Een kennismaking, of hernieuwde kennismaking, met Maria Magdalena – Deel I
Maria Magdalena was van koninklijke bloede: fier, zelfbewust en rijk. Ze bezat het slot Magdalum bij Kapernaüm, een huis in Bethanië en onroerend goed in Jeruzalem. Haar zuster heette Martha. Op een zeker moment werd Martha ziek; ze had een bloeding gekregen. Jezus Christus genas haar lichamelijk en gaf haar de ware vormkracht waardoor de bloeding stopte. Haar broer Lazarus maakte een driedaagse reis door de geestelijke werelden en werd door Christus ingewijd naar de geest. Door deze transformatie verwierf hij een nieuwe naam: Johannes — Johannes van Patmos, Johannes de Evangelist.
Maar Maria, zij werd naar de ziel genezen. Al haar donkere zielenkrachten — angst, teleurstelling, onmacht — werden door Jezus Christus omgevormd tot waardige zelfbewustheid en belangeloze liefde. Norea was haar naam toen zij voor het eerst naar de aarde afdaalde, de oudste dochter van Adam en Eva. Zij was het die ons voorging in het verbinden met het aardse leven en het opnemen van karma. Nu was het Christus die haar van haar verblinding bevrijdde.
Als vrouw, maar vooral als belangrijkste leerlinge van Jezus Christus, stond zij zwijgend en dragend onder het kruis. En toen Hij opstond uit de dood, was zij — een vrouw — de eerste getuige van die allesbeslissende gebeurtenis: de opstanding. Zo werd zij de getuige van het verrijzenischristendom.
In onze tijd worden veel mensen zich opnieuw van haar bewust. Waarom gebeurt dat? Maria Magdalena werd door Christus bevrijd van de demonen in haar ziel. Zij roept ons op om, net als zij, onze ziel te reinigen en om te vormen, zodat de Geest, Christus Zelf, in onze ziel geboren kan worden. Pas dan kan het verrijzenischristendom werkelijk worden.
Eens ging zij ons als Norea voor op de weg van afdaling, tot in het hart van de materie. Maar nu roept zij ons op om de gebondenheid aan de materie los te laten en de weg van de geest te zoeken — de weg die Christus ons wijst. Hij is het die ons tot Zich trekt.
Inleiding
Maria Magdalena is, naast Moeder Maria, een van de meest intrigerende vrouwen uit het Nieuwe Testament. Ze duikt bijna uit het niets op, staat op Paasmorgen in het middelpunt en verdwijnt vervolgens even plotseling weer. Dat lot deelt zij met anderen, zoals Nicodemus, Josef van Arimathea en Melchizedek. Het gaat daarbij steeds om ingewijden die in oude tijden vooral verborgen en op de achtergrond werkten. Alleen dat al maakt zichtbaar dat Maria Magdalena een hoge ingewijde was.
Ook in de Bijbel wordt dit in beeldtaal duidelijk gemaakt: Jezus heeft haar van zeven demonen bevrijd — ofwel: Hij gaf haar de zeven inwijdingen (zie Lucas 8:2).
Overleveringen
De Legenda Aurea, een oud geschrift over heiligenlevens uit de 13e eeuw, gebaseerd op oudere bronnen, vertelt over haar:
Maria Magdalena ontleende haar naam aan de burcht Magdalum. Ze stamde uit een beroemde familie die afkwam van koningen. Haar vader was Syrus, haar moeder Eucharia. Samen met haar broer Lazarus en haar zus Martha bezat ze de burcht Magdalum, twee mijl van Kapernaüm. Daarnaast had ze bezittingen in Bethanië, bij Jeruzalem, en in Jeruzalem zelf.
Maria als volgelinge van Jezus
Maria Magdalena vormde het middelpunt van een groep vrouwen die Jezus overal volgden tijdens Zijn rondreizen. De evangeliën noemen wisselende namen — Johanna, Suzanna — maar steeds wordt Maria Magdalena genoemd. Opvallend is dat al deze vrouwen hun traditionele familiebanden loslaten om Jezus te volgen.
Maria zelf was een fiere, zelfbewuste, temperamentvolle vrouw. Mogelijk was zij ook de vrouw van Jezus Christus. In het Evangelie van Filippus wordt zij Zijn gezellin genoemd. Daar staat eveneens dat Jezus haar vaak kuste. Een rabbi mocht in die tijd slechts optreden als hij getrouwd was. Bovendien zalft zij Zijn voeten — iets dat een Joodse vrouw alleen bij haar eigen man mocht doen. Toch ligt de nadruk in hun relatie op het geestelijke vlak: na de opstanding noemt Maria Magdalena Hem “Rabboeni”, mijn Leermeester. Als zij getrouwd waren, was hun huwelijk een geestelijk, verstandelijk verbond.
