Jezus Christus en waarom Hij bewust koos voor het lijden

Stil staan bij het lijden van Jezus Christus

Sinds enige tijd ben ik innerlijk gericht op het lijden van

Jezus Christus. Dat is overigens niet zozeer iets dat ik

bewust zoek, het is meer iets dat zich aan mij voordoet.

Iets diepers in mij vraagt mij om stil te staan bij de

onvoorstelbare eenzaamheid die Hij doorleden heeft.

Een eenzaamheid die – zo ervaar ik dan – zo heftig was

dat er in feite geen woorden zijn om die te beschrijven.

Het woord dat in mij opkomt, is het woord ‘wurgend’.

Misschien dat dit woord iets kan overdragen van de

zwaarte van die eenzaamheid. Voor Jezus Christus was

die eenzaamheid zo zwaar, omdat Hij in wezen volstrekt

alleen zijn weg moest gaan, terwijl het lot van heel de

mensheid in zijn handen lag.

Alleen iemand die de eenzaamheid in haar of zijn leven

niet ontvlucht is, maar die de moed heeft gehad die aan

te zien en te doorleven, kan iets, en dan nog maar een

klein beetje, doorvoelen van wat die eenzaamheid voor

Jezus Christus betekend moet hebben.

Behalve dat ik mij meer en meer de eenzaamheid van

Jezus Christus bewust word, word ik er ook toe gebracht

om stil te staan bij de voortdurende, onvoorstelbaar

heftige aanvallen die Hij doorstaan moest van de kant

van de duivel en de satan. Deze beide machten van het

kwaad worden in de esoterische traditie meestal Lucifer

en Ahriman genoemd.

Als ik mij innerlijk voor deze aanvallen of beproevingen

openstel, en in alle bescheidenheid een klein beetje

probeer na te voelen wat Jezus Christus daarbij

doorleefd moet hebben, dan huiver ik.

Geen mens heeft zozeer de volkomen duisternis van het

aardse leven ervaren en op zich af laten komen, als Hij.

Geen mens werd zo tot in de kern van zijn wezen

beproefd als Hij.Hij is tenslotte aan al dat lijden gestorven,

maar Lucifer en Ahriman hebben Hem desondanks nooit

in hun macht gekregen, zelfs niet toen ze Hem de dood

in dreven.

Zo werd hij de eerste mens die Lucifer en Ahriman

trotseerde en die blijvend tegen deze beide machten van

het kwaad opgewassen bleek te zijn. Daarom werd zijn

dood, hoe vreemd dat ook klinkt, uiteindelijk een

overwinning op die beide machten van het kwaad.

Als ik nu innerlijk terugkijk naar toen, begrijp ik beter

dan ooit dat Hij daarom de eerste opgestane mens werd.

Hij kon niet door de astrale wereld, die vaak ‘het

dodenrijk’ genoemd wordt, worden vastgehouden; voor

Hem was deze wereld slechts een doorgang naar de licht

wereld. Nog sterker: Hij was de eerste mens bij wie de

dood een totale transformatie bewerkte die Hem voorgoed

en tot in alle eeuwigheid maakte tot de eerste mens die

volledig beeld van God en Diens gelijkenis was. De dood,

de grote transformator, schiep ‘het opstandingslichaam’,

het nieuwe, geestelijke en stralende lichtlichaam dat wij

allen eens in de verre, toekomst zullen mogen verwerven.

Het is haast onvoorstelbaar: Jezus Christus werd de eerste

mens die volkomen onbelemmerd door het rijk van de

dood heen kon wandelen omdat Hij sterker gebleken was

dan Lucifer en Ahriman, de beide machten die heersen

over het rijk van de dood. En alleen zó, door Lucifer en

Ahriman te trotseren tot in het hart van hun rijk, en dus

tot in de dood, kon Hij hen overwinnen. Daarom was de

doorgang door de wereld van de dood een noodzakelijke

weg. Alleen zo kon Hij immers de definitieve overwinning

op Lucifer en Ahriman behalen. En alleen daar kon de

totale en definitieve transformatie plaatsvinden.

