Verslag van de lezing: “Judas, verrader of ingewijde” I

Laat ik beginnen met eerst een vraag aan jullie. En wil je zelf even antwoord geven van binnen en wil dat antwoord onthouden? Als jij zou moeten beschrijven wie Judas voor jou is, in een paar trefwoorden, hoe zou jij hem dan omschrijven? Het leuke is namelijk, dat je met je eigen antwoord iets vertelt over de manier waarop jij met je eigen schaduw omgaat. Zolang je Judas nog ziet als een schoft, zolang ben je kennelijk nog niet er aan toe om je eigen schaduw serieus te nemen en te accepteren. Zie zo, dat is een stevig begin, de rest komt wel.

De vraag is natuurlijk, juist ook door de vondst van het evangelie, het Judasevangelie, dat onlangs in de bekendheid kwam; is hij nou de verrader of is hij de ingewijde, die een offer bracht en hoe zit dat? Er valt een heleboel over Judas te vertellen en ik maak dus een keuze en hoop dat we zo al doende iets meer zicht krijgen op zijn levensgeschiedenis.

Eerst dit: een Duitse denker, Friedrich Hebbel, zei een keer, wel vreemd; Jezus had 12 leerlingen en maar één van hen was een verrader. Hij zei, als Jezus vandaag 12 leerlingen zou kiezen, waarschijnlijk waren het allemaal verraders. Hij bedoelde iets meer te zeggen over die schaduw, die donkere kant. Als je naar middeleeuwse schilderijen kijkt, misschien kennen jullie bijvoorbeeld het beroemde schilderij “Het Laatste Avondmaal” van Leonardo da Vinci? Een prachtige muurschildering in Milaan. Afbeeldingen van deze schildering gaan de hele wereld over. Als je een keer in de gelegenheid bent, het is te bezichtigen in het refter van het klooster “Santa Maria delle Grazie.”

Ik kende het schilderij van de afbeeldingen maar toen ik voor de schildering stond, sprongen de tranen in mijn ogen. De muurschildering raakt je tot in het diepst van je wezen. Ik weet niet waarom en ik kan het nog steeds niet vertellen. Maar op dat schilderij en op andere, zie je Judas staan en altijd weer bij de middeleeuwse schilderijen zie je dat over de gestalte van Judas een schaduw valt. Alle andere leerlingen en Jezus zelf zitten in het volle licht. Alleen over Judas valt die schaduw. Je ziet ook vaak dat hij als enige van alle leerlingen met zijn rug naar de kijker toe zit. Alle andere kijken de zaal in, kijken de kijker aan. Alleen Judas draait de kijker zijn rug toe, alsof hij meer geïnteresseerd is in zichzelf dan in anderen.

Hij is dus, volgens de middeleeuwse schilders, iemand over wie de schaduw valt. Jung, de hedendaagse psycholoog, zou zeggen: Judas verbeeldt onze schaduw. En wat is dan onze schaduw? Onze schaduw zijn al die dingen, die donkere kanten van onszelf, onze angst, onze verstopte teleurstelling, onze verstopte boosheid, maar vooral die kanten die we zelf niet doorhebben. Anderen om ons heen zien altijd feilloos wat ons mankeert, maar zelf hebben we het niet door. Onze schaduw, die verdrongen donkere kanten van onszelf.

En zolang je dus Judas veroordeelt, zolang veroordeel je de schaduw. Zolang veroordeel je je eigen donkere kanten. Maar we weten al, dat heeft Jung ons ook geleerd, wil je echt een heel mens worden, wil je genezen, dan zul je je eigen donkere kanten eerlijk onder ogen moeten zien en ze accepteren, want wanneer je je eigen donkere kanten accepteert, dan pas kun je de weg naar heelwording gaan.

Als we eindelijk Judas accepteren, dan kunnen we als mensheid de weg naar de heel wording gaan. Judas is een gevreesde naam. In Duitsland is het bij de wet verboden om je kind de naam Judas mee te geven. Dat mag gewoon niet. Niet dat iemand op het idee komt, maar het is ook nog een keer verboden, zo gruwelijk is die naam verstopt.