2. Norea
Maria Magdalena leefde intens mee met het lijden van Jezus Christus: ze stond onder het kruis en hielp bij de begrafenis. In alle Evangeliën krijgt echter vooral het feit nadruk dat zij de eerste getuige was van de Opstanding van Christus.
Met de Opstanding begon de herschepping van de aarde. Sinds Adam was de mens stap voor stap afgedaald in de wereld van de materie. Maar nu, met de Opstanding, begint de weg van de vergeestelijking en dus de terugkeer naar de geestelijke wereld. Maria Magdalena was in een vroegere incarnatie Norea, de oudste dochter van Adam en Eva. Als Norea was zij nauw betrokken bij de weg van afdaling, maar nu, als Maria Magdalena, gaat zij ons voor op de weg van de vergeestelijking. Daarom is zij de eerste getuige van de Opstanding.
Bij deze herschepping en vergeestelijking gaat een vrouw ons dus voor. Waar bij de afdaling vooral mannelijke krachten nodig waren, zullen nu de uitgesproken vrouwelijke krachten ons leiden.
3. De stille Maria
Volgens velen, waaronder Emil Bock en de Legenda Aurea, is Maria Magdalena de zus van Lazarus en Martha. In Lucas wordt zij aangeduid als degene die, aan de voeten van de Heer gezeten, luisterde naar Zijn woord. Ze had haar gedrevenheid omgevormd tot een geestelijk actief luisteren.
Martha vraagt: Heer, trekt Gij het U niet aan dat mijn zuster mij alleen laat dienen? Jezus antwoordt: Je maakt je bezorgd over vele dingen, maar weinigen zijn nodig, of slechts één. Maria heeft het goede deel gekozen, en dat zal haar niet worden ontnomen. Martha is voortdurend bezig met het beheer van hun vele bezittingen en dus met de materie; Maria richt zich innerlijk op de geestelijke wereld. Het vele is het symbool van het aardse leven, maar het ene is het symbool van de geestelijke wereld en van het hogere Zelf.
Jezus heeft deze drie ieder op een eigen wijze genezen: Lazarus naar de geest — zijn driedaagse inwijding; Martha naar het lichaam — zij was de bloedvloeiende vrouw; en Maria Magdalena naar de ziel. In haar eerste incarnatie was zij Norea, de oudste dochter van Adam en Eva. Zij daalde af in de materie en kwam daar onder de invloed van de archonten, de donkere geestelijke krachten: Lucifer en Ahriman. Jezus geneest haar, in haar leven als Maria Magdalena, van de verblinding die het gevolg was van de val in de materie. Als Maria Magdalena het beeld is van onze ziel, wordt duidelijk dat in haar genezing de toekomstige genezing van ons aller ziel wordt uitgebeeld.
4. Het geheim van Sophia
Sophia vertegenwoordigt het vrouwelijke aspect van God, zoals Jezus Christus het mannelijke aspect vertegenwoordigt. Sophia werkt in op onze ziel, wanneer wij haar dat toestaan en mogelijk maken, terwijl Christus ons de geest of het hogere Zelf schenkt.
Sophia wordt vaak genoemd in de Nag-Hammadi geschriften, bijvoorbeeld in Het Wezen van de Machten en Begrip van Norea, maar ook in de Bijbel: denk aan De Wijsheid van Salomo, Spreuken 3 en Job 28. Haar naam wordt daar echter vertaald als wijsheid, waardoor de lezer niet altijd beseft dat het om een hoog geestelijk wezen gaat.
Sophia reinigt onze ziel en ons astrale lichaam. Een gereinigd astraal lichaam betekent dat donkere krachten — angst, woede, enzovoort — ons niet langer gevangen houden. Daardoor ontstaat er ruimte voor de geboorte van het hogere Ik. Een gereinigd astraal lichaam heet Jonkvrouw Sophia of de Maagd Sophia en duidt dus de gezuiverde ziel aan.
Wanneer Moeder Maria de Maagd Maria wordt genoemd, betekent dit dat zij het kanaal op aarde is voor Sophia, een openbaring van Sophia. Daarom wordt Moeder Maria in esoterische kringen altijd Sophia genoemd.