Van voorgangers tot volgelingen

Lucifer

De esoterische traditie vertelt iets heel opmerkelijks:

tot tweeduizend jaar geleden gingen die beiden,

Lucifer en Ahriman, de mensen voor op hun weg van

afdaling naar de aarde.

De mensen hadden de geestelijke wereld verlaten

en daalden steeds verder af tot in de wereld van

de materie. Die afdaling was een heel geleidelijk proces

dat zich tot in onze tijd voltrok. Het waren Lucifer en

Ahriman die de mensen daarbij steeds weer ertoe

verleidden om een stap verder af te dalen tot in de

wereld van de materie. Werd de vroegere mens nog

volledig beheerst door heimwee, door een kwellend

verlangen om zo vlug mogelijk terug te mogen keren

naar de geestelijke wereld waar hij vandaan kwam, de

huidige mens kent dat heimwee nauwelijks meer.

Hij concentreert zich steeds sterker op het leven op

aarde en weet bijna niets meer af van de wereld van

zijn herkomst en zijn toekomst, de geestelijke wereld.

Slechts de oosterse wereld heeft nog iets van dat oude

heimwee bewaard, en vooral in het Hindoeïsme, maar

ook wel in het Boeddhisme kunnen we de laatste resten

van dat oude, haast verterende heimwee terugvinden.

De westerse mens daarentegen heeft zich helemaal

verbonden met de aarde, en heeft daardoor ook steeds

meer het beheer over de aarde, de natuur en zichzelf

in eigen hand kunnen nemen.

Ahriman vecht met Persische koning

Dat de mensheid zich zozeer met de aarde en het leven

op aarde heeft leren verbinden, danken wij aan de invloed

van Lucifer en Ahriman op ons: dag in, dag uit werken zij

in het verborgene op ons in. Nu dreigde echter het gevaar

dat Lucifer, die ons vrijheid schenkt, maar ons ook

egoïstisch maakt, en Ahriman, die ons helpt ons thuis

te voelen op aarde, maar ons ook materialistisch maakt,

ons uiteindelijk zouden vernietigen.

We dreigden in de toekomst aan onze alsmaar

toenemende hardheid, ons zielloze materialisme

en ons botte egoïsme ten onder te gaan.

Deze desastreuze ontwikkeling kon alleen worden

gekeerd als er een mens zou zijn die tegen de beide

machten van het donker opgewassen zou zijn.

Een mens die in staat zou zijn hun macht te breken.

Die mens was Jezus van Nazareth.

Toen Hij bij de doop in de Jordaan de Christusgeest

ontving; de hoogste kosmische geest van de liefde

ofwel de zonnegeest, werd Hij Jezus de Christus, drager.

Het was deze geestelijke kracht, de Christuskracht, die

vanaf die tijd door Hem heen begon te werken en die

Hem in staat stelde aan Lucifer en Ahriman het hoofd

te bieden.

Zo werd Hij de eerste mens die niet onderworpen was

aan de macht van Lucifer en Ahriman, maar die

integendeel hun macht brak.

Deze gebeurtenis was – en is – uiterst ingrijpend.

Want omdat één mens de macht van Lucifer en Ahriman

gebroken had, zouden alle mensen in de verre toekomst

die mogelijkheid kunnen gaan verwerven. Immers, wat

één mens bewerkt en zich eigen maakt, wordt daardoor

in principe mogelijk voor alle mensen. Zo luidt de

kosmische wet. Nu, in onze tijd, mogen we zeggen dat

de tijd is aangebroken waarin deze mogelijkheid ook

daadwerkelijkin ons allen gerealiseerd kan gaan worden.

Dat gebeurt namelijk dan, wanneer ons hoger zelf, ook wel

onze innerlijke Christus, de geest of onze Boeddha-natuur genoemd, in ons aan het licht komt en werkzaam wordt in

ons. Dan leren wij, geleid door die kracht, ons egoïsme,

ons materialisme en onze hardheid beetje hij beetje te

overwinnen. Maar als steeds meer mensen op deze manier

Lucifer en Ahriman leren weerstaan, dan gebeurt er iets

heel bijzonders en iets heel unieks in de evolutie van de

mensheid. Dan verliezen Lucifer en Ahriman gaandeweg

hun allesbeslissende macht over ons en gaan zij ons niet

langer vóór, maar beginnen zij ons knarsetandend te

volgen op onze weg van geestelijk ontwaken.

