Vele van ons weten wel dat we na onze dood
beginnen aan een reis door de geestelijke wereld.
De eerste drie dagen brengt de gestorvene door
in de etherische wereld. Daarna reist zij of hij door
naar de astrale wereld. Daar brengt de gestorvene
over het algemeen een lange tijd door.
Het is een tijd van zuivering en loutering,
en tegelijk een reis langs de verschillende planeten.
Bij elk van die planeten ervaart de gestorvene heel
bijzondere dingen. Het zijn ervaringen die haar of
hem voorbereiden op het komende leven in de
lichtwereld, ook wel het Devachan genoemd.
We zullen vooral stilstaan bij de reis langs de
planeten en bij wat ieder mens daar na zijn dood
zal beleven.
Wie eenmaal weet welke bijzondere ervaringen wij
daar zullen opdoen, zal het straks ook lichter hebben,
net zoals iemand, die emigreert, het makkelijker
heeft in het nieuwe thuisland, wanneer hij of zij de
taal spreekt, de mentaliteit van de bewoners van dat
land kent en al een beetje vertrouwd is met de
verschillende landschappen en het klimaat van dat land.
Ter inleiding
Inzicht in de weg die onze geliefde gestorvene
gaat in de wereld aan de overkant van de dood,
is een belangrijk geschenk voor hem of haar.
Want onze geliefde ervaart dat dit inzicht leidt
tot een groter begrip voor zijn of haar weg en
dat groeiende begrip is verwarmend en
inspirerend.
PS: overal waar ‘hij’ staat, wordt ook ‘zij’ bedoeld.
Alleen vanwege de leesbaarheid schrijf ik niet
steeds‘zij of hij’, maar alleen ‘hij.’
1. Het moment van sterven
• Als het moment van sterven is aangebroken,
mag de stervende alvast diegenen zien die hem
komen bijstaan bij de gang door de poort van
de dood: gestorven geliefden, engelen en Christus.
Op het moment dat de stervende hen zien mag,
wordt de liefde die in de geestelijke wereld leeft,
heel voelbaar voor hem. Daardoor vervagen alle
donkere gevoelens van pijn, wanhoop en verdriet.
Dan voelt de stervende alleen nog een diepe vrede.
• Bij de dood maken het etherische lichaam,
het astraallichaam en het Ik (of de geest) zich los
van het fysieke lichaam. Dat wordt soms zichtbaar
door een lichtflits, een trilling of een energiewolk
in de hartstreek.
Daarna verlaten zij het fysieke lichaam via de
kruinchakra die na de dood meestal nog enige
tijd warm blijft, omdat de laatste levenskracht
zich daar samenbalde.
• De stervende krijgt op het moment van het sterven
het gevoel dat zijn fysieke lichaam hem ontvalt en
van hem wegglijdt, samen met de aarde en zijn
geliefden: hij blijft stilstaan, de aarde en zijn geliefden
gaan verder.
De achterblijvenden hebben daarentegen het gevoel
dat de stervende van hen weggaat en hen achterlaat.
Daaruit wordt duidelijk dat degene die sterven en
degenen die achterblijven, meteen al vanaf het eerste
begin van de dood, verschillende wegen gaan en
verschillende ervaringen opdoen.
• Na de dood ziet de gestorvene voor het eerst
zijn fysieke lichaam van buitenaf en hij beleeft
dat als een moment van overweldigende vreugde.
• Daarna richt hij zijn aandacht op de Lichtgestalte
die velen herkennen als de kosmische Christus.
Ineens begrijpen allen die daarnaar gezocht
hebben, zijn geheim (het mysterie van Golgotha)
en worden diep geraakt: alleen op dat uiterste
moment van de doorgang door de dood kan dit
mysterie zo intens en zo diep beleefd worden.
Deze ontmoeting met Christus en het doorvoelen
van zijn geheim geeft de gestorvene het gevoel
eindelijk thuis, werkelijk thuis te zijn.
Deze ervaring is het tweede moment van diepe
vreugde na de dood.
2. Het etherische lichaam ontvouwt zich
• De eerste twee, drie dagen na de dood
maakt het etherische lichaam zich langzaam
los van het fysieke lichaam.
Gedurende die tijd kunnen de levenskrachten nog,
in beperkte mate, op het fysieke lichaam inwerken.
Zo groeien de haren en de nagels na de dood
bijvoorbeeld nog een korte tijd door.
• Hoe meer het etherische lichaam zich van het
fysieke lichaam los begint te maken, hoe meer het
zich begint te ontvouwen. Het wordt steeds groter
en wijder. Daardoor komen de herinneringen, die
in het etherisch lichaam besloten liggen, vrij en
komen zij in beelden om de gestorvene heen staan.
