Dementie is een thema waar veel over te vertellen valt.
In het kader van dit artikel kan ik slechts enkele punten
aanstippen maar het is, denk ik, belangrijk om over dit
thema na te denken: zoals vroeger kanker een taboe
was en waar niet veel over werd gesproken, omdat deze
ziekte zoveel angst opriep, lijkt nu dementie de ziekte
te zijn die angst oproept. Vroeger werd de naam kanker
bijna niet genoemd maar werd gesproken over
‘die gevreesde ziekte.’
Het lijkt erop dat dementie in deze tijd dezelfde angsten
oproept als vroeger met kanker het geval was. Die angst
werkt natuurlijk, door in de manier wij met deze ziekte
omgaan: het pleidooi voor euthanasie bij dementie heeft
naar mijn mening alles met deze angst te maken.
Voor mensen die met deze ziekte hebben te maken,
of omdat deze ziekte hen zelf betreft, of omdat iemand
in de omgeving aan dementie lijdt, is dit een zware last
die we niet moeten onderschatten.
Voor familie en geliefden van iemand met dementie,
is het intens verdrietig en pijnlijk te moeten meemaken
dat je partner, broer of zus, je moeder of vader, op een
zeker moment je niet meer herkent en je naam niet meer
weet. Mantelzorgers van mensen met dementie, krijgen
meer dan gemiddeld een burn-out, depressies en
lichamelijke ziekten. De vraag die alle mensen bezighoudt
die te maken hebben met dementie is: hoe moeten we
met deze ziekte omgaan? Is dementie alleen maar zinloos,
of heeft het misschien toch een verborgen zin?
Steeds meer mensen komen in deze tijd tot de conclusie
dat dementie een zinloos lijden is en trekken daaruit de
conclusie dat we elkaar, en onszelf, dit lijden moeten
besparen en euthanasie in dit geval moeten toestaan.
De Nederlandse Vereniging voor een Vrijwillig Levenseinde
(NVVE) pleit daar al jaren voor en mede dankzij een sterke
lobby van deze vereniging is het op dit moment ook
bij beginnende dementie wettelijk toegestaan om voor
euthanasie te kiezen.
Het angstbeeld
Waarom zijn velen eigenlijk zo bang voor dementie?
Omdat de mens bij dementie langzamerhand de controle
over zichzelf en zijn leven kwijtraakt. Hij of zij weet niet
altijd meer waar hij is en heeft dus last van oriëntatie
verlies. Daarnaast vergeet iemand met dementie meer
en meer namen en gezichten. Soms worden mensen met
dementie daar angstig en onzeker van en sommigen
ook wantrouwend. Eigenlijk is dat het beeld van iemand
met dementie geworden: een verward en soms ook
wantrouwend en angstig mens.
Het is belangrijk om ons te realiseren dat lang niet
iedereen met dementie zo is en zo reageert op het verlies
van de cognitieve functies; het vermogen tot denken.
Bij een goede verzorging blijkt bijvoorbeeld een iemand
met dementie in staat is om andere aspecten van zichzelf
te ontwikkelen, met name de gevoelskanten en de
kunstzinnige aspecten van zijn wezen.
Een prachtig voorbeeld vond ik het verhaal over een
dame met dementie die, geholpen door haaromgeving,
een nieuwe carrière als schilderes was begonnen en daar
zichtbaar van genoot. Op een zeker moment hield ze zelfs,
met hulp van haar verzorgenden, een expositie van haar
schilderijen, waarbij ze een toespraak hield om haar werk
toe te lichten, (1) Haar schilderijen maakten indruk omdat
ze mooi en verzorgd waren.
Veel mensen die te maken hebben met mensen met
dementie zien echter vooral de negatieve aspecten,
de verwardheid, angst en wantrouwen.
Het lijkt vaak, of zij zich niet bewust zijn dat het bij een
zorgvuldige en liefdevolle verzorging mogelijk is andere
aspecten van hun wezen actief te maken en te
stimuleren. Daardoor staren ze zich blind op de negatieve
aspecten van dementie: de verwarring en de angsten.