Zo wordt hun rol veranderd van voorganger of voorloper

in die van volgeling: ze lopen niet langer voorop in de

evolutie, maar volgen ons.

Wat ik nu in een paar woorden schets, die beslissende

wending in de evolutie, werd mogelijk doordat Jezus in

zijn leven de confrontatie met die beide machten, Lucifer

en Ahriman, is aangegaan, en deze niet uit de weg gegaan

is. En doordat Hij sterker bleek dan zij, konden zij Hem wel

de dood in drijven, maar Hem niet in hun macht krijgen.

Gestorven of slechts schijndood?

Vaak vragen mensen mij of Jezus Christus nu écht gestorven

is aan het kruis, of dat Hij de kruisiging overleefd heeft.

Al jarenlang krijg ik deze vraag met een zekere regelmaat voorgelegd. Steeds weer merk ik dat het antwoord op de

een of andere manier voor de vraagsteller/ster heel

belangrijk is. Zelfs emotioneel belangrijk: deze vraag en het antwoord daarop raken op een onbegrijpelijke manier hun

diepste emoties. Ik kan dat overigens goed navoelen, omdat

die vraag ook mijzelf niet onverschillig laat. Ik merk namelijk

dat ook bij mezelf, bij het nadenken over deze vraag, mijn

diepste emoties geraakt worden. Kennelijk raken we met

deze vraag aan iets heel wezenlijks. Iets dat geen theorie is,

maar dat op de een of andere manier ons allen aangaat en

velen van ons heel diep raakt. Dat vast te stellen is op zich

al heel belangrijk.

Al heel lang zijn er verhalen dat Jezus Christus niet écht

gestorven is aan het kruis. Zo wordt er bijvoorbeeld verteld

dat Hij door de Essenen van het kruis gehaald en weer tot

leven gewekt werd omdat Hij niet dood was, maar slechts

in coma. Er bestaan dan ook allerlei verhalen over een leven

na zijn kruisiging. Bijvoorbeeld dat Hij na zijn schijnbare

dood India bezocht zou hebben. Anderen vertellen

eenvoudigweg dat Jezus Christus zijn kruisiging nog lang

overleefd heeft.

Bijna veertig jaar geleden logeerde ik eens in Taizé, het oecumenische klooster in Frankrijk dat tegenwoordig een

bron van inspiratie voor vele jongeren is. In die tijd was

Taizé nog niet zo bekend en kwamen er nog niet zoveel

toeristen of zoekers naar inspiratie. Daarom kreeg iedere

bezoeker in die tijd nog een gesprek aangeboden met

een van de broeders uit het klooster. In dat gesprek

mocht je een brandende vraag aan die broeder voorleggen.

Ik weet nog heel goed dat mijn vraag luidde: is Jezus

Christus nu werkelijk uit de dood opgestaan of niet?

En was dat dan een lichamelijke opstanding of niet?

Toen al hield die vraag mij heel intens bezig: is Jezus

Christus nu werkelijk gestorven en opgestaan, of niet?

Intuïtief, schouwend, heb ik altijd geweten dat het

antwoord voor mij heel duidelijk was: natuurlijk was Hij

door de dood heengegaan. Maar eerst nu begin ik dat

ook te begrijpen, en begint mijn denken het ‘te pakken’.

In onze tijd worden die twee verschillende visies op

Jezus Christus: wel of niet door de dood heengegaan, vertegenwoordigd door enerzijds de antroposofen en

anderzijds de theosofen.

Voor Rudolf Steiner, de grondlegger van de antroposofie,

is Jezus Christus wérkelijk gestorven aan het kruis, en

vervolgens uit de dood opgestaan. (1)

Hij staat daarmee geheel in de lijn van Paulus die in de

bijbel keer op keer benadrukt dat Jezus Christus werkelijk

door de dood is heengegaan, en dat deze doorgang door

de dood beslissend is voor het christelijke geloof.

