Het schrikbeeld van Dementie

Dementie is een thema waar veel over te vertellen valt.

In het kader van dit artikel kan ik slechts enkele punten

aanstippen maar het is, denk ik, belangrijk om over dit

thema na te denken: zoals vroeger kanker een taboe

was waar niet veel over werd gesproken, omdat deze

ziekte zoveel angst opriep, lijkt nu dementie een ziekte

die angst oproept. Vroeger werd de naam kanker zelfs

niet genoemd maar werd er gesproken over

‘die gevreesde ziekte.’ Het lijkt erop dat dementie in

deze tijd dezelfde angsten oproept zoals vroeger met

kanker het geval was.

Die angst werkt natuurlijk door in de manier wij met

deze ziekte omgaan: het pleidooi voor euthanasie bij

dementie heeft naar mijn mening alles met deze angst

te maken.

Voor mensen die met deze ziekte hebben te maken,

of omdat deze ziekte hen zelf betreft, of omdat

iemand in hun omgeving dement werd, is dit een

zware last die we niet moeten onderschatten.

Voor familie en geliefden van iemand met dementie

is het intens verdrietig en pijnlijk te moeten meemaken

dat je partner, je zus of je moeder op een zeker niet

goed meer herkent en je naam niet meer weet.

De mantelzorgers van deze mensen krijgen meer dan

gemiddeld een burn-out, depressies en lichamelijke

ziekten.

De vraag die alle mensen bezighoudt die te maken

hebben met dementie is: hoe moeten we met deze

ziekte omgaan? Is dementie alleen maar zinloos, of

heeft het misschien toch een verborgen zin?

Steeds meer mensen komen in deze tijd tot de

conclusie dat dementie een zinloos lijden is en trekken

daaruit de conclusie dat we elkaar en onszelf dit lijden

moeten besparen en euthanasie in dit geval moeten

toestaan.

De NVVE, de Nederlandse Vereniging voor een

Vrijwillig Levenseinde, pleit daar nu al jaren voor en

mede dankzij een sterke lobby van deze vereniging

is het op dit moment ook bij beginnende dementie

wettelijk toegestaan om voor euthanasie te kiezen.

Het angstbeeld

Waarom zijn velen eigenlijk zo bang voor dementie?

Omdat de mens bij dementie langzamerhand de

controle over zichzelf en zijn leven kwijtraakt.

Hij of zij weet niet altijd meer waar hij is en heeft dus

last van oriëntatieverlies. Daarnaast vergeet iemand

die dementeert meer en meer namen en gezichten.

Soms worden dementerende mensen daar angstig

en onzeker van en sommigen ook wantrouwend.

Eigenlijk is dat het beeld iemand met dementie

geworden: een verward en soms ook wantrouwend

en angstig mens.

Het is belangrijk om ons te realiseren dat lang niet

iedereen met deze ziekte zo is, en zo reageert op het

verlies van de cognitieve functies, het vermogen tot

denken. Bij een goede verzorging blijkt bijvoorbeeld

iemand met dementie in staat is om andere aspecten

van zichzelf te ontwikkelen, met name de gevoelskanten

en de kunstzinnige aspecten van zijn wezen.

Een prachtig voorbeeld vond ik het verhaal over een

een vrouw met dementie die, geholpen door haar

omgeving, een nieuwe carrière als schilderes was

begonnen en daarbij zichtbaar van genoot. Op een

zeker moment hield ze zelfs, met hulp van haar

verzorgenden een tentoonstelling van haar schilderijen,

waarbij ze een toespraak hield om haar werk toe te

lichten. (1) Haar schilderijen maakten indruk omdat

ze mooi en verzorgd waren.

Vele mensen die te maken hebben met iemand die lijdt

aan dementiezien echter vooral de negatieve aspecten,

de verwardheid, angst en wantrouwen.

Het lijkt vaak, of zij zich niet bewust zijn dat het bij een

zorgvuldige en liefdevolle verzorging, het mogelijk is

andere aspecten van hun wezen actief te maken en te

stimuleren. Daardoor staren ze zich blind op de negatieve

aspecten van dementie: de verwarring en de angsten.

Het lijkt vaak, of velen zich (onbewust) de vraag stellen:

als deze ziekte mij nu zou overkomen?