Allereerst maar dit: in 1975 is het evangelie van Judas gevonden. Het werd gevonden in een codex, dat is een soort papyrusboek, waarin ook nog drie andere boeken stonden: De eerste Openbaring van Jakobus, de brief van Petrus aan Filippus en de brief Allogenes of vreemdeling. Het evangelie van Judas is uiteindelijk in het bezit gekomen van een Zwitserse stichting, die uiteindelijk de publicatierechten heeft verkocht aan National Geographic, die het evangelie rond Pasen 2006 in de publiciteit heeft gebracht. Het is een heel boeiend evangelie en ik heb er drie uitspraken uitgehaald, om even te laten zien in welke sfeer dit evangelie denkt over Judas.

Eerst staat er dit: Jezus zegt tegen Judas: “Maar jij Judas, jij zult hen allen overtreffen, want jij zal de mens offeren, die mij draagt. Jij zult allen overtreffen.” En daarmee worden de andere leerlingen van Jezus bedoeld. Want daar was sprake van in de tekst vlak daarvoor. Jij zult allen overtreffen. Nou dat is anders dan wij gewend zijn. Judas, als het uitschot, de verrader, de duistere kant en hier staat: jij zal allen overtreffen. Waarom? Jezus zegt, omdat jij de mens zult offeren, die mij draagt. Wie is die ‘mij’? Dat is de Christusgeest, de allerhoogste kosmische Geest, die bij de doop in de Jordaan in Jezus was neergedaald en die steeds duidelijker door Hem heen begon te spreken. Jij zult de mens offeren, dat lichaam offeren, die mij draagt, in wie ik naar de aarde mocht komen. In die zin suggereert dit evangelie meteen al heel duidelijk: Judas, jij bracht een offer. Want de mens Jezus moest sterven, omdat door de dood heen de Christusgeest aan het kruis geboren kon worden. Judas bracht dus een offer.

Het tweede citaat is ook bijzonder; toen Jezus dat hoorde, lachte hij. Dat vind ik zo leuk, want nergens in de Bijbelse evangeliën vinden we een lachende Jezus. We kennen wel een lachende Boeddha, maar een lachende Jezus eigenlijk niet. Maar in deze geschriften wel. Toen Jezus dat hoorde, lachte hij en hij zei tegen Judas: “jij dertiende geest, waarom doe je zo je best? Kom op, spreek je vrij uit en ik zal geduldig naar je luisteren.” Die benaming, “jij dertiende geest”, daar zit iets heel bijzonders achter. Bij ons is dertien een negatief getal, in de oude traditie juist het tegendeel. Er zijn twaalf leerlingen, maar Jezus als de dertiende vormt het middelpunt van die twaalf leerlingen. De dertiende is dus het centrum van de twaalf. Er zijn twaalf dierenriemtekens; de dertiende staat in het centrum en verbindt al die dierenriemtekens. De dertiende is ook de zon te midden van de sterren. Nou mens, voel je wat een enorm hoge benaming? Jezus zelf, hij wordt in oude geschriften de dertiende genoemd. En nu noemt hij ook Judas de dertiende. Alweer een heel andere manier van aanspreken en beoordelen dan wij gewend zijn.

Het derde citaat is dit: hierin zegt Jezus tegen Judas: “Zie, aan jou is alles gezegd. Hef je ogen op en zie op de wolk en zie op het licht in de wolk en om de sterren die de wolk omgeven. De ster die de leiding heeft, is jouw ster.” Hier wordt Judas vergeleken met een ster die de leiding heeft. Nu kennen we de ster uit de Bijbel als bijvoorbeeld de ster van Bethlehem, die de wijzen wees naar Jezus. De ster die de leiding heeft. De ster in Bethlehem wees ons de weg naar een hele nieuwe toekomst die in dit kind open ging. Ook Judas wijst ons de weg naar een nieuwe toekomst. Hoe dan? Eigenlijk heel eenvoudig. Als je de Judas in jezelf, je schaduw, aanvaardt en door die aanvaarding eindelijk die schaduw stap voor stap laat genezen, dan kun je eindelijk een heel mens worden. Dat is de bedoeling.

We staan aan het begin van een ontwikkeling, waarbij we zullen leren onze schaduw te aanvaarden en zo, stap voor stap, de weg te gaan naar de hele mens die wij ten diepste zijn. Judas wijst ons de weg. Alleen door het donker heen, alleen door de schaduw heen, zullen we die toekomst vinden.