Voor de theosofen daarentegen is de kruisiging vooral

een driedaagse inwijding, waaraan Jezus Christus niet in

letterlijke zin stierf, maar waaruit Hij als een nieuw,

getransformeerd mens tevoorschijn kwam.

Een transformatie die in figuurlijke zin ‘een opstanding uit

de dood’ genoemd werd. In figuurlijke zin, want het gaat

om een geestelijk ontwaken, en niet, zoals gezegd, om een letterlijke opstanding uit de dood. (2)

Om een antwoord te vinden op de vraag of Jezus Christus

nu wel of niet gestorven is aan het kruis, is het belangrijk

ons te richten op de confrontatie die Jezus Christus met

de duivel en de satan aanging…

Christus, Lucifer, Ahriman (Munin Nederlander)

Oog in oog met Lucifer en Ahriman

Dat Jezus Christus in zijn leven de confrontatie met de

beide machten van het kwaad aanging, was helemaal

niet vanzelfsprekend. Integendeel. Alle ingewijden in de

eeuwen voor Hem hadden juist alles op alles gezet om

de confrontatie met Lucifer en Ahriman te ontlopen.

Ze trokken zich terug uit de samenleving en realiseerden

samen met andere ingewijden een besloten en geheime gemeenschap, ver buiten het gewoel van het openbare,

publieke leven. Binnen die gemeenschap probeerden

de ingewijden zo’n sfeer van zuiverheid en oprechtheid

te bewerken dat Lucifer en Ahriman geen toegang tot

deze gemeenschap kregen. Zo werden de ingewijden onaantastbaar voor de machten van het kwaad.

Ook de Essenen, met wie Jezus Christus zich nauw

verbonden voelde, leefden op deze wijze. Zo werden ze

enerzijds ingewijden en wetenden en ontsnapten ze

anderzijds aan de confrontatie met Lucifer en Ahriman.

Nu kreeg Jezus Christus eens, in de jaren voor de doop

in de Jordaan, een helderziende impressie, een beeld

dat zich aan Hem opdrong. Daarbij zag Hij hoe Ahriman

en Lucifer op de vlucht sloegen voor de Essenen:

ze konden hen niet in hun greep krijgen en daarom

trokken ze zich terug om zich te wijden aan mensen die

ze wel konden bereiken. Op het eerste gezicht lijkt dat

iets goeds: dat de Essenen in staat bleken om zich Lucifer

en Ahriman van het lijf te houden. Hun levenswijze lijkt

er dan ook een om na te streven, precies zoals de

ingewijden dat al duizenden jaren deden.

Maar Jezus Christus vroeg zich bij het zien van deze

impressies het volgende af: waar gaan die twee eigenlijk

naar toe? Op wie richten ze nu al hun energie, nu ze die

niet bij de ingewijden kwijt kunnen? Het werd Hem

meteen duidelijk dat Lucifer en Ahriman maar één

mogelijkheid hadden, één uitweg: om zich te richten

op de ‘gewone’ mensen.

Maar toen dit laatste tot Hem doordrong, werd dat voor

Hem tot een schokkend inzicht: Hij schrok er werkelijk

hevig van. Want de weg van de inwijding op de

mysterieschool leek zo mooi en indrukwekkend:

de inwijdelingen hielden zich immers al het kwaad van

het lijf. Maar zij bewerkten daarmee tegelijk dat Lucifer

en Ahriman zich met des te meer kracht en venijn op de

‘gewone’ mensen gingen richten. Zij werden dus des te

heftiger belaagd, omdat de Essenen hen van zich af

wisten te houden. Het drong tot Jezus Christus door dat

wie zich alleen maar richt op het eigen zielenheil,

daarmee niet solidair is met de mensen. De weg van de

ingewijden op de mysteriescholen, die helemaal los van

de gemeenschap en buiten de gewone samenleving

stonden, was, zo zag Jezus Christus in, in wezen een

egoïstische weg. Voor Hem was het vanaf dat moment

duidelijk: zo zou het in de toekomst niet meer mogen

gaan. En zo zou Hij het ook zelf niet mogen doen: alleen

maar werken aan het eigen zielenheil om zodoende de

confrontatie met Lucifer en Ahriman ontlopen.