Het lijkt vaak, of velen zich, onbewust, de vraag stellen:
als deze ziekte mij nu zou overkomen?
Wat zou ik dan willen?
Die vraag alleen al roept bij velen zo’n angstig schrikbeeld
op dat zij als vanzelf tot de conclusie komen: euthanasie is
misschien het beste antwoord op dementie.
Overgave en je laten verzorgen…
De angst voor dementie hangt ook samen met de
groeiende onmacht om afhankelijk van anderen te zijn.
Wat de generaties voor ons nog konden: zich in
vertrouwen over te geven, kunnen de meesten van ons
niet meer. Wij willen vooral onafhankelijke mensen zijn
die zelf de regie over ons leven in handen hebben.
Niet voor niets zijn er allerlei cursussen waar je leert om
in je eigen kracht te staan en voor jezelf op te komen.
Afhankelijk zijn van anderen en daardoor anderen tot last
worden, lijkt in onze tijd een onoverkomelijk schrikbeeld.
We willen wel voor anderen zorgen, maar niet voor ons
laten zorgen. We willen wel geven, maar zijn niet goed
in staat om te ontvangen.
Een voorbeeld gegeven door de NVVE: mevrouw B.
wordt opgenomen op een ouderenafdeling psychiatrie
van het ziekenhuis. Ze gaat langzaam achteruit: ze krijgt geheugenproblemen, weet af en toe niet goed meer
waar ze is (oriëntatieverlies) en verliest daarmee iets van
de controle over haar leven. Als er wordt besloten tot
overplaatsing naar een verpleeghuis, vraagt ze om
euthanasie. Haar kinderen ondersteunen haar verzoek,
omdat ze de angst van hun moeder begrijpen dat ze bij
het voortschrijden van haar ziekte de controle over
zichzelf volledig zal verliezen.
Haar verzoek wordt ingewilligd en door middel van
euthanasie wordt er een einde gemaakt aan haar leven.
Het is slechts een van de vele voorbeelden.
Voor mensen die geen weet hebben van een leven na
de dood en dit aardse leven niet zien als een leerschool
waar wij ingrijpende lessen komen leren, is euthanasie
in het geval van mevrouw B. vanzelfsprekend want
waarom zou je meer lijden dan nodig is? Anderen
hebben daarentegen het gevoel dat mevrouw B. zichzelf
door de keuze voor euthanasie de mogelijkheid
ontneemt om een belangrijke levensles te leren:
de les van overgave en loslaten.
Natuurlijk heeft dat gevolgen voor het leven na de dood
en voor een volgende incarnatie.
Hans Stolp
(1 van 2)
(1) Jan Pieter van der Steen, “Dementie,
achtergronden en praktijkervaringen.”
Uitg. Christofoor, 2009 blz. 11
Het aardse leven als levensles
Elisabeth Kübler-Ross heeft in haar voordrachten
en in haar boeken steeds weer benadrukt dat ons
aardse leven een voortdurende reeks van
levenslessen bevat. Wanneer we bereid zijn deze
lessen te leren en eraan te groeien, keren we rijker
terug naar huis; de geestelijke wereld, dan we
waren toen we naar de aarde kwamen.
Ook de laatste levensfase houdt een levensles in.
Dikwijls is dat, zoals ik hierboven aangaf, de les om
te ontvangen, in plaats van te geven. Om afhankelijk
te durven zijn, in plaats van autonoom, om dankjewel
te leren zeggen, of te denken, in plaats van alsjeblieft.
Iedere ouder wordend mens heeft meer dan vroeger
hulp van anderen nodig en verliest daarmee iets van
zijn autonomie en zelfstandigheid.
Als we langzaam naar de dood toeleven, zegt
Kübler-Ross, staat de laatste fase van ons leven niet
langer in het teken van fysieke genezing, maat in het
teken van geestelijke genezing en dus heel wording.
