leer je die projecties terug te nemen. Een belangrijke les, want hoeveel relaties gaan nu juist door dergelijke projecties kapot!

Eerlijk kijken naar jezelf: het maakt ons bewust wie wij eigenlijk zijn, uit welke werelden wij afkomstig zijn en wat wij komen doen op aarde. Daarnaast krijgen wij zicht op ons eigen geweten en leren wij hoe wij ons geweten sterker kunnen maken. En wanneer je dit alles ook nog eens doet met humor en liefde, dan worden de oefeningen die je leren eerlijk naar jezelf te kijken een vrolijk spel, maar wel een spel, dat de aller diepste en allerheiligste kracht in onszelf aan het licht brengt: de Geest.

Eerlijk leren kijken naar jezelf: het brengt zoveel innerlijke winst dat het de moeite meer dan waard is om je daaraan te wijden!

Inleiding:

Waarom is het eigenlijk zinvol om eerlijk naar jezelf te leren kijken?

We gaan in deze tijd de drempel over en krijgen verbinding met de geestelijke wereld: BDE’s, engelen, contact met gestorvenen en Christuservaringen worden steeds ‘gewoner.’ Door deze ervaringen wordt een hele nieuwe geestelijke groei mogelijk. De groei die dan ontstaat, schenkt ons achtereenvolgens het vermogen van:

-beeldend denken of helder leren zien, ook wel imaginatie genoemd;

– helder horen, ook wel inspiratie genoemd, denk aan de apostel Johannes van Patmos.

– helder voelen – wordt intuïtie genoemd.

Kortom: geestelijke groei is in deze tijd noodzakelijk om metde geestelijke wereld op de juiste wijze te leren omgaan.

Het is de grote Aartsengel Michaël die het gordijn, de sluier van Isis, opentrekt en ons aanspoort de drempel over te gaan. Sinds 1879 is hij de regent of inspirator van onze tijd tot omstreeks 2300.

Bij elke drempelovergang verschijnt de kleine wachter op de drempel: Heb je geestelijk al het niveau bereikt dat nodig is om deze nieuwe wereld binnen te gaan? Zo niet, dan komt al het onverwerkte, zoals emoties etc. naar boven. Vergelijk ijvoorbeeld wat er gebeurt tijdens de midlifecrisis: hoe minder iemand verwerkt heeft, hoe groter de problemen waarin hij terecht komt. Om verbinding met de geestelijke wereld te krijgen, hebben we geestelijke ogen en oren nodig. Die ontstaan alleen als wij ons geestelijk ontwikkelen. De mol heeft ogen die nauwelijks iets zien en zo klein als speldenknopjes zijn. Hij heeft die ogen dan ook niet nodig, omdat hij onder de grond leeft. Zou hij bovengronds leven, dan zouden door de inwerking van het zonlicht die ogen steeds krachtiger, groter en werkzamer worden. Zo kunnen ook wij nu, doordat het licht van de geestelijke wereld over de aarde begint te stralen, geestelijke oren en ogen ontwikkelen. Maar daarvoor is het gaan van de weg van geestelijke groei noodzakelijk. We leven in de tijd waarin ons vanuit de geestelijke wereld de opdracht wordt gegeven om ons bewustzijn te ontwikkelen. Anders gezegd: onze bewustzijnsziel.

Dankzij dit bewustzijn wordt geloven tot weten en leren we een gevoeligheid te ontwikkelen voor dat wat achter de buitenkant verborgen ligt. Om die gevoeligheid te ontwikkelen moeten we de weg naar binnen gaan. Alleen wie inzicht in zichzelf krijgt, krijgt zicht op het eigenlijke, verborgen wezen van de ander.

Pas dan kunnen we leren kijken tot voorbij de buitenkant van de gebeurtenissen die ons overkomen.

Ita Wegman vertelde over het sterfbed van Rudolf Steiner: Het was duidelijk dat men hem nodig had in de geestelijke wereld. Ook was duidelijk dat hij de geestelijke wereld iets belangrijks te vertellen had dat alleen hij kon meedelen. Nadenkend over deze indrukwekkende uitspraak wordt duidelijk: de ware kennis is die, die je uit eigen ervaring hebt opgedaan. En dat is de enige kennis die telt in de geestelijke wereld. Om je deze kennis bewust te worden is het gaan van de inwijdingsweg noodzakelijk.

1. De basis-oefening:

– Kijk naar binnen wat daar leeft aan gevoelens en emoties.

– Leer die emoties te benoemen, dat is moeilijker dan je

denkt: wat voel je nu eigenlijk?

– Laat de emoties door je heengaan zonder er door mee gesleep te worden en doorvoel ze.

Dieren staan van oudsher symbool voor onze driften. Denk aan de ark van Noach: de mens draagt allerlei emoties met zich mee. Zie ook Genesis 2:20, waar over Adam verteld wordt: En Adam gaf namen aan al het vee, aan het gevogelte des hemels en aan al het gedierte van het veld. Deze tekst wil zeggen dat Adam zich zijn emoties bewust wordt en leert benoemen.