Als je dit geschrift nu zo ziet en je ziet hoezeer hier de rol van Judas als een heel bijzondere rol geschilderd wordt, en je voelt in al die beelden die ik genoemd heb: Judas is kennelijk een hoge ingewijde, volgens dit evangelie. Anders kan je niet de dertiende genoemd worden. Anders kan je niet zo groot zijn dat je een offer kunt brengen. Hoe zit dat dan? Is hij nu de ingewijde of de verrader? Wat moeten we nu denken?

Je ziet heel vaak die groeiende tweedeling: dat in de kerkelijke wereld Judas als verrader wordt gezien en in de spirituele wereld vooral als ingewijde. Zou het misschien zo kunnen zijn, dat hij misschien beide is? Èn verrader èn ingewijde. Dat zou kunnen, maar dat antwoord komt later. Eerst eens kijken, want ook dat is boeiend, hoe hebben de mensen nu door de eeuwen heen over Judas gedacht? Hebben ze altijd hetzelfde gedacht? Nee, in de eerste eeuwen zie je in de oude geschriften, en natuurlijk met name in de Nag Hammadi-geschriften, dat zijn de geschriften van het spirituele Christendom, daar zie je Judas beschreven, aangeduid als een ingewijde. In de eerste eeuwen wist men het nog: Judas heeft een offer gebracht om de meester door de dood heen te leiden. Deze traditie werd uitgeroeid door de groeiende kerkelijke traditie, zeg maar zo rond 250–300. Iedereen die nog zo’n spiritueel Christelijk geschrift in handen had, werd een kopje kleiner gemaakt. Die werd echt vermoord.

Deze uitroeiing is zo rigoureus gebeurd, dat er geen enkel exemplaar van die spirituele geschriften overgebleven is. Eindelijk in 1945, na 1600 jaar, werden ze onder het zand van Egypte teruggevonden. Dus oorspronkelijk, in de eerste paar eeuwen, wist men nog: Judas is een ingewijde, iemand die een offer heeft gebracht, hoe het verder ook zit. Maar toen werd die traditie vermoord, uitgeroeid, heel hardhandig, en wat overbleef was de kerkelijke traditie.

In de kerkelijke traditie werd alleen maar Judas als de grote verrader benoemd. Het gekke is — en ik denk dat het jullie ook zo vergaan is — niemand heeft zich ooit afgevraagd: wat voor verlangens had Judas nou? Wat voor idealen had hij? Wat voor type mens was het? Wat voor angsten beleefde hij? Het stempel ‘de verrader’ was al genoeg en we dachten eigenlijk niet meer aan de mens daarachter. Dat is eeuwenlang zo geweest; vanaf 300: Judas de verrader.

Maar in de tijd van de verlichting, toen het denken in de mensheid zich begon te ontwikkelen — en dat is een periode van ongeveer 1650 tot 1789 — zag je vanaf die tijd heel langzaam veranderingen komen in dat beeld van Judas. Heel boeiend is: wie is nou de eerste die dat beeld veranderde? Dat is Bach, voor zover we kunnen terugvinden. Bach, in zijn “Matthäus-Passion” uit 1729. Bach laat het koor dit zingen:
“Ik ben het, ik moet boeten aan handen en aan voeten gebonden in de hel.
Die slagen en die banden en wat Gij hebt verdragen, dat heeft mijn ziel verdiend.”

En dan moet je weten dat bij Bach in de Matthäus-Passion, en ook in andere stukken, als hij het koor laat zingen, dan vertegenwoordigt het koor de gehele mensheid. Dus hier laat hij zeggen: nee, het is niet die ene man van toen, ík ben het, wíj zijn Judas. Wij hebben op de een of andere manier De Meester verraden. Dat is een enorme stap geweest in die tijd. Om in plaats van te wijzen — die schoft, die verrader, enzovoort — die stap naar binnen te maken en te zeggen: nee nee, het gaat niet om die man van toen, het gaat om de ontdekking dat Judas in mij woont. Ik heb zo’n schaduw, ik laat soms mensen in de steek. Ik verraad soms mensen zonder dat ik het zelf doorheb. Judas leeft in mij. Een enorme stap die Bach daarmee gezet heeft.