Sophia bewerkt een reiniging van de ziel: een katharsis. In onze tijd is dit mogelijk door meditatie, inzicht en innerlijke zuivering. Het gevolg van deze reiniging is dat het astrale lichaam geestelijke zintuigen ontwikkelt. Deze kunnen echter nog niet worden gebruikt: ze moeten eerst worden afgedrukt in het etherisch lichaam. Dat gebeurt door het doorleven van onze levenslessen, of bijvoorbeeld door het regelmatig lezen van de Proloog van Johannes: hoofdstuk 1 van het Evangelie van Johannes.
Het afdrukken van geestelijke zintuigen in het etherisch lichaam leidt tot helderziendheid: het schouwen voorbij de uiterlijke verschijning. De kracht die dit bewerkt is de Heilige Geest, en dit proces wordt de Verlichting genoemd.
Zo is het ook met Maria Magdalena gegaan: zij ontving de Verlichting en kon daardoor bij de Opstanding helderziend het opstandingslichaam van Jezus Christus waarnemen, en zo de getuige van de Opstanding worden.
Het Begrip van Norea zegt over Norea dat er een tijd zal komen waarin zij het Pleroma, de Lichtwereld, zal binnengaan en niet langer in het tekort — de stoffelijke wereld — zal leven. Die overgang voltrekt zich in haar leven als Maria Magdalena.
Deel II
5. De drie Maria’s bij het kruis
Bij het kruis waren drie Maria’s aanwezig:
- Maria, de Moeder van Jezus, uit het Mattheüs-Evangelie;
- Maria van Klopas, de schoonzus van Moeder Maria — vertegenwoordigt zij de moeder van de andere Jezus, uit het Lucas-Evangelie?
- Maria Magdalena.
Moeder Maria staat zwijgend aan de voet van het kruis. Volbewust draagt zij de pijn van haar zoon in haar eigen hart mee. Zij is een incarnatie van Eva, vele malen eerder op aarde geweest, onder andere als Lao Tse King, en vertegenwoordigt de Sophia-kracht: de zuivering in het denkvermogen van onze ziel. Daarnaast symboliseert zij onze bewustzijnsziel, waarin het hogere Zelf geboren wordt.
Maria van Klopas vertegenwoordigt het gevoelsaspect van onze ziel, ofwel de Sophia-kracht in ons gevoelsleven. Anders gezegd: zij symboliseert de werkzaamheid van Sophia in onze verstand- en gemoedsziel.
Maria Magdalena vertegenwoordigt het wilsaspect van onze ziel, dat grotendeels nog onbewust in ons leeft. Ook vertegenwoordigt zij onze gewaarwordingsziel en de reiniging die Sophia daarin voltrekt. De drie Maria’s samen symboliseren dus de reiniging die Sophia in de drie aspecten van onze ziel bewerkt.
Maria Magdalena werd, en wordt nog steeds, door de Rooms-Katholieke Kerk gezien als een overspelige. In de oude inwijdingstraditie en in het Esoterisch Christendom betekent die term echter simpelweg: de mens die in de wereld van de materie is gevallen en dus onder invloed staat van demonische krachten. Zo gezien zijn wij allen ‘overspelig’.
6. Met Maria Magdalena begint het Verrijzenis-christendom
Met Maria Magdalena begint het nieuwe, Esoterische of Verrijzenis-christendom. De belangrijkste gebeurtenis in haar leven is dat zij de eerste getuige was van de opstanding van Jezus Christus. Alle vier de evangeliën berichten daarover.
Marcus (16:9) vertelt:
“Toen Hij ’s morgens vroeg op de eerste dag van de week was opgestaan, verscheen Hij eerst aan Maria van Magdala, van wie Hij zeven boze geesten had uitgedreven.”
Omdat Jezus de zeven boze geesten had uitgedreven — oftewel haar ziel gereinigd — had Maria Magdalena geestelijke ogen gekregen en kon zij als eerste de opstanding waarnemen. Om ons bewust te worden van de opstanding van Christus en Hem in onze ziel te laten opstaan, is er eerst een reiniging van onze ziel nodig.
Het christendom van Maria Magdalena is een Verrijzenis-christendom, waarin het gaat om de herschepping van mens en aarde; een transformatie die door de opstanding van Jezus Christus mogelijk werd. Het kerkelijke christendom daarentegen is een Kruis-christendom, waarin de nadruk op lijden ligt.
Essentieel voor het Verrijzenis-christendom is de uitspraak van Jezus uit Johannes (12:32):
“Als Ik van de aarde verhoogd ben, zal Ik allen tot Mij trekken.”