Bovendien brengen die beelden klanken voort,
hemelse muziek, waardoor de gestorvene ook kan
horen wat deze beelden zeggen.
Ook lichten de beelden op, alsof ze met lichtkracht
geladen zijn. Door dit alles verwarmen ze de ziel
van de gestorvene.
• Deze beeldenreeks wordt wel het herinneringstableau,
het levens-panorama of het levenstableau genoemd.
• De gestorvene registreert de beeldenstroom
haarscherp; hij neemt ze tot in alle details waar en
komt daardoor tot een eerste inzicht.
Bovendien ziet hij ook zijn eigen gedachten om zich
heen staan!Die worden dus ook zichtbaar voor anderen.
• Het zichtbaar worden van onze gedachten is niet
beangstigend, misschien wel vreemd als je er niet
op voorbereid bent, maar juist bemoedigend.
Want het blijkt dat de geestelijke wereld dankbaar
is voor de wijsheid, de liefde en het inzicht die in
onze gedachten zichtbaar worden en die wij op
het leven veroverd hebben.
Dankzij die dankbaarheid kan de gestorvene zich
bij het terugzien van het levenspanorama
koesteren in een wolk van warme dankbaarheid!
• De essentie van het levenstableau, het extract
genoemd, neemt de gestorvene mee op zijn
verdere reis.
• Na afloop van deze beeldenreeks, ongeveer drie
dagen na de dood, begint het etherische lichaam
zich steeds verder te verwijden en te ontvouwen.
Het wordt groter en groter, net zolang tot het
geheel en al één is geworden met de etherische
wereld. De gestorvene ervaart dat als het afleggen
of uittrekken van het etherische lichaam.
Het maakt een diepe indruk op hem: alsof hij toe
mag kijken op een groots en verheven gebeuren.
3. De astrale wereld
Door het verlies van het etherische lichaam
wordt het bewustzijn van de gestorvene groter:
hij ziet nu de astrale wereld.
In de beeldtaal van de aarde: hij betreedt nu de
volgende geestelijke wereld, de astrale wereld.
Maar het is geen ruimtelijke overgang,
maar een bewustzijnsovergang.
De astrale wereld is onder vele namen bekend
geraakt: het vagevuur, het Purgatorium,
de zielenwereld, het Kamaloka of het oord der
begeerten, de astrale wereld of de sterrenwereld
en de Louteringsberg (Dante).
De opgave die de gestorvene in de astrale wereld
moet volbrengen, is:
1 de gehechtheid aan het aardse leven loslaten
en overwinnen,
2 de aardse ervaringen verwerken en loslaten
3 alle negatieve aspecten van je karakter zuiveren,
zodat je in de hogere geestelijke wereld geen
milieuprobleem wordt.
Belangrijke aspecten van de reis door
de astrale wereld zijn:
• Je ziet opnieuw de beelden van het aardse leven
terug, zodat je de aardse ervaringen verwerken en
kunt loslaten. Daarbij begint de terugblik bij het
moment van de dood, om te eindigen met de
beelden van vóór je geboorte: de afdaling in het
aardse lichaam dat groeit in de moederschoot.
• Je gaat pijlsnel door de lagere gebieden van de
astrale wereld waar je geen verwantschap mee hebt.
• Je wensen en verlangens, je begeertes, je gevoelens
en je stemmingen komen om je heen te staan.
Binnen wordt dus buiten en buiten wordt binnen.
Ofwel, zoals dat vaak genoemd wordt:
je wordt ‘gekeerd.’
Dit houdt dus een radicale transformatie van ons
innerlijk en van ons wezen in! Maar het is deze
omvorming die het de gestorvene mogelijk maakt
om bij de terugblik op het aardse leven te voelen
wat ánderen voelden in bepaalde situaties, in plaats
van te voelen wat hij zelf in die situatie voelde.
Wat hij zelf voelde staat nu immers buiten hem,
maar wat anderen voelden, leeft nu in hem.
• In het algemeen, maar er zijn vele afwijkingen van
deze regel, duurt de reis door de astrale wereld
ongeveer een derde deel van het geleefde leven op
aarde: zolang als je geslapen hebt. Je ziet namelijk
terug wat je ’s nachts in je slaap zag en onbewust
verwerkte, je ziet terug hoe je toen in de nacht over
jezelf oordeelde.
4. De reis door de astrale wereld is een reis door
de planetensferen
Op onze reis door de astrale wereld ondergaan we
de inwerking van dezelfde planeten die ook op ons
aardse leven inwerkten.