In de vorige eeuw zie je dan, vanaf zeg maar 1950, dat die ontwikkeling heel snel gegaan is. Er is een prachtig boekje verschenen van Marie Noël en dat boekje heet op z’n Duits Erfahrungen mit Gott, en daarin beschrijft ze hoe ze van kind af aan met God geleefd heeft. Ze vertelt daarin ook hoe ze als kind bij haar grootouders logeerde. En haar grootvader las aan tafel uit de Bijbel voor. Hij las voor over het lot van Judas: “het ware beter geweest als hij niet geboren was.” En ineens, zegt ze, kreeg ik het zo te kwaad: een vriend van Jezus, waarom moet die zo afgekat worden, dat er gezegd wordt dat het beter was dat hij niet geboren was? Hoe kan God, hoe kan Jezus zo onaardig zijn tegen die ene mens die kennelijk de weg kwijt raakte? Ze kwam in opstand.

En ze vertelt in haar boek dat ze met haar vragen over Judas, een kind van 8 jaar, naar haar grootmoeder rende; haar grootmoeder was de vraagbaak in die tijd, en ze vroeg: “Grootmoeder, hoe kan dat nou, hoe kan God nou zo’n mens veroordelen? God is toch liefde?” En haar grootmoeder zei alleen maar: “Ach kind, dat kunnen wij niet begrijpen, dat moet je alleen maar aanvaarden.” Ik vind dit zo’n boeiend verhaal. Die oude generaties, mijn grootouders konden het ook nog: “dat moet je maar geloven”, maar wij kunnen dat niet meer. Wat wij met ons hoofd niet vatten kunnen, dat kunnen we niet zomaar geloven op gezag. Daarmee begon de grote verandering in het Judasbeeld.

In 1987 verscheen er ook in Duitsland een boek van Louise Rinser, Mirjam. Het is in het Nederlands vertaald en vrij bekend geworden. Mirjam is Maria Magdalena. En in het boek staat ook een citaat over Judas. Judas noemt zij in het boekje “Hoeda.” En dan laat ze Maria Magdalena (Louise Rinser) zeggen: “Arme Judas, wanhopige revolutionair.” Toen die eindelijk inzag dat Jezus niet degene was voor wie hij hem hield, ging hij heen en hing hij zich op aan een boom. De donkere tweelingbroeder van Jezus; ze stierven beiden op dezelfde dag. Beiden aan het hout. Beiden de verstikkingsdood. Hun beider namen blijven in alle eeuwigheid met elkaar verbonden. Jezus het licht, Judas zijn aardse schaduw. Is het niet prachtig?

“Donkere tweelingbroeder van Jezus.” Hier raakt ze de kern heel precies. Als het Goddelijke Licht op aarde begint te stralen, dan roept dat licht ook een schaduw op. Want hier op aarde heeft elk licht een schaduw. Zonder die schaduw kon dat Goddelijke Licht op aarde niet geboren worden. Dank je wel Judas, dat jij een offer bracht om die noodzakelijke schaduw te vertegenwoordigen, in je leven uit te beelden en te dragen. Donkere tweelingbroeder van Jezus: licht en schaduw, en alleen die beide aspecten vormen de volheid van het aardse leven.

In 1975 was er al een boek verschenen van Wouter Jens, bij Ten Have uitgegeven en vertaald als De zaak Judas. Wouter Jens doet in dat boek een oproep om Judas zalig te verklaren en zelfs heilig te verklaren. Eigenlijk, zegt hij, is Judas een heilige, iemand die een offer gebracht heeft. Raoul Nieman, een ander, zegt zelfs in zijn boek Jesus, wer bist du?: eigenlijk zou er ook een Judas Passion geschreven moeten worden. We hebben nu de Matthäus Passion en daarin wordt het lijden van Jezus beschreven. Maar met evenveel recht kun je een Judas Passion schrijven over het lijden van Judas. En Eugen Drewermann, een bekende theoloog, je mag het allemaal vergeten hoor, maar dan krijg je een beetje gevoel voor de ontwikkelingen, die zegt: in Judas komen wij een mogelijkheid op het spoor waaraan wij allemaal deel hebben.