Solidair zijn met de mensheid hield voor Hem vanaf dat

moment in, dat Hij de keuze maakte voor de ‘gewone’

mensen, ofwel voor de tollenaar en de overspelige, zoals

het Nieuwe Testament hen noemt. Het hield in dat Hij

zich niet langer wilde en kon vereenzelvigen met de

ingewijden en hun weg. Alleen samen met alle mensen,

solidair en verbonden met elkaar, zou de mensheid

de weg naar het licht moeten vinden. Maar de weg van

de ‘gewone’ mens die niet de gelegenheid had zich terug

te trekken op een mysterieschool, was een weg, waarbij

de mens voortdurend bloot stond aan de aanvallen, zeg

maar: de negatieve inwerking en inspiratie van Lucifer en

Ahriman. Daarom, om solidair te zijn met de gewone

mensen en hun levenswijze, koos Jezus Christus er voor

om direct na de doop in de Jordaan, naar de woestijn te

gaan. Daar, in de stilte, wilde Hij de confrontatie met

Lucifer en Ahriman aangaan.

Zo wilde Hij dus zijn solidariteit met de gewone mens tot uitdrukking brengen: door die twee machten van het

donker niet te ontlopen, maar door juist oog in oog met

hen te gaan staan en de strijd met hen aan te gaan.

Ook Lucifer en Ahriman zélf wilden maar wat graag de

confrontatie met Jezus Christus aangaan. Ze wisten dat

Hij bij de doop in de Jordaan een heel bijzondere

geestelijke kracht had ontvangen, ja, een goddelijke

kracht. Die kracht zorgde ervoor dat Jezus Christus nu

als eerste der mensen in staat zou zijn Lucifer en Ahriman

te weerstaan en hun macht op de lange termijn zelfs

zouden kunnen breken. Daarom wilden ze Hem zo snel

als maar mogelijk was, uitschakelen.

Een levenslange confrontatie tot op de laatste ademtocht

Die eerste confrontatie, daar, in de woestijn, was hevig.

Zowel de duivel (Lucifer), als de satan (Ahriman), als

die beiden samen, richten al hun verleidingskracht op

Jezus Christus.

Volledig alleen, zonder hulp van wie dan ook, stond

Hij oog in oog met die beiden en wist hen te trotseren.

De Evangeliën vertellen in duidelijke, beeldende

bewoordingen over deze confrontatie. [3]

Ze vertellen hoe die twee, Lucifer en Ahriman,

inspeelden op alles wat menselijk is: op een gevoel

van trots en hoogmoed, op angstgevoelens en op

een zogenaamd Godsvertrouwen.

Al hun verleidingen wisten ze zo in te kleden alsof

Jezus Christus met het vervullen ervan God Zelf diende.

Maar Jezus Christus doorzag hun tactiek en hun listen,

en bleef staande te midden van dit geestelijke geweld.

Vanaf dat moment verhevigden Lucifer en Ahriman

hun inzet en hun aanvallen op Jezus Christus.

Hoe meer zijn lichaam in de loop van de jaren die

daarop volgden, versleten raakte en hoe vermoeider

Hij werd, hoe heftiger ze tegen Hem tekeer gingen.

Ze gingen daarmee onafgebroken door tot in het

laatste uur van zijn leven op aarde, toen Hij aan het

kruis hing.

De beide moordenaars die links en rechts van Hem

hingen, waren een prachtig kanaal voor Lucifer en

Ahriman. Het voorhanden zijn van zulke kanalen,

of geleiders voor hun energie, maakte dat hun aanvallen

op Jezus Christus aan kracht wonnen. En met al hun

verbonden krachten zetten ze op dit uiterste moment

alles op alles om Hem alsnog te breken en te verleiden.

Niet voor niets wordt er verteld dat het in de laatste uren

voor het sterven van Jezus Christus aardedonker werd

op aarde: tot in de concrete werkelijkheid werden de

negatieve en vernietigende krachten van Lucifer en

Ahriman zichtbaar.

