Ze had zich diep in zichzelf teruggetrokken.
De namen van haar kinderen wist ze niet meer
en tegen haar man zei ze beleefd: ‘Dag meneer.’
Ja, ver weg was ze, alsof ze alleen nog maar
door een heel dun draadje met het aardse leven
was verbonden. Haar ogen waren leeg.
Als je daarin keek, kon je haar er niet meer vinden.
Vanaf haar vroegste jeugd
waren er heftige beproevingen op haar weg gekomen.
Ze had er nooit over willen praten,
alsof ze het niet verdragen kon
om die oude beproevingen met woorden
weer tot leven te wekken.
Zelfs haar kinderen kenden haar diepste geheimen niet.
Soms leek het, alsof ze zich bewust
had teruggetrokken in zichzelf om daar
de veiligheid en geborgenheid te zoeken
die ze op aarde maar niet vinden kon.
Met een zekere regelmaat
begonnen haar vingers onrustig te plukken
en te trekken aan de knopen van haar vest,
alsof ze zichzelf losmaken en bevrijden wilde.
Als je innerlijk contact maakte met haar hoger wezen,
vertelde haar hoger zelf wat ze nu deed:
die oude pijn in stilte herbeleven om
het los te kunnen laten voordat ze sterven zou.
Ze wilde straks zo graag vrij en onbelemmerd
de geestelijke wereld binnengaan.
Daarom moest ze zich nu, in het verborgene,
bewust worden van wat die donkere ervaringen
haar nu eigenlijk geleerd
en aan geestelijke winst hadden meegegeven.
Ze wist dat ze dat alleen maar in een sfeer
van volkomen veiligheid kon ontdekken
en het was daarom dat ze zich tot in die andere wereld,
waar niemand haar kon volgen, had teruggetrokken.
Maar wat was ze al die mensen dankbaar
die haar een knuffel gaven en die haar met respect
de tijd schonken om haar stille werk te volbrengen,
ook al begrepen ze niet, waarom deze tijd
nu eigenlijk zo belangrijk was voor haar
en waarom haar ziekte niet alleen maar
afbraak was, maar haar ook iets gaf.
Zo gebeurde het dat ze later,
toen ze, gedragen door de engelen,
de aarde voorgoed verlaten had,
als een rijk en geheeld mens thuis kwam.
Hans Stolp
Inleiding
• Opvallende omschrijvingen van dementie zijn:
Verdwijnen zonder zoek te raken, Iemand die langzaam
verdwijnt en verdwaald in het geheugenpaleis.
Het Ik; de geest, heeft zich gaandeweg losgemaakt
en zweeft, gedeeltelijk, boven het fysieke lichaam;
het is er dus nog wel!
a. Dementie houdt voor de omgeving een voortdurend
de oefening in om je te leren verplaatsen in de beleving
van iemand met dementie. Bijvoorbeeld:
b. Besef dat iemand met dementie ook echt vergeet.
Als hij jou niet meer herkent en zijn overleden moeder
zoekt en jij vertelt hem dat zij allang dood is, hoort hij
dat in zijn beleving voor het eerst.
Dat is een schok voor hem! Hij daagt je uit om in zijn
beleving te stappen en ‘het spel’ met hem mee te
spelen: Hoe zou het eigenlijk met je moeder zijn?
2. Belangrijke informatie
Iemand met dementie gaat tijdens deze ziekte
door vier stadia:
– Het bedreigde ik: geheugenproblemen.
In deze fase is het belangrijk de zieke te bepalen
bij de realiteit: vandaag is het zondag, vanavond
komt Jan.
– Het verdwaalde ik: de zieke leeft zo sterk in het
verleden dat het heden daarin niet past.
Dan is een validerende benadering nodig;
Ik wil naar papa en mama toe. Dan niet zeggen:
Maar die zijn allang dood, maar zoiets als:
Hoe zou het met je vader zijn?
Zou hij nog steeds last van zijn hart hebben?
– Het verborgen ik: praten lukt niet meer, zingen wel…
– Het verzonken ik: de zieke ligt op bed, praat niet
meer en reageert alleen nog op aanraking en eten
en drinken.