We komen een mogelijkheid in onszelf op het spoor: Judas leeft in ons. En wat ik nu zo fascinerend vond toen ik deze gegevens vond en op een rij zette: in de moderne tijd hebben wij al denkend dezelfde inzichten gekregen als de esoterische traditie — het oorspronkelijke spirituele Christendom — intuïtief en vanuit verlichting wist, zoals het in het Judasevangelie beschreven staat. Al denkend kwamen we tot het inzicht: hij is niet alleen maar die verrader. Hij beeldt de schaduw uit. Hij was noodzakelijk opdat het Goddelijk Licht op aarde kon schijnen. Judas heeft geleden om die opdracht te vervullen, enzovoorts. Denkend, deden we langzamerhand, stap voor stap, dezelfde ontdekking als de ingewijden vroeger in de oude tijd, in die eerste eeuwen al wisten. Ik denk dan ook dat het niet voor niets is dat het Judasevangelie nu, uitgerekend in deze tijd, gevonden is.

Ik vind het zo boeiend. Eerst is het evangelie van Maria Magdalena gevonden. En die vondst heeft bewerkt dat we op een hele nieuwe manier naar Maria Magdalena hebben leren kijken. We ontdekten: zij is de belangrijkste leerling van Jezus. Ze steekt met kop en schouders boven de mannelijke leerlingen uit. Ze is helemaal niet die hoer, die overspelige en bezetene die de kerkelijke traditie ervan gemaakt heeft. En eindelijk hebben we dat begrepen en beginnen we dat een plaats te geven in ons hart. Het lijkt alsof de geestelijke wereld zegt: en nu nog een stapje verder, nu even kijken naar Judas. En nu zien: ook Judas, hem is geen recht gedaan in de kerkelijke traditie; hij is anders dan jullie ooit geleerd hebben. En het boeiende vind ik: als het ons lukt anders te kijken naar Judas en anders met hem om te gaan, zullen we daardoor ook anders met onze eigen schaduw omgaan? Nadenken over Judas is niet iets leuks, iets gezelligs, iets vanuit je hoofd: “och, je kunt er ook anders naar kijken”; het gaat heel direct over onszelf. En ik denk daarom, en daarom alleen, heeft de geestelijke wereld het zo geleid dat precies op deze tijd, nu we eraan toe zijn, het ook met ons denken te pakken: oké, kijk, hier zijn alle gegevens. Nu kun je het goed begrijpen en ook duidelijk begrijpen.

Als je nu eens even verder kijkt en vraagt: wat weten we eigenlijk van het leven van Judas, is daar wat meer over bekend? Ja, als je goed kijkt, weten we wel wat meer. En dan worden er allerlei dingen duidelijk. We weten dat Judas, als enige van de leerlingen, uit Judea kwam. Judea is de streek rond Jeruzalem. Alle andere leerlingen kwamen uit Noord-Israël, uit Galilea, en dat is het gebied rond het meer van Kapernaüm. Is dat belangrijk? Ja, want het meer van Kapernaüm, nog steeds het meer van Galilea, als je daar ooit komt — ik kan het je zeer aanbevelen — is de mooiste streek van Israël. De natuur is daar prachtig. Het is heel dromerig, heel verstild, heel mystiek. Als je ergens engelen zou willen zien, dan moet je daar zijn. Zo mystiek is de sfeer daar. Kun je je voorstellen wat ik bedoel? Vandaar ook dat alle leerlingen die uit die streek kwamen dromers waren die een natuurlijke verbinding met de geestelijke wereld hadden. Dat hadden al die mensen daar nog.

Maar de mensen die uit Judea kwamen: Judea was een heel dor landschap. Het lag vlak bij de Dode Zee. Bij de Dode Zee groeit helemaal niks. Het zit vol zout en kilometers daaromheen groeit niks. Een dode wereld. En de mensen in die streek, je zou ze kunnen vergelijken met de mensen van onze tijd in de Amsterdamse grachtengordel: allemaal in het hoofd, maar ze weten niet meer waar een ei vandaan komt en ze hebben geen natuurlijke verbinding meer met de natuur en met de geestelijke wereld. Judas was een man die, door zijn afkomst, heel sterk in zijn denken zat. Intuïtieve verbinding met de geestelijke wereld? Flauwekul. In onze wereld zou hij lid zijn geweest van Skepsis, weet je wel? Die organisatie die niets moet hebben van alles wat bovennatuurlijk is.