Maar ook deze laatste, meest heftige poging mislukte

en nu, zo wisten die twee, waren hun pogingen

voorgoed mislukt.

Zo werd Jezus Christus de eerste mens die tot het laatste,

bittere einde toe weerstand wist te bieden aan de beide

machten van het kwaad. Het is huiveringwekkend groots!

Een gevecht op leven en dood

Bij dit laatste gevecht, toen Jezus Christus volkomen

uitgeput aan het kruis hing, was het erop of eronder.

Beide partijen; enerzijds Lucifer en Ahriman, en anderzijds

Jezus Christus, beseften dit. Ze beseften dat de toekomst

van de aarde en de mensheid op het spel stond.

Zouden Lucifer en Ahriman winnen en zou het hen lukken

om Jezus Christus alsnog in hun macht en aan hun zijde

te krijgen, dan zou ook de mensheid in de toekomst

voorgoed in de macht van die beiden blijven.

Het laat zich gemakkelijk raden hoe de toekomst van

de mensheid er dan uitgezien zou hebben…

Totale ondergang en vernietiging, dat zou het lot van de

mensen worden als ze voorgoed aan Lucifer en Ahriman onderworpen zouden zijn.

Maar zou Jezus Christus winnen, dan zou daarmee

de macht van Lucifer en Ahriman in principe gebroken

zijn. Dan zou Hij de eerste mens zijn die de macht van

die beiden had weten te weerstaan.

Dankzij Hem zou de mensheid dan een mogelijkheid

ontvangen hebben om eveneens, net als Hij, aan de allesbeslissende macht van Lucifer en Ahriman te

ontsnappen. Want als één mens de weg naar de vrijheid

vindt, wordt die weg immers voor alle mensen mogelijk.

Het was dus werkelijk een gevecht van kosmische

betekenis dat daar aan het kruis gevoerd werd! Daar,

aan het kruis, werd de toekomst van de mensheid beslist…

Daarbij mogen we dit beseffen: met een schijnvertoning

zouden die twee, Lucifer en Ahriman, geen genoegen

genomen hebben. Ik bedoel daarmee dit:

als Jezus Christus niet echt gestorven zou zijn aan het kruis,

maar ‘alleen maar’ schijndood geweest zou zijn, zou dat

voor Lucifer en Ahriman alleen maar een intermezzo zijn.

Ze zouden immers meteen, zodra Jezus Christus ontwaakt

zou zijn uit zijn coma, doorgegaan zijn met hun pogingen

om Hem te breken. Maar nu ze Hem de dood ingedreven

hadden, en Hem desondanks niet hadden kunnen verleiden

en breken, nu was hun macht in de kern gebroken.

Ik denk dan ook dat degenen die spreken over een

schijndood van Jezus Christus aan het kruis, niet voldoende beseffen wat daar werkelijk gebeurde en wat er bij dit

beslissende en verschrikkelijke gevecht op het spel stond.

Het was werkelijk een gevecht van kosmische betekenis

tussen Jezus Christus en de machten van het kwaad. En dat

gevecht was ook werkelijk een gevecht op leven en dood.

Het unieke van Jezus Christus

Bij dit alles is het goed om ons vooral dit te realiseren:

juist omdat Jezus Christus solidair met de ‘gewone’ mensen

wilde zijn, koos Hij voor een confrontatie met Lucifer en

Ahriman op het vlak van het gewone, alledaagse leven.

Dus precies daar, waar ook wij hen het hoofd moeten bieden:

in het gewone leven, thuis, in onze verhouding met andere

mensen, in onze omgang met geld, in onze betrokkenheid

bij anderen en in de levensdoelen die we ons stellen.

Dat Jezus Christus ervoor koos om solidair te zijn met de

‘gewone’ mensen, is overigens wel iets heel bijzonders!

Geen ingewijde voor Hem had zoiets bedacht, laat staan

gedaan. Geen enkele ingewijde had in de beperktheid van

het aardse lichaam de confrontatie gezocht: ze hadden juist geprobeerd die te ontlopen.