Op ons aardse leven werkten de volgende planeten in:
1 – 7 jaar Maan bewerkte groei, herhaling of imitatie.
7 – 14 jaar Mercurius bewerkte een grote beweeglijkheid
en gezondheid.
14 – 21 jaar Venus bewerkte liefde en overgave, waarbij
het gevoel overheerst zoals bijvoorbeeld een
sterke passie of hevige kritiek.
2 1 – 42 jaar Zon bewerkte ontplooïing, zelfverwerkelijking
en evenwicht tussen binnen en buiten.
42 – 49 jaar Mars bewerkte expansie en een levenscrisis.
49 – 56 jaar. Jupiter bewerkte wijsheid en het verwerven
van een overzicht.
56 – 63 jaar Saturnus bewerkte een terugblik op
herinneringen en bezinning op het
oorspronkelijke levensdoel.
Na ons drieënzestigste jaar komen we buiten het bereik
van de planetensferen.
Hoe werken deze planeten nu in op het leven na onze
dood in de astrale wereld?
De etherische wereld reikt tot aan de Maan die een
bijplaneet van de Aarde is en om haar heen cirkelt.
Daar, bij de Maan, begint de lagere astrale wereld.
Die ontvouwt zich voor de reiziger, zoals ik de
gestorvene in het vervolg zal noemen, in vier gebieden:
– 1. Het Gebied van de Begeertegloed
– 2. Het Gebied van de Stromende Ontvankelijkheid
– 3. Het Gebied van de Wensen
Het vierde Gebied vormt de overgang van de
Maansfeer naar die van Mercurius:
– 4. Het Gebied van de Lust en de Onlust
Nu begint de hogere astrale wereld:
In de sfeer van Mercurius gaat de reiziger
door het vijfde Gebied:
– 5. Het Gebied van het Zielelicht.
In de sfeer van Venus gaat de reiziger
door het zesde Gebied:
– 6. Het Gebied van de ZielekrachtI
In de sfeer van de Zon gaat de reiziger
door het zevende Gebied:
– 7. Het Gebied van het Zielenleven.
5. De zeven gebieden van de astrale wereld:
1. Het Gebied van de Begeertegloed
Hier verblijft de reiziger, korter of langer, die verstrikt
zit in de lagere driften van macht, seks, perversie en
agressie.
Daarbij leeft deze reiziger vooral in een sfeer van de
antipathie of afkeer van anderen. Daardoor stoot hij
de andere mensen in deze sfeer voortdurend af: alles
wordt immers direct zichtbaar wat hij voelt of denkt.
Daardoor wordt hij volslagen eenzaam.
Ook wordt hij onverzadigbaar, omdat hij geen fysiek
lichaam heeft om zijn driften bot te vieren.
Dat leidt tot een innerlijke, brandende dorst.
In dit gebied moet de reiziger ook het verlangen
afleren om te kijken met fysieke ogen en te luisteren
met fysieke oren. In deze sfeer beweegt de reiziger
zich onder zijn gelijken. Door zich bewust te worden
van hun handelen en hun manier van leven en denken,
wordt hij zich langzamerhand bewust wie hij eigenlijk
zelf is. Daardoor kan er gaandeweg een loutering
en verlichting plaatsvinden.
2. Het Gebied van de Stromende Ontvankelijkheid
voor Indrukken
Hier verblijven de mensen die oppervlakkig leefden
en een vluchtige bevrediging zochten.
De reiziger in dit gebied kent daardoor nauwelijks
sympathie of antipathie.
Daardoor trekt hij in dit gebied geen anderen aan,
maar stoot ze ook niet af. Hij doet daardoor wel veel
indrukken op maar die helpen hem niet verder omdat
hij nooit tot verdieping komt en essenties vindt.
In dit gebied moet de reiziger ook loskomen van het
denken dat gebonden is aan de hersenen. Dus vinden
we daar vooral de mensen die geen innerlijk weten
ofwel een denken van het hart ontwikkeld hebben.
3. Het Gebied van de Wensen
In dit gebied is de meeste antipathie; afkeer van
anderen, verdwenen. Hier moet de reiziger alleen nog
het laatste restje egoïsme ofwel antipathie, overwinnen
dat nog in zijn genegenheid ofwel zijn sympathie, voor
anderen besloten ligt. Ook moet hij hier overwinnen
wat er nog aan aardse verlangens in zijn hart leeft:
naar wat hij eigenlijk nog had willen doen of meemaken.
4. Het Gebied van de Lust en de Onlust
Dit gebied vormt de overgang tussen de sfeer van de
Maan en die van Mercurius.
Ook vormt het de overgang tussen de lagere astrale
wereld en de hogere astrale wereld.