Ze Schrijft: Mijn doodzieke patiënten werden nooit
beter in de fysieke betekenis, maar in emotioneel en
geestelijk opzicht ging het met hen wel beter dan de
meeste gezonde mensen. Volgens Kübler-Ross is het
in wezen een geschenk als we na een actief leven
gedurende de ouderdom nog iets van die andere
kant mogen leren: overgave, ontvangen en
afhankelijk durven zijn. Wie deze les aanvaardt en
zich die stap voor stap eigen maakt, keert na de
dood als een rijker mens terug naar huis en zal ook
een volgend leven als een wijzer en evenwichtiger
mens mogen beginnen.
De moeder van Elisabeth Kübler-Ross
In het boek: Dementie, achtergronden en praktijk
ervaringen, van Jan Pieter van der Steen, las ik het
indrukwekkende voorbeeld over de moeder van
Küblere-Ross. Zij was weliswaar niet dement, maar
raakte door een hersenbloeding opgesloten in
haar lichaam en verloor zowel het vermogen om
te spreken, als het vermogen om te bewegen.
Zij was dus volkomen afhankelijk. Elisabeth, van
Zwitserse herkomst, was een ziekenhuis psychiater
en leefde en werkte in de Verenigde Staten.
Toen ze op zeker moment met haar twee kinderen
op vakantie was bij haar moeder in Zwitserland,
stelde haar moeder haar plotseling de vraag:
‘Als ik ooit een vegeterend mens word, wil ik dat je
een einde maakt aan mijn leven. Jij bent de enige
arts in de familie, en in geval van nood reken ik op je.’
Elisabeth hoorde de vraag van haar moeder met
toenemende ergernis aan en antwoordde dat ze
tegen euthanasie was. Ze voegde er meteen aan toe:
‘Ik zal nooit -maar dan ook nooit- iemand bij
euthanasie helpen en al helemaal niet mijn eigen
moeder, de persoon die me het leven heeft gegeven
en me in leven heeft gehouden. Als er iets met jou
gebeurt, doe ik hetzelfde voor jou wat ik doe met al
mijn patiënten: ik help te leven totdat je sterft.’
Drie dagen nadat Elisabeth met haar kinderen was
teruggekeerd naar de VS, belde haar zus haar op om
haar te vertellen dat hun moeder een zware
hersenbloeding had gehad. Elisabeth keerde meteen
terug naar Zwitserland. Bij haar moeder aangekomen,
merkte ze dat deze niet kon spreken en bewegen.
Alleen door met haar ogen te knipperen en in haar
hand te knijpen, kon haar moeder nog met Elisabeth communiceren. Had ze dit onbewust voorvoeld,
toen ze Elisabeth haar vraag over euthanasie stelde?
De moeder van Elisabeth heeft nog vier jaar in volle
afhankelijkheid geleefd in een verzorgingstehuis in
de buurt van Bazel. Vier jaar lang kreeg ze daar
liefdevolle zorg. Natuurlijk heeft Elisabeth jarenlang
geworsteld met de vraag naar het waarom en naar
de zin van deze moeilijke levensles van haar moeder.
Later vertelde Elisabeth over de inzichten die ze bij
deze innerlijke worsteling had opgedaan: Het werd
mij duidelijk dat het mijn moeders laatste les was
geweest te leren genegenheid en zorg te ontvangen,
iets waar ze nooit zo goed in was geweest.
Vanaf dat moment prees ik God dat hij haar dat in
vier jaar had geleerd. Ik bedoel, het had heel wat
langer kunnen duren.
Een nieuwe manier van de wereld verkennen
En dementie dan?
Wat zou daarvan de levensles kunnen zijn?
Om te leren daar iets van aan te voelen, is het
belangrijk ons te realiseren, wat er nu eigenlijk
gebeurt bij dementie.