Het woord dementie betekent: de geest is weg,
of: de geest heeft zich teruggetrokken. En inderdaad:
bij dementie moet het Ik, of de geest, zich wel
terugtrekken omdat het geen mogelijkheid heeft zich
via de fysieke hersenen tot uitdrukking te brengen
en sturing aan het eigen leven te geven.
Er zijn meerdere vormen van dementie.
De belangrijkste zijn,
Alzheimer: 60%, duurt ongeveer 15 jaar,
is een sluipende ziekte, geen ziekte-inzicht.
Vasculaire dementie: 20%, ontstaat plotseling door
een afsluiting van bloedvaten in de hersenen, wel
ziekte-inzicht.
Lewy-Body: 15%, hallucinaties, tussen 50 en 80 jaar.
Belangrijk: verwar dementie niet met de ‘gewone’
ouderdomsvergeetachtigheid: die heeft alleen
betrekking op het geheugen.
Het verschil met dementie is, dat de herinnering op
een zeker moment toch weer opduikt.
Op dit moment hebben in Nederland circa 300.000
mensen dementie en naar verwachting zullen er dat
in 2024 ongeveer 500.000 zijn. 71% van hen is vrouw
en de gemiddelde leeftijd is 79 jr.
2. Wat gebeurt er eigenlijk bij dementie?
Dementie is niet te begrijpen zonder inzicht in de
samenstelling van de mens: fysiek lichaam, etherisch
lichaam, astraallichaam en het Ik of de geest.
a. Het fysieke lichaam: de mens is een geestelijk wezen
dat zich belichaamt in een fysiek lichaam. Dementie
ontstaat als gevolg van plaques; aderen van de hersenen
slibben dicht en kluwens; niet goed afgebroken eiwitcellen
stapelen zich in en buiten de hersencellen op. Daardoor
kunnen de hersenen niet goed meer werken. Gevolg:
de geest, het Ik, kan zich niet meer via de hersens tot
uitdrukking brengen en trekt zich gedeeltelijk terug in
de geestelijke wereld.
b) Het etherische lichaam: dit bevat ons geheugen: zowel
het korte termijngeheugen, als het lange termijngeheugen.
Het etherische lichaam bewaart de herinneringen van het
lange termijngeheugen daar, waar het met zijn krachten
de organen van het fysieke lichaam doordringt, dus op de
buitenzijde van de organen.
Elk orgaan bewaart op die manier zijn eigen herinneringen.
De lever: gevoelsmatige herinneringen.
Het hart: gevoelens van spijt en wroeging,
De long: abstracte herinneringen. Bij orgaandonatie
komen dus herinneringen mee.
c) Het astraallichaam: dat haalt de herinneringen uit het
etherische lichaam naar boven, zodat het Ik, of de geest,
zich deze bewust kan maken. Bij dementie haalt het
astraallichaam de herinneringen wel naar boven, maar
is er geen Ik om ze te verwerken en sturing te geven aan
emoties die met de herinneringen verbonden zijn.
d) Het Ik of de geest: het Ik, lager en hoger, geeft sturing
aan het leven; dus ook aan de emoties en driften.
Bij dementie trekt de geest zich terug, zodat het
astraallichaam aan zichzelf is overgelaten.
Belangrijk hierbij is het om ons het volgende te realiseren:
a. De familie of verzorgende, moet de sturende rol van het
Ik overnemen, net zoals een moeder dat bij haar kind doet.
b. Bij een jong kind is het astraallichaam nog vrij schoon,
bij iemand met dementie niet: dat zit vol met emoties en
gevoelens die hij of zij in het achter hem liggende leven
opdeed: angst, boosheid, teleurstelling, enzovoort.
c. Het astraallichaam van iemand met dementie wordt
losgelaten door het Ik. Als het astraallichaam herinneringen
naar boven haalt, verdwijnen de herinneringen weer vrij
snel omdat er is geen Ik dat hen sturing geeft, maar de
emoties en gevoelens verdwijnen niet zo snel, er is geen
Ik dat ze kan beheersen. Daardoor kan iemand met
dementie, ongeremd allerlei emoties uiten.
f. Verzorgenden moeten dus hun ik-kracht ter beschikking
stellen, zodat zij daarmee leiding kunnen geven aan het
astraallichaam van de zieke. Mede daarom zijn vaste
verzorgers belangrijk. Deze moeten minimaal 21 jaar zijn,
anders is hun ik-kracht nog niet volgroeid. Ook moeten
kinderen, om dezelfde reden, niet de verzorging van
iemand met dementie op zich nemen.