Wat zou ik dan willen? Die vraag alleen al roept bij velen

zo’n angstig schrikbeeld op dat zij als vanzelf tot de

conclusie komen: euthanasie is misschien het beste

antwoord op dementie.

Overgave en je laten verzorgen…

De angst voor dementie hangt ook samen met de

groeiende onmacht om afhankelijk van anderen te zijn.

Wat de generaties voor ons nog konden: zich in

vertrouwen over te geven, kunnen de meesten van ons

niet meer. Wij willen vooral onafhankelijke mensen zijn

die zelf de regie over ons leven in handen hebben.

Niet voor niets zijn er allerlei cursussen waar je leert om

in je eigen kracht te staan en voor jezelf op te komen.

Afhankelijk zijn van anderen en daardoor anderen tot

last worden, lijkt in onze tijd een onoverkomelijk

schrikbeeld. We willen wel voor anderen zorgen, maar

niet voor ons laten zorgen. We willen wel geven, maar

zijn niet goed in staat om te ontvangen.

Een voorbeeld gegeven door de NVVE, is dit:

mevrouw B. wordt opgenomen op een

ouderenafdeling psychiatrie van het ziekenhuis.

Ze gaat langzaam achteruit en krijgt

geheugenproblemen, weet af en toe niet goed meer

waar ze is (oriëntatieverlies) en verliest daarmee

iets van de controle over haar leven.

Als er wordt besloten tot overplaatsing naar een

verpleeghuis, vraagt ze om euthanasie.

Haar kinderen ondersteunen haar verzoek, omdat ze

de angst van hun moeder begrijpen dat ze bij het

voortschrijden van haar ziekte de controle over zichzelf

volledig zal verliezen. Haar verzoek wordt ingewilligd en

door middel van euthanasie wordt er een einde gemaakt

aan haar leven.

Het is slechts een van de vele voorbeelden.

Voor mensen die geen weet hebben van een leven na

de dood en die dit aardse leven niet zien als een leerschool

waar wij ingrijpende lessen komen leren, is euthanasie in

het geval van mevrouw B. vanzelfsprekend:

waarom zou je meer lijden dan nodig is?

Anderen hebben daarentegen het gevoel dat mevrouw B.

zichzelf door de keuze voor euthanasie de mogelijkheid

ontneemt om een belangrijke levensles te leren: die van

overgave en loslaten. En natuurlijk heeft dat gevolgen

voor het leven na de dood en voor een volgende incarnatie.

Het aardse leven als levensles

Elisabeth Kübler-Ross heeft in haar voordrachten en in

haar boeken steeds weer benadrukt dat ons aardse

leven een voortdurende reeks van levenslessen bevat.

Wanneer we bereid zijn deze lessen te leren en eraan te

groeien, keren we rijker terug naar huis; de geestelijke

wereld, dan we waren toen we naar de aarde kwamen.

Ook de laatste levensfase houdt een levensles in.

Dikwijls is dat, zoals ik hierboven aangaf, de les om te

ontvangen, in plaats van te geven.

Om afhankelijk te durven zijn, in plaats van autonoom,

om dankjewel te leren zeggen of te denken, in plaats

van alsjeblieft.

Iedere ouder wordene mens heeft meer dan vroeger

hulp van anderen nodig en verliest daarmee iets van

zijn autonomie en zelfstandigheid.

Als we langzaam naar de dood toeleven, zegt

Kübler-Ross, staat de laatste fase van ons leven niet

langer in het teken van fysieke genezing, maar in het

teken van geestelijke genezing en dus heel wording.

Ze Schrijft: mijn doodzieke patiënten werden nooit beter

in de fysieke betekenis, maar in emotioneel en geestelijk

opzicht ging het met hen wel beter dan de meeste

gezonde mensen. Volgens Kübler-Ross is het in wezen

een geschenk als we na een actief leven gedurende de

ouderdom nog iets van die andere kant mogen leren:

overgave, ontvangen en afhankelijk durven zijn.

Wie deze les aanvaardt en zich die stap voor stap eigen

maakt, keert na de dood als een rijker mens terug naar

huis en zal ook een volgend leven als een wijzer en

evenwichtiger mens mogen beginnen.