Omdat fysieke hersenen worden aangetast bij
dementie, verliezen we allerlei functies die met het
denken samenhangen: geheugen, spraak en
oriëntatie bijvoorbeeld. Daarmee verliezen wij ook
onze autonomie: het vermogen om zelf sturing te
geven aan ons leven. Maar andere vermogens
krijgen daardoor juist meer ruimte: ons voelen, ons
onbevangen en puur waarnemen van de dingen en
de mensen, zoals een jong kind dat nog doet.
Je mag daarom zeggen dat dementie ook nieuwe
kansen en nieuwe ontwikkelingsmogelijkheden biedt.
Een vrouw die altijd aan het piekeren was en angstig
in het leven stond, werd door de dementie een ander
mens: vriendelijker en meer ontspannen.
Ook raakte ze de mensen veel meer aan, iets wat ze
vroeger zelden of nooit deed. Natuurlijk waren er bij
haar ziekte ook zorgen en problemen, maar toch kon
haar man zeggen: ‘Ik zie dat dementie mijn vrouw een
tweede kans geeft om op een nieuwe manier de
wereld te verkennen en tegemoet te treden.’
Valideren
In een gevorderd stadium van dementie, dat wel het
stadium van het verdwaalde ik wordt genoemd, is het
niet meer mogelijk om iemand met dementie in de
werkelijkheid terug te roepen.
Iemand die dementie heeft, leeft dan in het verleden
en denkt dat bijvoorbeeld de ouders en grootouders
nog leven. In dit stadium verwerkt de zieke onbewust
en in het verborgene van de ziel het verleden:
het is een echt verwerkingsproces.
Als de iemand met dementie in die fase zegt: opa staat
op mij te wachten, heeft het geen zin om te zeggen
dat opa al lang dood is: dat dringt niet meer door.
Wel heeft het zin te vragen, waarom opa op hem
wacht en wat ze dan samen gaan doen.
Op die manier bevestig je de herbeleving van de
zieke in plaats van die te ontkennen: iemand met
dementie leeft helemaal in het verleden en op dat
moment zijn opa en de ontmoeting voor hem of
haar werkelijkheid. Voor een mantelzorger is het
niet gemakkelijk om zo te reageren, maar het is wel
belangrijk dat te leren.
Deze manier van reageren wordt wel validation of
valideren genoemd, wat bekrachtigen of bevestigen
betekent.
We zien in dit voorbeeld dat door het verlies van het denkvermogen een herbeleving van het verleden
mogelijk wordt. Het korte termijn geheugen wordt
het eerst aangetast, het lange termijn geheugen komt
daardoor sterker dan vroeger naar boven.
Deze herbeleving geeft iemand met dementie, de
mogelijkheid om in het verborgene van de ziel allerlei gebeurtenissen uit de jeugd alsnog te verwerken en
los te laten. (2) Dat is wel bijzonder, want dat houdt in
dat deze fase, hoe verdrietig ook voor de omgeving,
een zinvolle fase kan zijn. Daardoor zal de zieke straks
immers, in een leven na de dood en in het volgende
leven als een wijzer mens verder mogen gaan:
als iemand die geleerd heeft van het leven en daaraan
gerijpt is.
Het lijkt mij ongelooflijk belangrijk dat wij in deze tijd
juist over déze aspecten van dementie leren nadenken.
Hans Stolp
(2) Door dementie en de aftakeling van de fysieke
hersens wordt het ik (of de geest) meer en meer
uit het fysieke lichaam geworpen. Daardoor werkt
het ik niet langer via de fysieke hersens op de ziel
van de zieke in, maar van buitenaf. Denk maar aan
iemand die in coma ligt en toch kan horen wat
anderen zeggen: hij hoort dat door middel van zijn
ik of zijn geest die nu buiten het lichaam zweven.
Intro:
Ze had zich diep in zichzelf teruggetrokken.
De namen van haar kinderen wist ze niet meer
en tegen haar man zei ze beleefd: Dag meneer.
Ja, ver weg was ze, alsof ze alleen nog maar
door een heel dun draadje met het aardse leven
was verbonden. Haar ogen waren leeg. Als je
daarin keek, kon je haar er niet meer vinden.