In deze tijd verschijnt Christus vanuit de etherische wereld aan steeds meer mensen en roept hen wakker: iedereen die dat overkomt, gaat anders leven en denken. Dit proces zal zich de komende 3000 jaar voortzetten, totdat iedereen die daarvoor openstaat, wakker geroepen is. Vervolgens zal Christus ook de astrale wereld binnengaan en van daaruit aan mensen verschijnen. Uiteindelijk zal Hij het Devachan of de Lichtwereld binnengaan, van waaruit Hij mensen op een nog intensere manier wekt en tot Zich trekt.
Dat is het groeiproces dat begint met de verrijzenis, en Maria Magdalena is daarin de grote getuige of profetes. Zo werd zij de moeder van het Esoterisch Christendom dat in deze tijd in de openbaarheid treedt.
7. De verschijning van de opgestane Christus aan Maria Magdalena
Het Evangelie van Johannes vertelt:
“Maria stond buiten dichtbij het graf, wenende. Terwijl ze weende, boog zij zich voorover naar het graf en zag twee engelen zitten, in witte kleren, één aan het hoofdeinde en één aan het voeteneinde, waar het lichaam van Jezus gelegen had. Zij zeiden tot haar: Vrouw, waarom weent gij? Zij zei tot hen: Omdat zij mijn Heer hebben weggenomen en ik weet niet waar zij Hem hebben neergelegd.”
Na deze woorden keerde zij zich om en zag Jezus staan, maar zij wist niet dat het Jezus was. Jezus zei tot haar: Vrouw, waarom weent gij? Wie zoekt gij? Zij meende dat het de hovenier was en zei: Heer, als gij Hem weggedragen hebt, zeg mij dan waar gij Hem neergelegd hebt en ik zal Hem wegnemen.
Jezus zei tot haar: Maria! Zij keerde zich om en zei in het Hebreeuws: Rabboeni, dat wil zeggen: Meester! Jezus zei tot haar: Houd Mij niet vast, want Ik ben nog niet opgevaren naar de Vader; maar ga naar mijn broeders en zeg hun: Ik vaar op naar mijn Vader en uw Vader, naar mijn God en uw God.
Maria van Magdala ging heen en boodschapte de discipelen dat zij de Heer had gezien en dat Hij haar dit gezegd had.
Let op:
Maria Magdalena: bekering en apostelschap
Maria keert twee keer om — dat is een symbool van bekering. Pas dan kan zij de Opgestane Christus schouwen.
Het wegnemen van een dode mag alleen door de eigen familie of de eigen partner worden gedaan. Met de woorden Houd Mij niet vast geeft Jezus Christus aan dat Hij nu moet opstijgen naar de geestelijke wereld om ons later tot Zich te trekken. Tegelijkertijd moet Maria Magdalena op aarde het Esoterische Christendom voorbereiden.
Dat zij de Heer had gezien en dat Hij haar dit had gezegd, wordt in de traditie gezien als de vaste aanduiding voor een apostel — het ‘wachtwoord’ van de apostelen. Maria Magdalena is dus een apostel.
Deel III
7. Maria Magdalena gaat naar Frankrijk
Volgens de Legenda Aurea (1255 na Chr.) vertrekt Maria Magdalena samen met Lazarus, Martha, Maximinus en anderen naar Frankrijk.
In Marseille komen zij aan land. Maria predikt daar, bekeert de koning en zijn volk, en verricht een wonder. Daarna kiest het volk Lazarus als eerste bisschop van Marseille. Maria trekt verder naar Aix-en-Provence, waar Maximinus na haar prediking de eerste bisschop wordt.
Daarna trekt Maria zich terug in een grot bij St. Baume. Zij sterft in Aix en wordt daar begraven, maar haar gebeente werd later naar de kathedraal van Vézelay overgebracht.
8. De reis van de ziel
Het Evangelie van Maria Magdalena (gevonden in 1896) beschrijft de reis van de ziel. Dit omvat zowel de reis na de dood als de geestelijke ontwikkeling die een mens doormaakt wanneer hij aan zichzelf werkt.
Volgens dit evangelie moet de mens de strijd aangaan met de krachten die in de eigen ziel leven. Maria de Groot stelt dat de zeven demonen die vrouwen — en in bredere zin iedereen — in deze tijd moeten bestrijden, kunnen zijn:
- Onderworpenheid
Afhankelijkheid
Onzekerheid
Schuldgevoel
Faalangst
Seksueel object zijn
Onderlinge rivaliteit - Hans Stolp
Einde van de lezing