Een nieuwe manier van de wereld verkennen

En dementie dan? Wat zou daarvan de levensles kunnen zijn?

Om te leren daar iets van aan te voelen, is het belangrijk ons

te realiseren, wat er nu eigenlijk gebeurt bij dementie.

Omdat fysieke hersenen worden aangetast bij dementie,

verliezen we allerlei functies die met het denken

samenhangen: geheugen, spraak en oriëntatie bijvoorbeeld.

Daarmee verliezen wij ook onze autonomie: het vermogen

om zelf sturing te geven aan ons leven.

Maar andere vermogens krijgen daardoor juist meer ruimte:

ons voelen, ons onbevangen en puur waarnemen van de

dingen en de mensen, zoals een jong kind dat nog doet.

Je mag daarom zeggen dat dementie ook nieuwe kansen

en nieuwe ontwikkelingsmogelijkheden biedt.

Een vrouw die altijd aan het piekeren was en angstig in het

leven stond, werd door dementie een ander mens:

vriendelijker en meer ontspannen.

Ook raakte ze de mensen veel meer aan, iets wat ze vroeger

zelden of nooit deed. Natuurlijk waren er bij haar ziekte ook

zorgen en problemen, maar toch kon haar man zeggen:

‘Ik zie dat dementie mijn vrouw een tweede kans geeft om

op een nieuwe manier de wereld te verkennen

en tegemoet te treden.’

Valideren

In een gevorderd stadium van dementie, dat wel het

stadium van het verdwaalde ik wordt genoemd, is het

niet meer mogelijk om iemand met dementie in de

werkelijkheid terug te roepen. Deze leeft in het verleden

en denkt dat bijvoorbeeld de ouders en grootouders

nog leven. In dit stadium verwerkt de zieke onbewust

in het verborgene van de ziel het verleden: het is een

echt verwerkingsproces.

Als iemand met dementie in die fase zegt: opa staat

op mij te wachten, heeft het geen zin om te zeggen dat

opa al lang door is; dat dringt niet meer tot hem door.

Wel heeft het zin te vragen, waarom opa op hem wacht

en wat ze dan samen gaan doen.

Op die manier bevestig je de herbeleving van de zieke

in plaats van die te ontkennen: de zieke leeft helemaal

in het verleden en op dat moment zijn opa en de

ontmoeting voor hem of haar werkelijkheid.

Voor een mantelzorger is het niet gemakkelijk om zo

te reageren, maar het is wel belangrijk dat te leren.

Deze manier van reageren wordt wel validation of

valideren genoemd, wat bekrachtigen of bevestigen

betekent. We zien in dit voorbeeld dat door het verlies

van het denkvermogen een herbeleving van het

verleden mogelijk wordt. Het korte termijn geheugen

wordt het eerst aangetast, het lange termijn geheugen

komt daardoor sterker dan vroeger naar boven.

Deze herbeleving geeft iemand met dementie, de

mogelijkheid om in het verborgene van de ziel

allerlei gebeurtenissen uit de jeugd alsnog te

verwerken en los te laten. (2)

Dat is wel bijzonder, want dat houdt in dat deze fase,

hoe verdrietig ook voor de omgeving, een zinvolle

fase kan zijn. Daardoor zal de zieke straks immers, in een

leven na de dood en in het volgende leven als een wijzer

mens verder mogen gaan: als iemand die geleerd heeft

van het leven en daaraan gerijpt is.

Het lijkt mij ongelooflijk belangrijk dat wij in juist deze

tijd over déze aspecten van dementie leren nadenken.

Hans Stolp

(1) Jan Pieter van der Steen, Dementie, Achtergronden

en praktijkervaringen. Uitg. Christofoor, 2009 blz. 11

(2) Door dementie en de aftakeling van de fysieke hersens

wordt het ik (of de geest) meer en meer uit het fysieke

lichaam geworpen. Daardoor werkt het ik niet langer via

de fysieke hersens op de ziel van mensen met dementie in,

maar van buitenaf. Denk maar aan iemand die in coma ligt

en toch kan horen wat anderen zeggen: hij hoort dat

door middel van zijn ik of zijn geest die nu buiten het

lichaam zweven.