Vanaf haar vroegste jeugd waren er heftige
beproevingen op haar weg gekomen. Ze had
er nooit over willen praten, alsof ze het niet
verdragen kon om die oude beproevingen met
woorden weer tot leven te wekken. Zelfs haar
kinderen kenden haar diepste geheimen niet.
Soms leek het, alsof ze zich bewust had
teruggetrokken in zichzelf om daar de veiligheid
en geborgenheid te zoeken die ze op aarde
maar niet vinden kon. Met een zekere regelmaat
begonnen haar vingers onrustig te plukken
en te trekken aan de knopen van haar vest,
alsof ze zich losmaken en bevrijden wilde.
Als je innerlijk contact maakte met haar hoger
wezen, vertelde haar hoger zelf wat ze nu deed:
die oude pijn in stilte herbeleven om het los te
kunnen laten voordat ze sterven zou. Ze wilde
straks zo graag vrij en onbelemmerd de geestelijke
wereld binnengaan. Daarom moest ze zich nu,
in het verborgene, bewust worden van wat
die donkere ervaringen haar nu eigenlijk geleerd,
en aan geestelijke winst hadden meegegeven.
Ze wist dat ze dat alleen maar in een sfeer
van volkomen veiligheid kon ontdekken en het
was daarom dat ze zich tot in die andere wereld,
waar niemand haar kon volgen, had teruggetrokken.
Maar wat was ze al die mensen dankbaar die haar
een knuffel gaven en die haar met respect de tijd
schonken om haar stille werk te volbrengen, ook al
begrepen ze niet, waarom deze tijd nu eigenlijk
zo belangrijk was voor haar en waarom haar ziekte
niet alleen maar afbraak was, maar haar ook iets gaf.
Zo gebeurde het dat ze later, toen ze, gedragen
door de engelen, de aarde voorgoed verlaten had,
als een rijk en geheeld mens thuis kwam.
Hans Stolp
1. Opvallende omschrijvingen van dementie zijn:
Verdwijnen zonder zoek te raken; Iemand die langzaam verdwijnt en Verdwaald in het geheugenpaleis. Het Ik, de geest, heeft zich
gaandeweg losgemaakt en zweeft, gedeeltelijk, boven het fysieke lichaam: het is er dus nog wel!
Dementie houdt voor de omgeving een voortdurende oefening
in om je te leren verplaatsen in de beleving iemand met dementie.
Bijvoorbeeld:
Besef dat een dementerende ook echt vergeet.
Als hij jou niet meer herkent en zijn overleden moeder zoekt en
jij vertelt hem dat zij allang dood is, hoort hij dat, in zijn beleving, voor het eerst. Dat is een schok voor hem! Iemand met dementie daagt je onbewust uit om in zijn beleving te stappen en ‘het spel’ met hem mee te spelen: Hoe zou het eigenlijk met je moeder zijn?
Belangrijke informatie
Mensen die aan dementie lijden gaat tijdens de ziekte door vier stadia:
– Het bedreigde ik: geheugenproblemen.
In deze fase is het belangrijk de zieke te bepalen bij de realiteit: vandaag is het zondag, vanavond komt Jan.
– Het verdwaalde ik: de zieke leeft zo sterk in het verleden dat
het heden daarin niet past. Dan is een validerende benadering nodig. Voorbeeld: Ik wil naar papa en mama toe.
Dan niet zeggen: Maar die zijn allang dood, maar zoiets als:
Hoe zou het met je vader zijn? Zou hij nog steeds last van zijn
hart hebben?
– Het verborgen ik: praten lukt niet meer, zingen wel…
– Het verzonken ik: de zieke ligt op bed, praat niet meer
en reageert alleen nog op aanraking en eten en drinken.
Het woord dementie betekent: de geest is weg, of: de geest heeft zich teruggetrokken. En inderdaad: bij dementie moet het Ik, of
de geest, zich wel terugtrekken omdat het geen mogelijkheid heeft zich via de fysieke hersenen tot uitdrukking te brengen en sturing aan het eigen leven te geven.