Dat is typisch Judas. En hij dacht dan ook: mijn Meester wordt straks koning van Israël. Hij was naast rationeel ook een politieke idealist. Politiek, want idealisme over de geestelijke wereld had hij niet. Alles was alleen maar aards. En daarom waren zijn idealen ook aards. En hij hoopte dus dat zijn Meester ooit een keer de koning van Israël zou worden, alle Romeinen eruit zou gooien en weer recht en vrede voor het volk zou brengen. En daar had hij steeds alles voor over. Dat de Meester andere dingen zei, drong niet tot hem door. Dat de Meester het had over een koningschap in het hart, drong niet tot hem door. Hij vertaalde alles aards. Hij begreep de Meester dus niet. Maar hij kon ook niet anders.

En toen gebeurde het. Na de inwijding van Lazarus, die Johannes werd — ofwel de opwekking van Lazarus, hoe je het maar noemen wilt — dat is vlak voor de stille week gebeurd, stond Jezus op het toppunt van zijn populariteit. Alle Joden waren enthousiast: nu heeft deze Meester zelfs de dood overwonnen! En Judas dacht: nu gaat het gebeuren. Nu zal de Meester aan het hoofd van de troepen gaan staan, nu zal Hij de opstand beginnen en nu wordt Hij koning.

En wat doet Jezus? Hij verstopt zich drie dagen lang, onvindbaar voor de leerlingen en voor de mensen. Het enthousiasme ebt weg. Judas ziet het juiste moment voorbijgaan. Hij denkt: alles waar ik drie jaar voor gestreden heb, glipt weg… wat moet ik doen? Hij komt, geïnspireerd door Lucifer — de duivel — op het idee om de Farizeeërs en Romeinse soldaten in te schakelen. Hij stuurt gewapende mannen op Jezus af, denkend: als dat gebeurt, moeten Jezus en zijn leerlingen zich wel verdedigen; dan breekt de strijd los, dan komt de opstand vanzelf.

Kortom, hij pleegde het verraad vanuit in zijn ogen goedbedoelde motieven: om zijn Meester voor het blok te zetten. Zo begon het bij Judas — en vanuit zijn levensweg is dat nog begrijpelijk ook.

Op oude schilderijen wordt hij vaak afgebeeld met een rode baard, als teken dat hij “anders” was. Ook wordt hij getoond als iemand die steeds zout morst. Zout is het symbool van het Hoger Zelf: jullie zijn het zout der aarde. Met de kracht van dat Hoger Zelf kun je de wereld genezen. Maar Judas zat volledig in zijn ratio en dus in zijn ego. De verbinding met het innerlijke weten — het Hoger Zelf — was verloren. Hij morst zout: een beeld dat spreekt voor wie wil horen.

Johannes noemt hem bovendien een dief, iemand die in een sfeer van hebzucht terecht was gekomen. Dat alles vormt het tragische pad dat Judas liep, en waaruit zijn verraad van Jezus voortkwam. Van zijn kant gezien nog steeds met goede bedoelingen. Maar de ellende is dat het begon met zijn hoofd — met het verliezen van de verbinding met zijn hart.

In oude geschriften wordt Judas een ontijdig geborene genoemd, net als Paulus. Dat is een fascinerende term: iemand die te vroeg geboren is. En inderdaad: Judas moest in zijn tijd al iets uitbeelden dat pas in onze tijd werkelijk speelt — het lot van de mens die volledig in zijn hoofd leeft, het contact met intuïtie en geestelijke werkelijkheid kwijtgeraakt, en daardoor vastloopt in het ego. Dat is precies het lot van de moderne mens. Daarom moest dit evangelie nu gevonden worden: om het beeld van Judas te laten oplichten als spiegel voor deze tijd.