In het Evangelie van Thomas lezen we eveneens over een leeuw en ook hier staat de leeuw symbool voor onze driften: Zalig is de leeuw die door de mens wordt gegeten, en de leeuw zal mens worden. En vervloekt is de mens die door de leeuw wordt gegeten en de mens zal leeuw worden; laat je je door je driften, de leeuw, meeslepen, dan verlies je je menselijkheid. Maar als je je woede omvormt tot een hogere kracht van zelfbewustzijn, wordt de leeuw menselijk.

Deze eerste oefening op de weg van geestelijke groei die ons leert eerlijk te kijken naar onszelf, leert ons dus onze emoties te beheersen. Belangrijk daarbij is dit: als je de emoties van de ander bijvoorbeeld woede en boosheid, beantwoordt met emoties van jouw kant, wordt het oorlog. Het gaat er zeker in deze tijd dus om geestelijk zo sterk te worden dat je boven je emoties staat en boosheid enzovoort, niet met boosheid beantwoordt.

2. Je toekomstige karma bewust worden

Het woord karma betekent daden of handelingen.

Alles wat we doen en laten heeft gevolgen voor de toekomst.

Boeddha zegt:”Wil je weten hoe je volgende leven er uit zal zien, kijk dan naar wat je in dit leven doet, zegt of nalaat.

Karma wordt in het westen vaak negatief opgevat in de zin van schuld, straf en zonde.

Zo is het niet bedoeld! Het wil simpel zeggen: word je bewust van de consequenties van je daden. Dan zal je zorgvuldiger handelen!

Drie reeksen van karmische patronen als voorbeeld:

1 Een leven lang liefde aan anderen schenken leidt in het volgende leven hier toe:

2 Vreugde en liefde van anderen mogen ontvangen, zodat je een gezegend leven hebt.

Dat leidt in een daarop volgend leven tot deze levenshouding:

3 Een leven zonder vooroordelen, waarin je begrip hebt voor iedereen.

De tweede reeks ziet er zo uit:

1 Leven in een sfeer van plicht, fatsoen, gewoonte.

Dat leidt tot:

2 Een leven waarin anderen niet geïnteresseerd zijn in jou, en jij niet in hen. En dat leidt weer tot dit volgende leven:

3 Een leven waarin je geen raad met jezelf en dat je als zinloos ervaart.

De derde reeks ziet er zo uit:

1 Een leven waarin je veelvuldig roddelt, antipathie koestert naar sommige mensen en zelfs sommige mensen haat. Dat leidt tot dit volgende leven:

2 Een leven waarin je pijn en leed ervaart. En dat leidt weer tot dit leven:

3 Een leven waarin domheid en botheid de overhand heeft.

3. Zicht op de zevenjaarsfasen in je leven

1 tot 7 jaar: opbouw fysieke lichaam

7 tot 14 jaar: opbouw etherische lichaam

14 tot 21 jaar: opbouw astrale lichaam

21 tot 28 jaar: opbouw gewaarwordingsziel

28 tot 35 jaar: opbouw verstands- en gemoedsziel

35 tot 42 jaar: opbouw bewustzijnsziel

42 tot 49 jaar: keuzejaren: je wordt of onbaatzuchtig, of een tiran. Spiegelt fase 14 – 21 jr.

49 tot 56 jaar: jaren van wijsheid, dankbaarheid en harmonie. Spiegelt fase 7 – 14 jr.

56 tot 63 jaar: fysiek lichaam wordt brozer: geestelijke krachten belangrijker. Intuïtie! 0 – 7 jr.

63 tot 70 jaar: Laat het kind in je opstaan; laat goedheid van je uitgaan; leef in verwondering.

70 tot 77 jaar: Laat schoonheid van je uitgaan, straal rust uit en medeleven.

77 tot 84 jaar: Wees rechtvaardig en wees je bewust van de zin van je leven.

Eerlijk kijken naar jezelf houdt ook in dat je naar binnen kijkt en je bewust maakt of je de opgave vervult van de zevenjaar fase waarin je nu verkeert.

4. Aan de slag met antipathie!

In de aardse wereld heerst dualiteit. Dus ook die van sympathie en antipathie. Na de dood leren we die te overwinnen. Maar het is de bedoeling dat we hier op aarde al de eerste stappen daartoe leren zetten. Hoe ontstaat op aarde eigenlijk die antipathie?

Door de vervuiling van onze zintuigen, zoals onze ogen en onze oren. We zien vaak eerst het negatieve in de ander en bijten ons daarin vast. Daarom is een heropvoeding van onze zintuigen noodzakelijk, zodat we leren ons te richten op het goede in de ander, ofwel op het goddelijke in de ander.

Daarvoor is de oefening tot vergeving-in-het-klein zinvol:

– Registreer hoe je kijkt of luister naar de ander.

Zie hoe je zintuigen zich richten op het donker.

– Begin je dan bewust en geduldig aan te leren om je eerst te richten op het positieve in de ander.

