Wat gebeurt er als je dood gaat? 2

Vele van ons weten wel dat we na onze dood

beginnen aan een reis door de geestelijke wereld.

De eerste drie dagen brengt de gestorvene door

in de etherische wereld. Daarna reist zij of hij door

naar de astrale wereld. Daar brengt de gestorvene

over het algemeen een lange tijd door.

Het is een tijd van zuivering en loutering,

en tegelijk een reis langs de verschillende planeten.

Bij elk van die planeten ervaart de gestorvene heel

bijzondere dingen. Het zijn ervaringen die haar of

hem voorbereiden op het komende leven in de

lichtwereld, ook wel het Devachan genoemd.

We zullen vooral stilstaan bij de reis langs de

planeten en bij wat ieder mens daar na zijn dood

zal beleven.

Wie eenmaal weet welke bijzondere ervaringen wij

daar zullen opdoen, zal het straks ook lichter hebben,

net zoals iemand, die emigreert, het makkelijker

heeft in het nieuwe thuisland, wanneer hij of zij de

taal spreekt, de mentaliteit van de bewoners van dat

land kent en al een beetje vertrouwd is met de

verschillende landschappen en het klimaat van dat land.

Ter inleiding

Inzicht in de weg die onze geliefde gestorvene

gaat in de wereld aan de overkant van de dood,

is een belangrijk geschenk voor hem of haar.

Want onze geliefde ervaart dat dit inzicht leidt

tot een groter begrip voor zijn of haar weg en

dat groeiende begrip is verwarmend en

inspirerend.

PS: overal waar ‘hij’ staat, wordt ook ‘zij’ bedoeld.

Alleen vanwege de leesbaarheid schrijf ik niet

steeds‘zij of hij’, maar alleen ‘hij.’

1. Het moment van sterven

• Als het moment van sterven is aangebroken,

mag de stervende alvast diegenen zien die hem

komen bijstaan bij de gang door de poort van

de dood: gestorven geliefden, engelen en Christus.

Op het moment dat de stervende hen zien mag,

wordt de liefde die in de geestelijke wereld leeft,

heel voelbaar voor hem. Daardoor vervagen alle

donkere gevoelens van pijn, wanhoop en verdriet.

Dan voelt de stervende alleen nog een diepe vrede.

• Bij de dood maken het etherische lichaam,

het astraallichaam en het Ik (of de geest) zich los

van het fysieke lichaam. Dat wordt soms zichtbaar

door een lichtflits, een trilling of een energiewolk

in de hartstreek.

Daarna verlaten zij het fysieke lichaam via de

kruinchakra die na de dood meestal nog enige

tijd warm blijft, omdat de laatste levenskracht

zich daar samenbalde.

• De stervende krijgt op het moment van het sterven

het gevoel dat zijn fysieke lichaam hem ontvalt en

van hem wegglijdt, samen met de aarde en zijn

geliefden: hij blijft stilstaan, de aarde en zijn geliefden

gaan verder.

De achterblijvenden hebben daarentegen het gevoel

dat de stervende van hen weggaat en hen achterlaat.

Daaruit wordt duidelijk dat degene die sterven en

degenen die achterblijven, meteen al vanaf het eerste

begin van de dood, verschillende wegen gaan en

verschillende ervaringen opdoen.

• Na de dood ziet de gestorvene voor het eerst

zijn fysieke lichaam van buitenaf en hij beleeft

dat als een moment van overweldigende vreugde.

• Daarna richt hij zijn aandacht op de Lichtgestalte

die velen herkennen als de kosmische Christus.

Ineens begrijpen allen die daarnaar gezocht

hebben, zijn geheim (het mysterie van Golgotha)

en worden diep geraakt: alleen op dat uiterste

moment van de doorgang door de dood kan dit

mysterie zo intens en zo diep beleefd worden.