Hier gaat het om de manier waarop jouw lichaam
je zelfvertrouwen gaf: schoonheid, of een imposant
uiterlijk bijvoorbeeld. Maar ook de indruk die je
maakte door je sport of je zangkunst.
Hoe meer je het gevoel had dat jij je lichaam wás,
in plaats van dat je een lichaam hád, hoe meer je hier
los zal moeten komen van die gevoelens.
Het gaat hier dus om de ontdekking dat ons ware Zelf
niet in de fysieke wereld, dus niet in ons fysieke lichaam,
maar in de geestelijke wereld te vinden valt!
5. Het Gebied van het Zielelicht (Mercurius)
Nu begint de hogere astrale wereld en gaat de reiziger
door de sfeer van Mercurius heen. De sympathie is nu
bevrijd van alle egoïstische trekjes en de antipathie,
afkeer van anderen, is geheel verdwenen.
Dat betekent dat het hogere Zelf nu vrij begint te komen.
Dat houdt weer in dat de reiziger nu een innerlijk licht
begint uit te stralen. Dat geeft de reiziger een intens
gevoel van geluk! In deze sfeer ontmoet hij ook de
Aartsengelen en de aanblik van hun wezen geeft de
reiziger een diepe vreugde.
De eventuele loutering die in dit gebied plaatsvindt,
heeft te maken met de natuur en met je religieuze
gevoelens of idealen.
Heb je de natuur liefgehad, dan ben je hier op je plaats.
Zo niet, dan ben je hier eenzaam. Maar heb je ook
gevoeld hoe de goddelijke Geest zich in de natuur tot
uitdrukking bracht? Zo niet, dan is er loutering nodig.
Heb je religieuze gevoelens en idealen gekend?
Zo niet, dan ben je hier eenzaam.
Maar waren die religieuze idealen verdelend en
veroordelend naar anderen? Of waren ze misschien
materialistisch gekleurd? Dan is er loutering nodig.
Ben je geestelijk gezien gemakzuchtig geweest; dood
is dood, er bestaan geen engelen en geen God, dan
word je hier een tijdlang de dienaar van Ahriman:
alleen zo kun je ervaren wat het is, als je de
ontwikkeling, zoals die bedoeld is, tegenwerkt.
6. Gebied van de Zielekracht (Venus)
In de sfeer van Venus voelt iedereen zich thuis
die liefde heeft gegeven. Bovendien wordt jouw
liefdeskracht hier dan versterkt.
Je wordt a.h.w. ondergedompeld in de Venusliefde.
Waren er egoïstische elementen in jouw liefde, dan
wordt jouw liefdeskracht hier gezuiverd.
Vond je echter geen innerlijke verbinding met God,
noch met de liefde, dan ben je hier zeer eenzaam.
Wie hier thuis is, mag vol verwondering opzien naar
de Oerkrachten; de engelen die boven de Aartsengelen
staan.
7. Het Gebied van het Zieleleven (Zon)
Dit gebied is de hoogste sfeer in de astrale wereld en
vormt de overgang naar het Devachan, de Lichtwereld.
In deze sfeer worden de laatste restjes binding aan de
wereld van de materie gelouterd, met name het denken:
heb je nog een denken dat zich richt op aardse wetten;
die van de materie), of heb je voluit geestelijk leren
denken? In deze sfeer treedt je binnen in de sfeer van
Christus, de Zonnesfeer!
De beslissende vraag die de reiziger in dit gebied wordt
gesteld luidt: heb je begrip gekregen voor alle mensen,
dus niet alleen voor gelijkgestemden?
Zo niet, dan voltrekt zich hier ook op dat gebied de
laatste loutering.
Pas als je werkelijk zonder vooroordelen bent en dus
geen schaduw meer draagt, kun je de Lichtwereld
binnengaan!
Slot van de lezing:
6. Van de astrale wereld naar de Lichtwereld
of het Devachan
Nu de reis door de astrale wereld is voltooid,
wordt ook het astrale lichaam afgelegd, zodat de mens
alleen nog maar geest is, alleen nog maar licht en liefde.
Nu kan hij de Lichtwereld of het Devachan binnengaan.
Daarbij neemt hij een extract, de essentie, van het
astrale lichaam mee.
De reis begint met de sferen van de buitenplaneten:
Mars, Jupiter en Saturnus.
Het Devachan is totaal anders dan de aardse wereld
en ook anders dan de astrale wereld.
Het is de woonplaats van de Oerbeelden:
levende gedachten die levende wezens zijn, voortdurend
in beweging en die je, dankzij de oerklanken die van hen
uitgaan, ook kunt horen. Bovendien kun je ze zelfs
proeven!