Wel leerden ze om bij uittredingen, los van het lichaam,

vrij te blijven en te worden van de machten van het kwaad

en hen zodoende te weerstaan. Maar opgesloten in het

aardse lichaam, en voluit in het alledaagse leven staande,

om dan van daaruit oog in oog met Lucifer en Ahriman

te gaan staan en hen te leren weerstaan, dat was niet

de weg die zij zochten.

Geen enkele hoge Meester had tot nu toe op het

aardse vlak, in het gewone alledaagse leven, levend te

midden van de gewone mensen, de strijd aangebonden

met de machten van het kwaad.

Geen enkele ingewijde was tot nu toe op die manier

solidair geweest met de mensheid. Maar juist omdat

Jezus Christus dat wel gedaan heeft en de machten

van het kwaad, hier, op het aardse vlak, in het gewone,

alledaagse leven, weerstaan heeft, heeft Hij ons de

mogelijkheid geschonken om, net als Hij dat deed,

aan die beiden weerstand te bieden.

Daarmee heeft Hij ons de mogelijkheid geschonken om

ons in de toekomst meer en meer aan de macht en

controle die Lucifer en Ahriman over ons hebben,

te onttrekken! We zullen het ook zelf mogen gaan ervaren

en verwerkelijken: dat Lucifer en Ahriman niet langer de

machten zijn die ons voorgaan en steeds verder naar

beneden trekken, maar dat zij ons tegenstribbelend gaan

volgen en dat wij hen mogen gaan meenemen op

een weg die uiteindelijk ook voor hen bevrijding betekent.

Tot slot

Ik heb aan mijzelf, maar ook aan anderen, gemerkt hoeveel

innerlijk verzet er in ons allen leeft om ons bezig te gaan

houden met Lucifer en Ahriman, de machten van het kwaad.

We vinden het veel fijner om ons te richten op de wereld van

het licht: dat troost, bemoedigt en geeft kracht.

Maar in deze tijd kunnen we er niet meer onder uit: op alle mogelijke vlakken worden we geconfronteerd met het kwaad.

Met verharding, met egoïsme, met botte agressie…

Maar niet alleen met dit soort zaken buiten ons worden we geconfronteerd, we worden ook met onze eigen onrust, met

onze eigen gevoelens van woede en verdriet, met onze eigen onmacht en wanhoop geconfronteerd. Maar wie zich een

leerling van Jezus Christus voelt en Hem navolgen wil, die zal

niet anders kunnen en niet anders willen dan om, net als Hij,

dwars door dit alles heen te gaan. Die zal het donker in het

leven niet willen ontlopen, maar die zal het moedig willen uithouden en weerstaan. Alleen zo zullen we de macht van

Lucifer en Ahriman kunnen breken. Alleen zo zullen we de

grote wending in de evolutie op weg naar een nieuwe wereld

van vrede mogen verwerkelijken. Want onze tijd staat werkelijk geheel in het teken van die grote wending!

Een wending die ons – vergeet dat nooit! – vrede zal brengen

en universele liefde. Maar de weg daarheen gaat dwars door

het donker buiten ons en binnen in ons heen. Vluchten voor

het donker van onze tijd, het ontkennen, er verbitterd door

raken: dat is niet de weg. De weg is: dwars er doorheen gaan,

er sterker van worden, eraan groeien, en zo door het donker

heen de weg naar het licht banen.

Precies zoals Jezus Christus dat gedaan heeft…

Wie heeft de moed die weg te gaan?

Dat is de vraag die na alle bovenstaande overwegingen

overblijft. Als je die vraag durft toelaten, weet dan,

dat je een onvoorstelbare hulp krijgt op die weg.

De hulp van Hem die als eerste deze weg gegaan is,

en Die ons daarom als geen ander op die weg wil leiden

en bijstaan…

Hans Stolp

[3] Zie het Evangelie van Mattheus 4: 1-11, het Evangelie van Marcus 1:12, 13 en het Evangelie van Lucas 4: 1-13. Dat deze confrontatie in drie Evangeliën genoemd wordt, benadrukt zonder woorden de beslissende betekenis ervan. terug