Deze ontmoeting met Christus en het doorvoelen

van zijn geheim geeft de gestorvene het gevoel

eindelijk thuis, werkelijk thuis te zijn.

Deze ervaring is het tweede moment van diepe

vreugde na de dood.

2. Het etherische lichaam ontvouwt zich

• De eerste twee, drie dagen na de dood

maakt het etherische lichaam zich langzaam

los van het fysieke lichaam.

Gedurende die tijd kunnen de levenskrachten nog,

in beperkte mate, op het fysieke lichaam inwerken.

Zo groeien de haren en de nagels na de dood

bijvoorbeeld nog een korte tijd door.

• Hoe meer het etherische lichaam zich van het

fysieke lichaam los begint te maken, hoe meer het

zich begint te ontvouwen. Het wordt steeds groter

en wijder. Daardoor komen de herinneringen, die

in het etherisch lichaam besloten liggen, vrij en

komen zij in beelden om de gestorvene heen staan.

Bovendien brengen die beelden klanken voort,

hemelse muziek, waardoor de gestorvene ook kan

horen wat deze beelden zeggen.

Ook lichten de beelden op, alsof ze met lichtkracht

geladen zijn. Door dit alles verwarmen ze de ziel

van de gestorvene.

• Deze beeldenreeks wordt wel het herinneringstableau,

het levens-panorama of het levenstableau genoemd.

• De gestorvene registreert de beeldenstroom

haarscherp; hij neemt ze tot in alle details waar en

komt daardoor tot een eerste inzicht.

Bovendien ziet hij ook zijn eigen gedachten om zich

heen staan!Die worden dus ook zichtbaar voor anderen.

• Het zichtbaar worden van onze gedachten is niet

beangstigend, misschien wel vreemd als je er niet

op voorbereid bent, maar juist bemoedigend.

Want het blijkt dat de geestelijke wereld dankbaar

is voor de wijsheid, de liefde en het inzicht die in

onze gedachten zichtbaar worden en die wij op

het leven veroverd hebben.

Dankzij die dankbaarheid kan de gestorvene zich

bij het terugzien van het levenspanorama

koesteren in een wolk van warme dankbaarheid!

• De essentie van het levenstableau, het extract

genoemd, neemt de gestorvene mee op zijn

verdere reis.

• Na afloop van deze beeldenreeks, ongeveer drie

dagen na de dood, begint het etherische lichaam

zich steeds verder te verwijden en te ontvouwen.

Het wordt groter en groter, net zolang tot het

geheel en al één is geworden met de etherische

wereld. De gestorvene ervaart dat als het afleggen

of uittrekken van het etherische lichaam.

Het maakt een diepe indruk op hem: alsof hij toe

mag kijken op een groots en verheven gebeuren.

3. De astrale wereld

Door het verlies van het etherische lichaam

wordt het bewustzijn van de gestorvene groter:

hij ziet nu de astrale wereld.

In de beeldtaal van de aarde: hij betreedt nu de

volgende geestelijke wereld, de astrale wereld.

Maar het is geen ruimtelijke overgang,

maar een bewustzijnsovergang.

De astrale wereld is onder vele namen bekend

geraakt: het vagevuur, het Purgatorium,

de zielenwereld, het Kamaloka of het oord der

begeerten, de astrale wereld of de sterrenwereld

en de Louteringsberg (Dante).

De opgave die de gestorvene in de astrale wereld

moet volbrengen, is:

1 de gehechtheid aan het aardse leven loslaten

en overwinnen,

2 de aardse ervaringen verwerken en loslaten

3 alle negatieve aspecten van je karakter zuiveren,

zodat je in de hogere geestelijke wereld geen

milieuprobleem wordt.

Belangrijke aspecten van de reis door

de astrale wereld zijn:

• Je ziet opnieuw de beelden van het aardse leven

terug, zodat je de aardse ervaringen verwerken en

kunt loslaten. Daarbij begint de terugblik bij het

moment van de dood, om te eindigen met de

beelden van vóór je geboorte: de afdaling in het

aardse lichaam dat groeit in de moederschoot.

