Het Lied van de Verwondering

Je hoeft niet bezorgd te zijn,

je hoeft niet langer in de nacht te tobben

over de vraag hoe het nu verder moet gaan.

Ik ben bij je en houd je vast. En er is niets

waar je doorheen gaat, of Ik ben bij je.

Ik ga met jou door licht en donker heen.

Ik ben bij je in vrolijke en in moeilijke dagen.

Als je het Mij vraagt, geef Ik je de kracht

om vol te houden. Als je Mij roept, ben Ik

bij je en als je wanhoopt,

omhul Ik je met mijn tederheid.

Wees niet bezorgd over wie je lief zijn:

Ik draag hen in de palm van Mijn hand.

Ik zorg voor hen, ook als jij niet voor

hen kunt zorgen. Mijn alles verdragende

liefde leidt hen door het leven heen.

Ik ben bij hen, Ik draag hen en beschut hen,

elke dag opnieuw.

Durf te leven bij de dag: alleen wat nu,

vandaag gebeurt, heb je te doorleven.

De dag van morgen hoef je pas morgen

onder ogen te zien. En misschien,

misschien dat je het vandaag ontdekken

zult: ik sta er niet alleen voor.

Als je die ontdekking doet, zal dat je ook

voor morgen een nieuwe,

ongehoorde kracht geven.

Met Mijn liefde weef Ik een gewaad van

stille kracht om jou daarmee te bekleden.

Mijn hand leg ik op jouw hart om je

te bekrachtigen en levensmoed te geven,

zodat je sterk en onwrikbaar in het leven

zult staan. De wonden van je hart genees

Ik ongemerkt, zodat je weer open en

onbevangen leven zult, met een open oog

voor wat er in anderen omgaat.

Misschien kun je dat nu nog niet kunt zien

en voelen, maar eens zul je mijn stille

aanwezigheid ook zelf gaan ervaren.

Vol verwondering zul je dan, terugkijkend,

je realiseren: ik stond er niet alleen voor.

Er ging Iemand aan mijn zijde.

En vol vreugde zal Ik beamen:

nee, je stond er niet alleen voor,

want Ik was altijd bij je.

Dan zal je hart gaan zingen van vreugde,

omdat je voorgoed weet en voelt:

er wandelt Iemand naast mij door het leven,

er is Iemand die mij draagt en vasthoudt.

Je ogen zullen gaan glanzen en zij die

dit geheim ook zelf kennen,

zullen aan die glans aflezen dat jij het

geheim van het leven hebt ontdekt.

Ze zullen zien dat jij jezelf gevonden hebt.

Want wie Mij vindt, vindt zichzelf.

En wie zichzelf gevonden heeft,

die heeft het geheim van het leven doorgrond,

die woont in het huis van de vrede,

die ademt de liefde in en uit,

die zegent met haar of zijn woorden,

die is een geschenk voor anderen.

Wees dan tot een zegen voor de mensen,

voor de dieren en voor moeder aarde.

Laat de liefde van je hart onafgebroken

naar hen uitgaan en sta hen bij met een

ongebroken vertrouwen en liefde.

Wees tot een zegen en laat elke dag

opnieuw verwondering je hart vervullen.

Want wie verwonderd is,

zal de volheid van het leven kennen.

Hans Stolp