3. Het nonnenonderzoek
In 1987 begon een onderzoek onder 678 nonnen die
bereid waren na hun dood hun hersens af te staan.
Het bleek dat van de nonnen wier hersens het sterkst
waren aangetast door plaques en kluwens, 70% wel
dementie kreeg, maar 30% niet. Waarom kreeg deze
30% geen dementie?
Na onderzoek werd het volgende duidelijk:
– Laag opgeleide nonnen kregen eerder dementie
dan hoog opgeleide nonnen.
– Wie vroeger een depressie had, bleek bijna 2 maal
zoveel kans te hebben op dementie.
– Wie beschikte over een creatief, beeldend denken
werd minder snel dement.
– Hoge cijfers op school beschermden niet tegen
dementie.
Wie zich oefent in een creatief, speels, beweeglijk
en vrij denken, vindt daarin bescherming: van de
nonnen die niet ziek werden, had maar 13% een
beperkt denken.
4. Is euthanasie het enige zinvolle antwoord?
De Vlaamse dichter Hugo Claus koos voor
euthanasie toen hij nog in het beginstadium van
Alzheimer verkeerde.
Ook de NVVE (Nederlandse Vereniging voor een
Vrijwillig Levenseinde) wil de mogelijkheid van
euthanasie bij beginnende dementie ondersteunen.
Er zijn echter ook andere visies en er worden ook
andere behandelingen van dementie geadviseerd.
Bijvoorbeeld deze:
Onze ziel bestaat uit drie wezensdelen:
onze gewaarwordingsziel, onze verstandsziel en
onze bewustzijnsziel. Bij dementie werken met
name verstands- en bewustzijnsziel niet (goed).
Daardoor komt de gewaarwordingsziel vrij:
deze kan wél tot nieuwe activiteiten gestimuleerd
worden.
Zo vertelde een mevrouw met dementie op een
congres vrolijk en enthousiast over haar nieuwe
carrière als schilderes en liet ze een aantal van
haar kleurrijke en verzorgde schilderijen zien.
Dit voorbeeld laat zien:
– Bij dementie krijgt de gewaarwordingsziel de
mogelijkheid zich op een nieuwe manier te ontplooien.
Dat heeft grote gevolgen voor de volgende incarnatie:
een te eenzijdige nadruk op het denken wordt
bijvoorbeeld gecorrigeerd.
– Euthanasie neemt de mogelijkheid van een
dergelijke geestelijke groei in de laatste levensfase weg.
– Zo gezien kun je zeggen dat dementie iemand de
kans geeft zich te bevrijden uit de ivoren toren van het
dominante denken.
– Ook kunnen dementerenden leren te ontvangen.
– Daarnaast krijgen mensen met dementie de
mogelijkheid pijnlijke levenservaringen alsnog te
verwerken, voordat ze sterven. Daardoor keren ze
zonder zware lasten terug in de geestelijke wereld.
Vele voorbeelden laten iets van deze mogelijkheden zien.
De dochter van een moeder met dementie zegt:
De dementie geeft mijn moeder de kans om op een
nieuwe manier, zonder angst, de wereld tegemoet te
treden.
Ook zijn er voorbeelden van mensen met dementie die
vlak voordat ze stierven, uit hun dementie traden en
een paar minuten met hun geliefden spraken, alsof ze
helemaal geen dementie hadden.