• Je gaat pijlsnel door de lagere gebieden van de

astrale wereld waar je geen verwantschap mee hebt.

• Je wensen en verlangens, je begeertes, je gevoelens

en je stemmingen komen om je heen te staan.

Binnen wordt dus buiten en buiten wordt binnen.

Ofwel, zoals dat vaak genoemd wordt:

je wordt ‘gekeerd.’

Dit houdt dus een radicale transformatie van ons

innerlijk en van ons wezen in! Maar het is deze

omvorming die het de gestorvene mogelijk maakt

om bij de terugblik op het aardse leven te voelen

wat ánderen voelden in bepaalde situaties, in plaats

van te voelen wat hij zelf in die situatie voelde.

Wat hij zelf voelde staat nu immers buiten hem,

maar wat anderen voelden, leeft nu in hem.

• In het algemeen, maar er zijn vele afwijkingen van

deze regel, duurt de reis door de astrale wereld

ongeveer een derde deel van het geleefde leven op

aarde: zolang als je geslapen hebt. Je ziet namelijk

terug wat je ’s nachts in je slaap zag en onbewust

verwerkte, je ziet terug hoe je toen in de nacht over

jezelf oordeelde.

4. De reis door de astrale wereld is een reis door

de planetensferen

Op onze reis door de astrale wereld ondergaan we

de inwerking van dezelfde planeten die ook op ons

aardse leven inwerkten.

Op ons aardse leven werkten de volgende planeten in:

1 – 7 jaar Maan bewerkte groei, herhaling of imitatie.

7 – 14 jaar Mercurius bewerkte een grote beweeglijkheid

en gezondheid.

14 – 21 jaar Venus bewerkte liefde en overgave, waarbij

het gevoel overheerst zoals bijvoorbeeld een

sterke passie of hevige kritiek.

2 1 – 42 jaar Zon bewerkte ontplooïing, zelfverwerkelijking

en evenwicht tussen binnen en buiten.

42 – 49 jaar Mars bewerkte expansie en een levenscrisis.

49 – 56 jaar. Jupiter bewerkte wijsheid en het verwerven

van een overzicht.

56 – 63 jaar Saturnus bewerkte een terugblik op

herinneringen en bezinning op het

oorspronkelijke levensdoel.

Na ons drieënzestigste jaar komen we buiten het bereik

van de planetensferen.

Hoe werken deze planeten nu in op het leven na onze

dood in de astrale wereld?

De etherische wereld reikt tot aan de Maan die een

bijplaneet van de Aarde is en om haar heen cirkelt.

Daar, bij de Maan, begint de lagere astrale wereld.

Die ontvouwt zich voor de reiziger, zoals ik de

gestorvene in het vervolg zal noemen, in vier gebieden:

– 1. Het Gebied van de Begeertegloed

– 2. Het Gebied van de Stromende Ontvankelijkheid

– 3. Het Gebied van de Wensen

Het vierde Gebied vormt de overgang van de

Maansfeer naar die van Mercurius:

– 4. Het Gebied van de Lust en de Onlust

Nu begint de hogere astrale wereld:

In de sfeer van Mercurius gaat de reiziger

door het vijfde Gebied:

– 5. Het Gebied van het Zielelicht.

In de sfeer van Venus gaat de reiziger

door het zesde Gebied:

– 6. Het Gebied van de ZielekrachtI

In de sfeer van de Zon gaat de reiziger

door het zevende Gebied:

– 7. Het Gebied van het Zielenleven.

5. De zeven gebieden van de astrale wereld:

1. Het Gebied van de Begeertegloed

Hier verblijft de reiziger, korter of langer, die verstrikt

zit in de lagere driften van macht, seks, perversie en

agressie.