Hier in het Devachan word je één met elk gebied en met
de wezens die daar wonen: ze doordringen je en schenken
je hun kracht. De reiziger geeft op zijn beurt aan hen af
wat er van de geestelijke winst die hij op aarde behaalde,
bij deze wereld past.
Er zijn zeven sferen in het Devachan:
I. De sfeer van Mars.
Hier ontmoet de reiziger de oerbeelden van de aardse
wereld: van zijn volk, zijn familie en zijn vrienden, maar
bijvoorbeeld ook het oerbeeld van zijn fysieke lichaam.
Hier ontmoet je ook je familie en vrienden en blijft
vanaf dit punt steeds met hen samen.
II. De sfeer van Jupiter
Hier ontmoet de reiziger de oerbeelden van de
etherische wereld, dus van de krachten die aan het
leven ten grondslag liggen. De reiziger komt daarmee
in verbinding, als hij op aarde eerbied en verwondering
gekend heeft voor de natuur, de kosmos of het
uitspansel.
In deze wereld ontmoet de reiziger die mensen met
wie hij op aarde een zelfde verwondering en
belangstelling voor de kosmos, de natuur of het
uitspansel deelde.
III. De sfeer van Saturnus
Hier ontmoet de reiziger de oerbeelden van de
astrale wereld. Wie geleefd heeft zonder ook maar
een enkel vooroordeel en bovendien een vergaande
zelfkennis heeft, voelt zich hier thuis.
Hij ontvangt dan de krachten die het hem mogelijk
maken de gemeenschap te dienen: de ware toewijding
en oprechte dienstbaarheid. Ghandi, Mandela en
Moeder Teresa vonden hier hun inspiratie.
IV. Het vierde Gebied
Nu komt de reiziger in een wereld die boven de
planetensferen uitgaat: de zuivere wereld van de Geest.
Hier mag hij afgeven wat hij aan creatieve ideeën op
aarde vond, de technische vondsten die hij deed en
de wetenschappelijke inzichten die hij opdeed.
Wat krijgt hij terug? Inspiratie die hem in een
volgend leven tot kunstenaar of geleerde maakt.
V. Het vijfde Gebied
Bijna iedereen gaat onbewust door dit gebied en
de hogere gebieden heen: wij hebben nog
onvoldoende bewustzijnskracht om ze bewust
te ervaren.
Hier voelt diegene zich thuis die een creatief denker
was of een daadkrachtige liefde kende.
Ook krijgt hij hier zicht op het evolutiepatroon van de
mensheid, op de incarnaties die achter hem liggen en
op de incarnaties die nog komen gaan.
VI. Het zesde Gebied
De reiziger die hier bewust doorheen gaat, zoekt geen
eigen voordeel, maar alleen datgene wat zinvol is voor
de aarde en de kosmos.
VII. Het zevende Gebied
Het zevende gebied is voor ons te groot om te bevatten.
8. Voorbij het Devachan en weer terug naar de aarde
Onbewust stijgt de reiziger op naar de geestelijke
werelden boven het Devachan: de wereld van de
Drie-eenheid.
Hier leven de allerhoogste scheppingskrachten en
liefdeskrachten. In deze wereld beleven we, onbewust,
het omslagpunt of keerpunt, waardoor onze
opklimming naar steeds hogere werelden wordt
omgebogen tot een afdaling.
Dit keerpunt wordt het middernachtelijk uur genoemd.
Op de terugweg geven we niets af, maar ontvangen
we geschenken die ons voorbereiden op een nieuw
aards leven.
Zo ontvangen we in de zevende, de hoogste sfeer van
de astrale wereld het oerbeeld van ons hart.
In de vijfde en zesde sfeer van de astrale wereld wordt
ons toekomstig lot gevormd en worden het volk en
de familie, waarin we incarneren zullen, uitgekozen.
Vlak voor onze geboorte wordt ons bewustzijn
afgezwakt tot het droombewustzijn van een baby.
Dan zijn we klaar om aan een nieuw aards leven
te beginnen.
Hans Stolp
Boek:
Zie voor een nadere toelichting op de verschillende
thema’s over het leven na de dood mijn boek:
“Wat gebeurt er als je doodgaat?”
In dit boek vindt u in een bijlage een duidelijke
toelichting op de samenstelling, of vierledigheid,
van de mens: zonder inzicht in deze vierledigheid
is het niet goed mogelijk de reis van een mens na
de dood te begrijpen.
Ook vindt u in dit boek een verdere uitwerking van
de verschillende thema’s die alleen maar aangestipt
konden worden.
Hans Stolp