Er zijn meerdere vormen van dementie
De belangrijkste vormen zijn:
Alzheimer (60%) duurt ongeveer 15 jaar en is een sluipende ziekte, geen ziekte-inzicht.
Vasculaire Dementie (20%) ontstaat plotseling door een afsluiting van bloedvaten in de hersenen, wel ziekte-inzicht.
Lewy-Body (15%) hallucinaties, tussen 50 en 80 jaar.
Belangrijk: verwar dementie niet met de ‘gewone’ ouderdom vergeetachtigheid: die heeft alleen betrekking op het geheugen. Het verschil met dementie is dat de herinnering op een zeker moment toch weer opduikt.
Op dit moment hebben in Nederland 310.000 mensen de
diagnose dementie gekregen; naar verwachting zullen dat er over enige tientallen jaren over de 500.000 zijn. 71% van hen is vrouw
en de gemiddelde leeftijd is 79 jaar.
2. Wat gebeurt er eigenlijk bij dementie?
Dementie is niet te begrijpen zonder inzicht in de samenstelling van de mens: fysiek lichaam, etherisch lichaam, astraal lichaam
en het Ik of de geest.
a) Het fysieke lichaam, de mens is een geestelijk wezen dat zich belichaamt in een fysiek lichaam. Dementie ontstaat als gevolg
van plaques; aderen van de hersenen slibben dicht en kluwens
niet goed afgebroken eiwitcellen stapelen zich in en buiten de hersencellen op. Daardoor kunnen de hersenen niet goed meer werken. Gevolg: de geest dus het eigenlijke Ik, kan zich niet meer
via de hersens tot uitdrukking brengen en trekt zich,
gedeeltelijk, terug in de geestelijke wereld.
b) Het etherische lichaam, dit bevat ons geheugen: zowel het korte termijn geheugen, als wel het lange termijn geheugen.
Het etherische lichaam bewaart de herinneringen van het lange termijn geheugen daar, waar het met zijn krachten de organen
van het fysieke lichaam doordringt, dus op de buitenzijde van
de organen.
Elk orgaan bewaart op die manier zijn eigen herinneringen:
De lever: gevoelsmatige herinneringen, het hart: gevoelens
van spijt en wroeging, de long: abstracte herinneringen.
N.B. Bij orgaandonatie komen dus herinneringen mee!
c) Het astraallichaam, dat haalt de herinneringen uit het etherische lichaam naar boven, zodat het Ik of wel de geest, zich deze bewust kan maken. Bij dementie haalt het astraallichaam de herinneringen wel naar boven, maar is er geen Ik om ze te verwerken en sturing
te geven aan emoties die met de herinneringen verbonden zijn.
d) Het Ik of de geest, het Ik: het lagere en hogere ik, geeft sturing aan het leven, dus ook aan de emoties en driften. Bij dementie
trekt de geest zich terug, zodat het astraal lichaam aan zichzelf
is overgelaten.
Belangrijk hierbij is het om ons het volgende te realiseren:
1. De familie/verzorgende moet de sturende rol van het Ik
overnemen, net zoals een moeder dat bij haar kind doet.
2. Bij een jong kind is het astraallichaam nog vrij schoon,
bij iemand met dementie niet: dat zit vol met emoties
en gevoelens die hij of zij in het achter hem liggende
leven opdeed: angst, boosheid, teleurstelling, enzovoort.
3. Het astraallichaam van iemand met dementie, wordt
losgelaten door het Ik. Als het astraallichaam herinneringen
naar boven haalt, verdwijnen de herinneringen weer vrij snel;
er is geen Ik dat hen sturing geeft, maar emoties en gevoelens
verdwijnen niet zo snel; er is geen Ik dat ze kan beheersen.
Daardoor kan de zieke ongeremd allerlei emoties uiten.