– Daarna mag je je richten op het donker in de ander.

Meestal til je daar nu veel minder zwaar aan en heb je niet langer de behoefte om dat te benadrukken.

Zo l eer je om het donker te omhullen met het goede; met lichtkracht.

Hoe langer je deze oefening volhoudt, hoe meer je beseft dat je al doende zelfs vergeet om stil te staan bij het donker in de ander.

5. Het juiste midden

Op aarde is alles dualiteit: • Er bestaan dus twee uitersten, uit twee kwaden!

In de Bijbelwoorden die uitersten zo genoemd: Satan en de Duivel. In het Esoterisch Christendom:

Ahriman en Lucifer.

• Het gaat dus om de weg van het midden, die het midden houdt tussen Ahriman en Lucifer.

Dat is de weg van Christus.

• Daarom hangt Jezus Christus op Golgotha tussen twee misdadigers!

• Een heel belangrijke dualiteit is die tussen verharding, verdringing en zelfbeklag.

Deze dualiteit zegt iets over de manier waarop we omgaan met de pijn van het leven.

Dromer – Realist

Levensgenieter – Zwartkijker

Slordig – Precies

Mild – Streng

Open – Gesloten

Toegeeflijk – Koppig

Gul – Spaarzaam

Voorzichtig – Uitdagend

Mannelijk – Vrouwelijk

6. Vrijheid en betrokkenheid

• Vrijheid is essentieel in onze tijd:

• Het is een voorwaarde om de weg naar binnen te kunnen gaan;

• Vrijheid maakt het ons mogelijk innerlijk bewust te worden en dus in onszelf tot voorbij de buitenkant te leren kijken. Net zo leren we bij anderen te kijken tot voorbij de buitenkant. Dit nieuwe vermogen noemen we onze bewustzijnsziel. Zo gezien is vrijheid dus noodzakelijk om ons bewustzijn, of bewustzijnsziel, te ontwikkelen.

• Vrijheid is ook nodig om ons op de weg naar binnen uiteindelijk bewust te worden van ons hoger zelf: de diepste, goddelijke bron in ons! Terzijde: de weg naar binnen maakt ons wel egocentrisch of egoïstisch. Dus moeten we nu leren dat egoïsme te overwinnen en ons op een nieuwe manier met anderen te verbinden.

• In onze tijd vallen oude houvasten weg, zoals kerken en vakbonden. Ook familiebanden worden losser dan vroeger. Dat schenkt ons de noodzakelijke vrijheid.

• Maar ook van deze ontwikkeling geldt: het is wel nodig om nieuwe verbindingen te leren leggen: verbindingen in, en dankzij de geest!

• Altijd weer bij zo’n stap in geestelijke groei, twee vooruit, één achteruit, zijn er andere groepen die juist de patronen van het verleden willen vasthouden en die dus het belang van familiebanden, groepsbanden enzovoort benadrukken.

7. Al doende word je dienaar van de Geest Dat houdt in dat je, hoe verder je vordert op de weg naar binnen, steeds beter gaat zien hoe de Geest op aarde geboren kan worden:

a) In onszelf.

Dat heeft alles te maken met de incarnatie van de kosmische Christus in de mens Jezus van Nazareth, bij de doop in de Jordaan. Toen Jezus Christus stierf aan het kruis, werd de Christus op aarde geboren. Sindsdien zoekt hij de harten van de mensen om daar als hun hoger zelf of de geest werkzaam te kunnen worden.

De mens heeft vele gaven gekregen:

– zijn fysieke lichaam op de eerste incarnatie van Moeder Aarde (de oude Saturnus),

– zijn etherische lichaam op de tweede incarnatie van Moeder Aarde (de Oude Zon),

– zijn astrale lichaam op de derde incarnatie van Moeder Aarde (de Oude Maan),

– en nu, op de vierde incarnatie van Moeder Aarde (de huidige aarde) heeft hij zijn lagere ik of ego ontvangen.

Maar de mens was niet in staat op te klimmen naar de geestelijke wereld en naar God, om daar zijn hogere zelf op te halen. Daarom daalde Christus naar de aarde af om hem zijn hoger zelf aan te reiken. Aan de mens die werkt aan zichzelf worden de krachten van het hoger zelf beetje bij beetje geschonken ook wel ingedruppeld genoemd.

b) In de aarde: de Christus werd de geest van de aarde en wil nu op alle gebieden op aarde werkzaam worden. Overal worden voorzichtige pogingen gedaan om dat mogelijk te maken, bijvoorbeeld in de biologisch-dynamische landbouw, in de homeopathische of antroposofische gezondheidszorg, enzovoort.

c) In de relaties van mensen tot elkaar: als we echt luisteren naar elkaar, elkaar respecteren en liefhebben, wordt de geest werkzaam tussen ons. Als dienaar van de Geest hebben we de opdracht om de werkzaamheid van de geest in onszelf, op aarde en tussen ons mogelijk te maken.

Hans Stolp