5. De taal van van mensen met dementie
De Oostenrijkse schrijver Geiger, wiens vader dementie
had zei: Omdat mijn vader niet meer over de brug naar
mijn wereld kan komen, moet ik naar de overkant naar
hem toegaan.
En een verzorgster zei: Mensen met dementie zitten in
hun eigen bubbel en het is de kunst daarin te komen.
Iemand met dementie zei: Ik ben als een kar die
de heuvel afrolt. Een dame met dementie die ineen in
een verpleeghuis woonde zei, nadat ze haar gestorven
man had bezocht: Ik ben bij mijn man geweest, maar hij
was niet thuis. Het gaat er dus om de symbooltaal van
mensen met dementie te leren verstaan!
6.Terminale helderheid
Een vijfjarige jongen lag al drie weken in coma.
Na drie weken dag dat hij stierf, opende hij plotseling
zijn ogen, bedankte zijn familieleden dat ze hem wilden
laten gaan en zei dat hij spoedig zou sterven.
Toen raakte hij weer in coma en stierf nog dezelfde dag.
Dit verschijnsel; het ontwaken kort voor het sterven van
een comateus of iemand met dementie, komt veel vaker
voor en wordt terminale helderheid genoemd.
Dankzij de vele inmiddels bekende voorbeelden van
terminale helderheid wordt duidelijk dat mensen met
dementie alles horen, ook als zij nergens meer op
reageren. Het is voor alle verzorgenden belangrijk dit
te beseffen, en mét hen te blijven praten en niet óver hen.
7. Waarom komt dementie juist in deze tijd zo vaak voor?
Dementie betekent: zonder geest, of: de geest is weg.
Ziektes weerspiegelen het bewustzijn van de mens in
een bepaalde tijd. Zo gezien is dementie een spiegel van
wat er nu eigenlijk in deze tijd gebeurt: dat wij vooral materialistisch denken en leven en het geestelijke
denken vergeten zijn.
We mogen dan ook zeggen dat mensen met dementie
een offer brengen: zij nemen het karma van deze tijd
op zich en spiegelen dat.
8. De verborgen zin van dementie
Dementie treft vooral de mens die lange tijd in emotionele
nood verkeerd heeft, maar geen kans had kreeg, of nam
om die emoties te verwerken. De ziekte geeft haar of hem
de kans om die pijn en nood nu alsnog te verwerken.
Bij dementie valt immers de controle van het denken weg;
ook zijn er geen verantwoordelijkheden in de buitenwereld
meer. Daarom kunnen oude trauma’s niet langer
verdrongen worden en kan er nu in stilte aan de verwerking daarvan gewerkt worden. Daardoor kan de zieke straks
zonder al te veel onverwerkte emotionele bagage de
geestelijke wereld binnengaan.
Dat vergemakkelijkt het sterven.
9. Tips voor de omgang
a. Warm licht dat geborgenheid schenkt, want dat kan
de zieke zichzelf niet geven.
b. Weinig of geen spiegels: ze begrijpen niet goed meer
wie ze in de spiegel zien.
c. Wees je bewust dat ze communiceren met gestorvenen;
ze zijn half buiten hun lichaam. Als ze vertellen over hun
moeder, en je zegt: Maar je moeder is allang dood, is dat onbegrijpelijk voor hen omdat ze hun moeder zojuist
nog (in de geest) gezien hebben.
d. Gebruik korte zinnen; duidelijk spreken, met pauzes
en geen moeilijke woorden.
d. Let op hun trauma’s: iemand met een incestverleden
vraagt een andere benadering/behandeling als iemand
met een oorlogstrauma of iemand die te maken kreeg
met huiselijk geweld.
c. Soms horen ze haast niets, andere keren horen ze
juist meer dan gewoonlijk. Wees dus voorzichtig met
geluiden!
d. Gebruik in een verpleeghuis allerlei verschillende
kleuren voor deuren en gangen: dan kan de zieke de
weg makkelijker vinden.
e. Dementie is niet zozeer erfelijk bepaald, als wel
gedragsbepaald!
En tenslotte: iedere verzorgende dient te beseffen
dat dementie een zinvolle levensfase is!
Hans Stolp