Er is ook iets bekend over vorige incarnaties van Judas. Zijn laatste incarnatie vóór hij als Judas Iskariot verscheen, was als Judas de Makkabeër, rond 180 voor Christus. In die tijd had de Syrische koning Antiochus IV Epifanes de tempel ontwijd door er een afgodsbeeld te plaatsen: Antiochus-Zeus. De Joden waren ervan overtuigd dat dit het teken van de Antichrist was. Ze kwamen in opstand onder leiding van Mattatias, die al snel stierf, waarna zijn zoon Judas de leiding overnam. Hij werd Judas de Makkabeër genoemd, de Hameraar, omdat hij met vastberaden geweld de Syriërs uit Jeruzalem verdreef en de tempel herstelde.

In die incarnatie waren zijn politieke idealen positief. Maar nu, in zijn leven als Judas Iskariot, komt hij met dezelfde impuls — politieke idealen — terug, en ditmaal werkt het tegen hem. Zo zie je hoe karmische lijnen door levens heen lopen. Hij kon nu niet de stap maken naar het zicht op een diepere werkelijkheid dan alleen het aardse idealisme.

Door mijn eigen werk met gestorvenen heb ik iets geleerd: overleden zielen zijn enorm gevoelig voor onze gedachten. Wat wij denken of zeggen over hen, ervaren zij direct als een pijn of een zegen. Wat wij hier als innerlijk beleven, staat in de geestelijke wereld om ons heen als beeld. En wat wij hier als “anderen buiten ons” ervaren, wordt daar als één geheel beleefd. Gestorvenen voelen dus heel direct hoe er over hen wordt gesproken.

Omdat ik dit weet, begrijp ik hoe enorm zwaar het voor Judas moet zijn geweest. Tweeduizend jaar lang is hij door miljoenen mensen veroordeeld als verrader, soms met angst, soms met haat — en al die tijd heeft hij die “steken in zijn hart” moeten verdragen. Het ware beter geweest als hij niet geboren was… misschien zou hij dan die last niet hoeven dragen. Het is werkelijk tijd dat wij op een andere manier over Judas leren spreken — zowel voor onszelf als voor hem.

De Bijbel maakt duidelijk dat Judas door het kwaad geïnspireerd werd. Eerst door de duivel, die hem influisterde naar de Hogepriesters te gaan. Bij het Laatste Avondmaal zegt Jezus: “Eén van jullie zal mij verraden.” En dan staat er: En toen voer de satan in zijn hart en hij stond op en ging naar de Farizeeërs. Eerst Lucifer, dan Ahriman. De beide machten van het kwaad namen bezit van hem. Als je de verbinding met het Hoger Zelf kwijt bent en volledig in het ego terechtkomt, dan worden die krachten sterk. Het tragische einde — zijn zelfmoord — was het gevolg van die overmacht.

Judas beeldt daarmee een mogelijkheid uit die ook in ons leeft. Wij staan in deze tijd voor een keuze: de weg van Judas of de weg van Jezus. De weg van Jezus betekent innerlijke strijd met het ego, transformatie, groei, het geboren worden van het Hoger Zelf. De weg van Judas is die van de ratio, het ontkennen van wat je verstand niet begrijpt, het oordelen, het steeds verder verdwalen in het ego. Het gevaar van onze tijd.

Veel mensen vragen zich af: hoe kan iemand die dagelijks in de nabijheid van Jezus leefde — die de kracht van de Christusgeest de hele dag voelde — tóch de weg van het kwaad gaan? Is die kracht van Christus dan niet sterker? Christus is zó sterk, dat Zijn licht zowel het licht als het duister in ons aan de oppervlakte brengt. Wanneer het Christuslicht in ons begint te werken, komt eerst het donker omhoog.

Volgens oude Egyptische tradities begint de grote transformatie van de aarde op 17 september 2001 — vastgelegd in de piramide van Cheops. Die datum markeert het begin van een tijd waarin hemelenergieën ons Hoger Zelf aan het licht brengen. En wat gebeurt er in diezelfde periode? 11 september. De Twin Towers. Als het licht begint te werken, komt eerst het donker tevoorschijn — zowel in de wereld als in onszelf.

Iedereen die de weg naar binnen gaat, zal eerst de donkere stukken tegenkomen. Judas verbeeldt dat eigen donkere stuk dat eerst sterft voordat het Hoger Zelf geboren kan worden. En wie stierf het eerst? Judas. Eerst het ego, dan het Hoger Zelf. Zelfs daarin beelden Jezus en Judas samen een diepe innerlijke werkelijkheid uit.