Daarbij leeft deze reiziger vooral in een sfeer van de

antipathie of afkeer van anderen. Daardoor stoot hij

de andere mensen in deze sfeer voortdurend af: alles

wordt immers direct zichtbaar wat hij voelt of denkt.

Daardoor wordt hij volslagen eenzaam.

Ook wordt hij onverzadigbaar, omdat hij geen fysiek

lichaam heeft om zijn driften bot te vieren.

Dat leidt tot een innerlijke, brandende dorst.

In dit gebied moet de reiziger ook het verlangen

afleren om te kijken met fysieke ogen en te luisteren

met fysieke oren. In deze sfeer beweegt de reiziger

zich onder zijn gelijken. Door zich bewust te worden

van hun handelen en hun manier van leven en denken,

wordt hij zich langzamerhand bewust wie hij eigenlijk

zelf is. Daardoor kan er gaandeweg een loutering

en verlichting plaatsvinden.

2. Het Gebied van de Stromende Ontvankelijkheid

voor Indrukken

Hier verblijven de mensen die oppervlakkig leefden

en een vluchtige bevrediging zochten.

De reiziger in dit gebied kent daardoor nauwelijks

sympathie of antipathie.

Daardoor trekt hij in dit gebied geen anderen aan,

maar stoot ze ook niet af. Hij doet daardoor wel veel

indrukken op maar die helpen hem niet verder omdat

hij nooit tot verdieping komt en essenties vindt.

In dit gebied moet de reiziger ook loskomen van het

denken dat gebonden is aan de hersenen. Dus vinden

we daar vooral de mensen die geen innerlijk weten

ofwel een denken van het hart ontwikkeld hebben.

3. Het Gebied van de Wensen

In dit gebied is de meeste antipathie; afkeer van

anderen, verdwenen. Hier moet de reiziger alleen nog

het laatste restje egoïsme ofwel antipathie, overwinnen

dat nog in zijn genegenheid ofwel zijn sympathie, voor

anderen besloten ligt. Ook moet hij hier overwinnen

wat er nog aan aardse verlangens in zijn hart leeft:

naar wat hij eigenlijk nog had willen doen of meemaken.

4. Het Gebied van de Lust en de Onlust

Dit gebied vormt de overgang tussen de sfeer van de

Maan en die van Mercurius.

Ook vormt het de overgang tussen de lagere astrale

wereld en de hogere astrale wereld.

Hier gaat het om de manier waarop jouw lichaam

je zelfvertrouwen gaf: schoonheid, of een imposant

uiterlijk bijvoorbeeld. Maar ook de indruk die je

maakte door je sport of je zangkunst.

Hoe meer je het gevoel had dat jij je lichaam wás,

in plaats van dat je een lichaam hád, hoe meer je hier

los zal moeten komen van die gevoelens.

Het gaat hier dus om de ontdekking dat ons ware Zelf

niet in de fysieke wereld, dus niet in ons fysieke lichaam,

maar in de geestelijke wereld te vinden valt!

5. Het Gebied van het Zielelicht (Mercurius)

Nu begint de hogere astrale wereld en gaat de reiziger

door de sfeer van Mercurius heen. De sympathie is nu

bevrijd van alle egoïstische trekjes en de antipathie,

afkeer van anderen, is geheel verdwenen.

Dat betekent dat het hogere Zelf nu vrij begint te komen.

Dat houdt weer in dat de reiziger nu een innerlijk licht

begint uit te stralen. Dat geeft de reiziger een intens

gevoel van geluk! In deze sfeer ontmoet hij ook de

Aartsengelen en de aanblik van hun wezen geeft de

reiziger een diepe vreugde.

De eventuele loutering die in dit gebied plaatsvindt,

heeft te maken met de natuur en met je religieuze

gevoelens of idealen.

Heb je de natuur liefgehad, dan ben je hier op je plaats.