4. Verzorgenden moeten dus hun ik-kracht ter beschikking stellen, zodat zij daarmee leiding kunnen geven aan het astraallichaam van de dementerende. Daarom zijn vaste verzorgers belangrijk;
ze moeten minimaal 21 jaar zijn want dan is hun ik-kracht pas volgroeid. Ook moeten kinderen, om dezelfde reden, niet de verzorging van iemand die aan dementie lijdt op zich nemen.
Het nonnenonderzoek
In 1987 begon een onderzoek onder 678 nonnen die
bereid waren na hun dood hun hersens af te staan.
Het bleek dat van de nonnen wier hersens het sterkst
waren aangetast door plaques en kluwens, 70% wel
dement werd, maar 30% niet.
Waarom was die 30% niet dement geworden?
Na onderzoek werd het volgende duidelijk:
– Laag opgeleide nonnen werden eerder dement dan
hoog opgeleide nonnen.
– Wie vroeger een depressie had, had bijna 2 keer
zoveel kans op dementie.
– Wie beschikte over een creatief, beeldend denken
werd minder snel dement.
– Hoge cijfers op school beschermden niet tegen dementie.
Wie zich oefent in een creatief, speels, beweeglijk en vrij
denken, vindt daarin bescherming: van de nonnen die niet
dement werden, had maar 13% een beperkt denken….
4. Is euthanasie het enige zinvolle antwoord?
De Vlaamse dichter Hugo Claus koos voor euthanasie
toen hij nog in het beginstadium van Alzheimer verkeerde.
Ook de NVVE (Nederlandse Vereniging voor een Vrijwillig
Levenseinde) wil de mogelijkheid van euthanasie bij
beginnende dementie ondersteunen.
Er zijn echter ook andere visies en er worden ook andere
behandelingen voor mensen met dementie geadviseerd.
Bijvoorbeeld deze:
Onze ziel bestaat uit drie wezensdelen:
onze gewaarwordingsziel,
onze verstandsziel,
onze bewustzijnsziel.
Bij dementie werken met name verstandsziel en
bewustzijnsziel niet (goed). Daardoor komt de
gewaarwordingsziel vrij: deze kan wél tot nieuwe
activiteiten gestimuleerd worden.
Zo vertelde een mevrouw die laan dementie leed
op een congres vrolijk en enthousiast over haar
nieuwe carrière als schilderes en liet ze een aantal
van haar kleurrijke en verzorgde schilderijen zien.
Dit voorbeeld laat zien:
– Bij dementie krijgt de gewaarwordingsziel de
mogelijkheid zich op een nieuwe manier te ontplooien.
Dat heeft grote gevolgen voor de volgende incarnatie:
een te eenzijdige nadruk op het denken wordt
bijvoorbeeld gecorrigeerd.
– Euthanasie neemt de mogelijkheid van een dergelijke
geestelijke groei in de laatste levensfase weg.
– Zo gezien kun je zeggen dat dementie iemand de
kans geeft zich te bevrijden uit de ivoren toren van
het dominante denken.
– Ook kunnen dementerenden leren te ontvangen.
– Daarnaast krijgen dementerenden de mogelijkheid
pijnlijke levenservaringen alsnog te verwerken,
voordat ze sterven. Daardoor keren ze zonder zware
lasten terug in de geestelijke wereld.
Vele voorbeelden laten iets van deze mogelijkheden zien.
De dochter van een dementerende moeder zegt:
De dementie geeft mijn moeder de kans om op een
nieuwe manier, zonder angst, de wereld tegemoet
te treden. Ook zijn er voorbeelden van mensen met
dementie die vlak voordat ze stierven, uit de dementie
traden en een paar minuten met hun geliefden
spraken, alsof ze helemaal niet aan dementie leden.
5. De taal van mensen met dementie
De Oostenrijkse schrijver Geiger, wiens vader dement was,
zei: Omdat mijn vader niet meer over de brug naar mijn
wereld kan komen, moet ik naar de overkant naar hem
toegaan.
En een verzorgster zei: Mensen met dementie zitten in
hun eigen bubbel en het is de kunst daarin te komen.