En dan de beginvraag: verrader of ingewijde? Mijn antwoord: allebei. Judas was een ingewijde die vóór zijn incarnatie deze rol op zich nam. Maar binnen het aardse leven heeft ieder mens keuzes — ook hij. Hij kan niet zeggen: “Ik moest het doen.” Zijn keuze voor de ratio was zijn eigen verantwoordelijkheid. Het past waarschijnlijk karmisch, maar hij blijft mede verantwoordelijk voor zijn daden. Beide aspecten — ingewijde én verrader — blijven waar. Dualiteit: licht én donker.

Als we leren anders te kijken naar Judas, kunnen we misschien ook anders omgaan met onze eigen schaduw. En Judas zelf zal, wanneer we hem ooit ontmoeten, de eerste zijn die vertelt hoeveel hij gegroeid is door dit donkere lot. Want juist door het donker groeit de ziel.

Tot slot: rond Pasen hoor je altijd weer dat Judas Jezus verried voor dertig zilverlingen. En zoals altijd: die beelden zijn vol diepe betekenis…

Niet zomaar. Dertig is het getal van de maan. De maan doet er ongeveer dertig dagen over om vol te worden en haar cyclus te doorlopen. Zilver is de kleur van de maan. Judas verraadt Jezus als de maan. Wat wordt daarmee bedoeld? Daar wordt iets heel dieps mee bedoeld, en ik hoop dat ik dat heel eenvoudig in een paar woorden kan uitleggen. Het is namelijk dé essentie waar we voor staan.

De maan, en een maanreligie, symboliseert het indirecte weten. De maan ontvangt het licht van de zon en straalt dat via de omweg van zichzelf naar ons door. Het maanlicht is zonnelicht via een omweg. Het zonlicht daarentegen is direct licht — en daar gaan we ook heerlijk in staan. Voel je?

Een maanreligie is een religie waarbij het goddelijke weten via een omweg tot ons komt: via geboden, voorschriften, profeten, priesters. Een zonnereligie is een religie waarin het goddelijk weten rechtstreeks in het hart van de mens opengaat. De zon schijnt, en door dat licht bloeit het weten in ons hart open. Dan hebben we geen verboden, voorschriften of priesters meer nodig. Dan weten we zelf. Mooi hè?

Alle religies tot nu toe waren eigenlijk maanreligies. Jezus kwam om dat innerlijke, goddelijke weten — de innerlijke Christus — in ons wakker te maken, zodat we eindelijk zouden leven vanuit het innerlijk weten, zonder afhankelijk te zijn van uiterlijke religieuze vormen. Maar Judas begreep daar niets van. Hij dacht dat Jezus de zoveelste Meester was die zou komen met het vingertje: nieuwe regels, nieuwe voorschriften. Hij vertegenwoordigde de maanreligie, het indirecte weten.

Maar Jezus kwam juist om de innerlijke Christus te brengen, zodat we allemaal zelf zouden weten. Hij kwam de stap brengen van maanreligie naar zonnereligie. En arme Judas… deze stap kon hij, zo vastgezet in zijn hoofd en zijn ratio, niet begrijpen. Daardoor begreep hij het grote geheim van Christus niet — en zo kon hij scheef groeien.

De moraal van dit verhaal is heel eenvoudig: ken jij je eigen Judas? Kun je mild worden voor je eigen Judas? Kun je met die mildheid voor je eigen schaduw, jouw innerlijke Judas, Judas helpen bevrijden van het gruwelijke lot waaronder hij al tweeduizend jaar gebukt gaat? En kun jij de opdracht van deze tijd vervullen: groeien naar de kracht van het innerlijke weten? De stap maken naar de zonnereligie, de innerlijke Christus?

Voel je? En durf je dan alle uiterlijke autoriteiten los te laten? Bijbel, Koran, priester, paus — laat alles los en durf te luisteren naar je eigen innerlijk weten, de innerlijke Christus, het zonnelicht dat in jou opengaat. Als je dat doet, kies je voor de weg van Jezus. Doe je het anders, blijf je in de maansfeer hangen — het vingertje, de geboden, het bewijzen met het hoofd — dan kom je op de weg van Judas terecht. En dat is een doodlopende weg.

In deze tijd hebben we allemaal een keuze.

Hans Stolp