Zo niet, dan ben je hier eenzaam. Maar heb je ook

gevoeld hoe de goddelijke Geest zich in de natuur tot

uitdrukking bracht? Zo niet, dan is er loutering nodig.

Heb je religieuze gevoelens en idealen gekend?

Zo niet, dan ben je hier eenzaam.

Maar waren die religieuze idealen verdelend en

veroordelend naar anderen? Of waren ze misschien

materialistisch gekleurd? Dan is er loutering nodig.

Ben je geestelijk gezien gemakzuchtig geweest; dood

is dood, er bestaan geen engelen en geen God, dan

word je hier een tijdlang de dienaar van Ahriman:

alleen zo kun je ervaren wat het is, als je de

ontwikkeling, zoals die bedoeld is, tegenwerkt.

6. Gebied van de Zielekracht (Venus)

In de sfeer van Venus voelt iedereen zich thuis

die liefde heeft gegeven. Bovendien wordt jouw

liefdeskracht hier dan versterkt.

Je wordt a.h.w. ondergedompeld in de Venusliefde.

Waren er egoïstische elementen in jouw liefde, dan

wordt jouw liefdeskracht hier gezuiverd.

Vond je echter geen innerlijke verbinding met God,

noch met de liefde, dan ben je hier zeer eenzaam.

Wie hier thuis is, mag vol verwondering opzien naar

de Oerkrachten; de engelen die boven de Aartsengelen

staan.

7. Het Gebied van het Zieleleven (Zon)

Dit gebied is de hoogste sfeer in de astrale wereld en

vormt de overgang naar het Devachan, de Lichtwereld.

In deze sfeer worden de laatste restjes binding aan de

wereld van de materie gelouterd, met name het denken:

heb je nog een denken dat zich richt op aardse wetten;

die van de materie), of heb je voluit geestelijk leren

denken? In deze sfeer treedt je binnen in de sfeer van

Christus, de Zonnesfeer!

De beslissende vraag die de reiziger in dit gebied wordt

gesteld luidt: heb je begrip gekregen voor alle mensen,

dus niet alleen voor gelijkgestemden?

Zo niet, dan voltrekt zich hier ook op dat gebied de

laatste loutering.

Pas als je werkelijk zonder vooroordelen bent en dus

geen schaduw meer draagt, kun je de Lichtwereld

binnengaan!

Slot van de lezing:

6. Van de astrale wereld naar de Lichtwereld

of het Devachan

Nu de reis door de astrale wereld is voltooid,

wordt ook het astrale lichaam afgelegd, zodat de mens

alleen nog maar geest is, alleen nog maar licht en liefde.

Nu kan hij de Lichtwereld of het Devachan binnengaan.

Daarbij neemt hij een extract, de essentie, van het

astrale lichaam mee.

De reis begint met de sferen van de buitenplaneten:

Mars, Jupiter en Saturnus.

Het Devachan is totaal anders dan de aardse wereld

en ook anders dan de astrale wereld.

Het is de woonplaats van de Oerbeelden:

levende gedachten die levende wezens zijn, voortdurend

in beweging en die je, dankzij de oerklanken die van hen

uitgaan, ook kunt horen. Bovendien kun je ze zelfs

proeven!

Hier in het Devachan word je één met elk gebied en met

de wezens die daar wonen: ze doordringen je en schenken

je hun kracht. De reiziger geeft op zijn beurt aan hen af

wat er van de geestelijke winst die hij op aarde behaalde,

bij deze wereld past.

Er zijn zeven sferen in het Devachan:

I. De sfeer van Mars.

Hier ontmoet de reiziger de oerbeelden van de aardse

wereld: van zijn volk, zijn familie en zijn vrienden, maar

bijvoorbeeld ook het oerbeeld van zijn fysieke lichaam.

Hier ontmoet je ook je familie en vrienden en blijft

vanaf dit punt steeds met hen samen.