En iemand die leed aan dementie zei:
Ik ben als een kar die de heuvel afrolt.
Een vrouw met dementie die in een verpleeghuis
leefde zei, nadat ze haar gestorven man had bezocht:
Ik ben bij mijn man geweest, maar hij was niet thuis.
Het gaat er dus om de symbooltaal van dementerende
te leren verstaan!
6.Terminale helderheid
Een vijfjarige jongen lag al drie weken in coma.
Na drie weken zei de familie tegen hem:
Ga maar naar het licht; is Licht-of geestelijke wereld.
Daarna, op de dag dat hij stierf, opende hij plotseling
zijn ogen, bedankte zijn familieleden dat ze hem wilden
laten gaan en zei dat hij spoedig zou sterven en raakte
weer in coma, hij stierf nog dezelfde dag.
Dit verschijnsel; het ontwaken kort voor het sterven van
een comateus of iemand met dementie komt veel vaker
en wordt terminale helderheid genoemd.
Dankzij de vele inmiddels bekende voorbeelden van
terminale helderheid wordt duidelijk dat mensen met
dementie alles horen, ook als zij nergens meer op
reageren. Het is voor alle verzorgenden belangrijk dit
te beseffen, en mét hen te blijven praten en niet óver hen.
7. Waarom komt dementie juist in deze tijd zo vaak voor?
Dementie betekent: zonder geest, of: de geest is weg.
Ziektes weerspiegelen het bewustzijn van de mens in
een bepaalde tijd. Zo gezien is dementie een spiegel
van wat er nu eigenlijk in deze tijd gebeurt: dat wij
vooral materialistisch denken en leven, en het
geestelijke denken vergeten zijn.
We mogen dan ook zeggen dat mensen met dementie
een offer brengen: zij nemen het karma van deze tijd
op zich en spiegelen dat.
8. De verborgen zin van dementie
Dementie treft vooral de mens die lange tijd in
emotionele nood verkeerd heeft, maar geen kans had,
kreeg, of nam, om die emoties te verwerken.
De ziekte geeft haar of hem de kans om die pijn en nood
nu alsnog te verwerken.
Bij dementie valt immers de controle van het denken weg;
ook zijn er geen verantwoordelijkheden in de buitenwereld
meer.
Daarom kunnen oude trauma’s niet langer verdrongen
worden en kan er nu in stilte aan de verwerking daarvan
gewerkt worden. Daardoor kan de zieke straks zonder al
te veel onverwerkte emotionele bagage de geestelijke
wereld binnengaan. Dat vergemakkelijkt het sterven,
zoals Kübler-Ross duidelijk gemaakt heeft.
9. Tips voor de omgang met mensen met dementie
1. Warm licht dat geborgenheid schenkt want kan
de zieke zichzelf niet geven.
2. Weinig of geen spiegels: ze begrijpen niet goed
meer wie ze in de spiegel zien.
3. Wees je bewust dat ze communiceren met
gestorvenen; zij zijn half buiten hun lichaam.
Als ze vertellen over hu moeder, en je zegt:
Maar je moeder is allang dood, is dat onbegrijpelijk
voor hen omdat ze hun moeder zojuist nog,
in de geest, gezien hebben.
4. Gebruik korte zinnen; duidelijk spreken, met pauzes
en geen moeilijke woorden.
5. Let op hun trauma’s: iemand met een incestverleden
vraagt een andere benadering/behandeling als iemand
met een oorlogstrauma of iemand die te maken kreeg
met huiselijk geweld.
6. Soms horen ze haast niets, andere keren horen ze
juist meer dan gewoonlijk. Wees dus voorzichtig met
geluiden!
7. Gebruik in een verpleeghuis allerlei verschillende
kleuren voor deuren en gangen: dan kan iemand met
dementie de weg makkelijker vinden.
8. Dementie is niet zozeer erfelijk bepaald, als wel
gedragsbepaald
9, En tenslotte: iedere verzorgende dient te beseffen
da dementie een zinvolle levensfase is!
Hans Stolp