II. De sfeer van Jupiter

Hier ontmoet de reiziger de oerbeelden van de

etherische wereld, dus van de krachten die aan het

leven ten grondslag liggen. De reiziger komt daarmee

in verbinding, als hij op aarde eerbied en verwondering

gekend heeft voor de natuur, de kosmos of het

uitspansel.

In deze wereld ontmoet de reiziger die mensen met

wie hij op aarde een zelfde verwondering en

belangstelling voor de kosmos, de natuur of het

uitspansel deelde.

III. De sfeer van Saturnus

Hier ontmoet de reiziger de oerbeelden van de

astrale wereld. Wie geleefd heeft zonder ook maar

een enkel vooroordeel en bovendien een vergaande

zelfkennis heeft, voelt zich hier thuis.

Hij ontvangt dan de krachten die het hem mogelijk

maken de gemeenschap te dienen: de ware toewijding

en oprechte dienstbaarheid. Ghandi, Mandela en

Moeder Teresa vonden hier hun inspiratie.

IV. Het vierde Gebied

Nu komt de reiziger in een wereld die boven de

planetensferen uitgaat: de zuivere wereld van de Geest.

Hier mag hij afgeven wat hij aan creatieve ideeën op

aarde vond, de technische vondsten die hij deed en

de wetenschappelijke inzichten die hij opdeed.

Wat krijgt hij terug? Inspiratie die hem in een

volgend leven tot kunstenaar of geleerde maakt.

V. Het vijfde Gebied

Bijna iedereen gaat onbewust door dit gebied en

de hogere gebieden heen: wij hebben nog

onvoldoende bewustzijnskracht om ze bewust

te ervaren.

Hier voelt diegene zich thuis die een creatief denker

was of een daadkrachtige liefde kende.

Ook krijgt hij hier zicht op het evolutiepatroon van de

mensheid, op de incarnaties die achter hem liggen en

op de incarnaties die nog komen gaan.

VI. Het zesde Gebied

De reiziger die hier bewust doorheen gaat, zoekt geen

eigen voordeel, maar alleen datgene wat zinvol is voor

de aarde en de kosmos.

VII. Het zevende Gebied

Het zevende gebied is voor ons te groot om te bevatten.

8. Voorbij het Devachan en weer terug naar de aarde

Onbewust stijgt de reiziger op naar de geestelijke

werelden boven het Devachan: de wereld van de

Drie-eenheid.

Hier leven de allerhoogste scheppingskrachten en

liefdeskrachten. In deze wereld beleven we, onbewust,

het omslagpunt of keerpunt, waardoor onze

opklimming naar steeds hogere werelden wordt

omgebogen tot een afdaling.

Dit keerpunt wordt het middernachtelijk uur genoemd.

Op de terugweg geven we niets af, maar ontvangen

we geschenken die ons voorbereiden op een nieuw

aards leven.

Zo ontvangen we in de zevende, de hoogste sfeer van

de astrale wereld het oerbeeld van ons hart.

In de vijfde en zesde sfeer van de astrale wereld wordt

ons toekomstig lot gevormd en worden het volk en

de familie, waarin we incarneren zullen, uitgekozen.

Vlak voor onze geboorte wordt ons bewustzijn

afgezwakt tot het droombewustzijn van een baby.

Dan zijn we klaar om aan een nieuw aards leven

te beginnen.

Hans Stolp

Boek:

Zie voor een nadere toelichting op de verschillende

thema’s over het leven na de dood mijn boek:

“Wat gebeurt er als je doodgaat?”

In dit boek vindt u in een bijlage een duidelijke

toelichting op de samenstelling, of vierledigheid,

van de mens: zonder inzicht in deze vierledigheid

is het niet goed mogelijk de reis van een mens na

de dood te begrijpen.

Ook vindt u in dit boek een verdere uitwerking van

de verschillende thema’s die alleen maar aangestipt

konden worden.

Hans Stolp